Schrijven terug in de wet op het Basisonderwijs

    De gestaag vallende druppel holt de steen uit….

    De Stichting Schriftontwikkeling is vorig jaar een actie begonnen om het schrijven (handschrift) weer terug te krijgen in de Wet op het Basisonderwijs.
    Dit zal nog wel even wat tijd gaan kosten, maar we zijn er van overtuigd dat volhouden tot succes zal leiden, vandaar onze openingsspreuk.

    Omdat het kabinet gevallen is, moeten we eerst even afwachten hoe de nieuwe machtsverhoudingen zullen uitpakken.
    Ondertussen gaan we dit jaar zoveel mogelijk contacten leggen met mensen die invloed hebben op de politieke besluitvorming.

    Hieronder kunt u lezen hoe het mogelijk was dat ’schrijven’ door het Ministerie van Onderwijs zo slecht begrepen werd, dat ze hebben vergeten het in de Wet op het Basisonderwijs (1981) op te nemen.
    Stelt u zich eens voor: Een Ministerie van Onderwijs die vergeet een basisvaardigheid in haar Wet op het Basisonderwijs op te nemen!!

    We hebben, zoals hieronder ook te lezen valt, verschillende acties ondernomen, waaronder brieven aan mevrouw Sharon Dijksma en een gesprek met haar ambtenaren.
    Omdat dit geleid heeft tot de conclusie dat schrijven inderdaad in de Wet vergeten is hebben we onlangs (Maandag 8 september) een gekalligrafeerde brief aan Minister Plasterk overhandigd tijdens de bijeenkomst ‘Onderwijsbewijs’ in het Jaarbeursgebouw te Utrecht).
    Hierin hebben we hem gevraagd of hij moeite zou willen doen om de fout te herstellen, zodat het vak ’schrijven’ weer een kans heeft om in de kerndoelen terecht te komen met een invulling die een basisvaardigheid verdient.
    Inmiddels hebben we een ‘handgeschreven antwoord’ van de Minister ontvangen. We vinden het sportief dat hij de ‘handgeschreven handschoen oppakte’. Jammer is dat hij zijn staatssecretaris niet meent te kunnen afvallen. In zeker opzicht te waarderen, maar wat fout is is fout. Het moet toch mogelijk zijn fouten in de wet te herstellen. Wellicht per decretionaire bevoegdheid.

    Wij gaan in elk geval weer verder met de strijd voor een goed handschrift voor elk kind en die minister kan nog een pakketje met brief, dit keer mét voorbeelden, tegemoet zien. Misschien dat hij dan zal begrijpen hoe slecht het er in dit opzicht in het onderwijs voor staat.
    Onze actie zal nu een wat langere weg gaan afleggen, waarbij we diverse instanties met een bezoek zullen vereren.
    Overal waar we lezingen houden (scholen, schoolbegeleidingsdiensten…) wordt ogenblikkelijk begrepen wat de omissie in de Wet op het Basisonderwijs voor consequenties heeft voor het handschriftonderwijs in het bijzonder en het hele onderwijs in het algemeen. Het moet dan toch mogelijk zijn dat dit ook op het Ministerie van Onderwijs begrepen wordt!
    Het is de goedkoopste en meest basale verbetering van het onderwijs.
    Hieronder kunt u lezen hoe het allemaal zo fout kon gaan en wat eraan gedaan zou kunnen worden.

    DE FEITEN
    In de Lager Onderwijswet van 1920 stonden de volgende drie basisvaardigheden als uitgangspunt voor goed onderwijs genoemd:

    Lager Onderwijswet 1920, voorzien van marginale aantekeningen en alphabetisch register vijftiende druk, maart 1950
    De uitvoeringsbesluiten vormen het tweede deel dezer uitgaaf.

    TITEL I Algemeene bepalingen

    Art. 2. 1. Onder lager onderwijs begrijpt deze wet het onderwijs in:
    a. lezen;
    b. schrijven;
    c. rekenen;
    d. Nederlandsche taal;
    ————————————————

    In de Wet op het Basisonderwijs van 1981 stonden de volgende vakgebieden op het programma:

    Wet op het Basisonderwijs (Wet van 2 juli 1981, houdende Wet op het basisonderwijs)

    Artikel 9. Inhoud onderwijs

    1. Het onderwijs omvat, waar mogelijk in samenhang:
    a. zintuiglijke en lichamelijke oefening;
    b. Nederlandse taal;
    c. rekenen en wiskunde;
    d. Engelse taal;
    e. enkele kennisgebieden;
    f. expressie-activiteiten;
    g. bevordering van sociale redzaamheid, waaronder gedrag in het verkeer;
    h. bevordering van gezond gedrag.

    2. Bij de kennisgebieden wordt in elk geval aandacht besteed aan:

    a. aardrijkskunde;
    b. geschiedenis;
    c. de natuur, waaronder biologie;
    d. maatschappelijke verhoudingen, waaronder staatsinrichting;
    e. geestelijke stromingen.

    Zoals u ziet: schrijven (handschrift) ontbreekt in de huidige wet t.o.v. de Lager Onderwijswet van 1920!

    In de kerndoelen is er daarom ook niet erg veel van terecht gekomen:

    Kerndoel 9
    De leerlingen kunnen de vormgeving en de presentatie van hun teksten verzorgen door aandacht te besteden aan de leesbaarheid van hun spelling, de leesbaarheid van hun handschrift, zinsbouw, bladspiegel, beeldende elementen en kleur.

    Aan het feit dat een taalvaardigheid als ‘zinsbouw’ tussen de vormgevingsvaardigheid ‘handschrift’ en ‘bladspiegel’ staat, is al te zien dat er geen inzicht te pas is gekomen bij de formulering van deze totaal verschillende leer- en vaardigheidsaspecten.

    Veel meer dan ‘leesbaarheid’ is er niet uitgekomen.
    De Stichting Schriftontwikkeling heeft in twee gesprekken met twee elkaar opvolgende Inspecteurs van het Primair Onderwijs te horen gekregen dat het ‘kenmerk leesbaarheid’ de inspectie onvoldoende mogelijkheden geeft om de kwaliteit van het handschriftonderwijs af te kunnen dwingen. Ook het CITO struikelde over dit kenmerk van letters (zie bij Artikelen
    “Hoe minder schrijfles, hoe beter het handschrift”)

    Leesbaarheid is namelijk een subjectief begrip en dit is vooralsnog niet meetbaar.

    Doordat het handschriftonderwijs nu in de kerndoelen een zwaar ondergeschoven kindje van Nederlandse Taal is geworden, wordt er op de pabo’s niet veel aandacht meer geschonken aan dit vakgebied.

    Als gevolg daarvan komen er steeds meer onvaardige leerkrachten voor de groep, die ook alle didactische inzicht in deze materie missen met weer alle gevolgen voor de handschriftontwikkeling van het kind in het Primair Onderwijs.

    MAAR WE GEBRUIKEN TEGENWOORDIG TOCH VOORAL HET TOETSENBORD?
    Dat lijkt zo, maar de werkelijkheid is anders. Voor veel volwassenen is inderdaad het tekstverwerken vooral een computeraangelegenheid. Dit is echter nog lang niet bij alle professionele teksttoepassingen zo. En we weten nooit zeker waar een kind later terecht zal komen. Het zal overal en in alle omstandigheden moeten kunnen beschikken over techniekonafhankelijke basisvaardigheden.
    We geven toch ook minstens 6 jaar rekenles, terwijl iedereen beschikt over een zakjapanner?! Deze zijn nóg makkelijker beschikbaar dan computertoetsenborden.
    In het onderwijs zélf wordt ongeveer de helft van alle taken geschreven verwerkt! Dus alleen al om goed in het Primair en Secundair Onderwijs te kunnen functioneren is het van belang dat een kind goed kan schrijven.
    Een goed handschrift heeft daarmee ook een positieve uitwerking op de algehele leervaardigheid. Eén van de leerdisposities bestaat uit het ‘nauwkeurig (willen) werken’. Hieraan wordt door een goed vormgegeven handschrift geheel tegemoet gekomen.

    TOETSENBORDVAARDIGHEID
    Tenslotte verwachten velen kennelijk erg veel van de toetsenbordvaardigheid van de leerlingen in het Primair Onderwijs. Er wordt bij het afwijzen van het belang van het handschriftonderwijs bij voortduring verwezen naar de toenemende invloed van het toetsenbord.
    Echter wordt daar totnogtoe niet de passende verantwoordelijkheid bij genomen om deze vaardigheid dan ook op verantwoorde wijze te instrueren. Het leren blindtypen met alle vingers op de juiste wijze is de enige ergonomisch en economisch verantwoorde manier om het toetsenbord te leren beheersen. (De aanname dat alles bij kinderen vanzelf op de goede manier gaat is niet op feiten gebaseerd). Totnogtoe is het verwerven van deze vaardigheid voorbehouden aan kinderen die op scholen zitten, waar men dit extern aanbiedt en/of ouders heeft met voldoende inzicht en financiële middelen om hun kind naar blindtyples te sturen.
    We zijn van mening dat het toetsenbord inmiddels een dermate belangrijke plaats in de maatschappij in het algemeen en in het onderwijs in het bijzonder heeft ingenomen, dat dit tot de standaard taak van het moderne Primair Onderwijs moet gaan horen.
    We zullen in ons gesprek van begin april ook deze kwestie aan de orde stellen.

    WAT KUNT U DOEN?
    U kunt uw inzicht vanuit de praktijk in de belangrijkheid van het handschrift als basisvaardigheid gebruiken en aan deze actie meewerken. Stuur in dat geval een mailtje naar de Stichting Schriftontwikkeling.

    info@schriftontwikkeling.nl

    De inhoud is uiteraard vrij, maar u kunt ook gebruik maken van deze tekst (knippen en plakken):

    Geachte mevrouw Dijksma,

    Ik ben voorstander van het weer opnieuw opnemen van schrijven (handschriftontwikkeling) in de Wet op het Basisonderwijs als basisvaardigheid, naast de basisvaardigheden Rekenen en Taal/lezen.
    Ik ben van mening dat het niveau van het handschriftonderwijs al jaren onder de maat is en dat er meer aandacht moet komen voor ALLE DRIE basisvaardigheden in het Primair Onderwijs, Schrijven naast Rekenen en Taal/lezen niet uitgezonderd.
    Schrijven hoort daarom een afzonderlijk domein te zijn en hoort niet onder Nederlandse Taal.
    We zien een toenemende rol van het toetsenbord in het onderwijs en zijn van mening dat ook de omgang hiermee op ergonomisch en economisch verantwoorde wijze moet worden aangeleerd en begeleid.

    De Stichting Schriftontwikkeling zal de mail-brieven in de loop van dit kalenderjaar verzamelen en aan Staatssecretaris mevr. S. Dijksma aanbieden.
    Vermeld ook naam en adres. Dit is van belang voor het doorgeven van de gegevens aan de staatssecretaris, als daarom gevraagd wordt. Met deze gegevens wordt uiteraard vertrouwelijk omgegaan.

    Verslag bezoek Ministerie OC&W
    logo ministerie van onderwijs
    We hebben ten overstaan van twee medewerkers van mevr. S. Dijksma uitgelegd waarom we onze actie hebben gestart om handschriftontwikkeling weer terug te laten keren in de wet op het Basisonderwijs. Het heeft in alle voorafgaande onderwijswetten altijd een plaats gehad.
    Vooralsnog was er bij het ministerie geen argument bekend, waarom ‘schrijven’ uit de wet op het Basisonderwijs is gehouden.
    Met zegde toe dat dit nog zal worden onderzocht door het Ministerie. (Inmiddels is een reactie binnen, die we verderop laten zien).

    Men adviseerde ons om zoveel mogelijk maatschappelijke / onderwijskundige ondersteuning te verzamelen. In dat geval is het een goede start dat het bestuur van Beter Onderwijs Nederland haar steun voor dit initiatief heeft uitgesproken.
    We gaan daarom door met het vinden van ondersteuning dat een basisvaardigheid gewoon in de wet en zéker in de Kerndoelen hoort te worden vermeld.
    Er was zéker erkenning aanwezig bij onze gesprekspartners dat ‘schrijven’ als handschriftontwikkeling niet onder Nederlands hoort. We hebben in dat opzicht ook de uitspraak geciteerd van een negental docenten Nederlands van een hogeschool uit Amsterdam, die onlangs een brief aan mevrouw Dijksma stuurden met de volgende tekst:

    Het begrip ‘taal’ heeft betrekking op de fonologische, morfologische, semantische, syntactische en pragmatische bouwstenen in mondelinge en schriftelijke taal en op het nadenken hierover (metalinguïstiek of taalbeschouwing). Toetsenbordvaardigheden en handschriftontwikkeling vallen nadrukkelijk niet onder ‘taal’.

    Uiteraard kunnen we ons geheel vinden in deze slotconclusie. Ook de medewerkers van het Ministerie van Onderwijs waren het hier mee eens.
    Voor hen was het duidelijk wat we wilden zeggen, maar ze gaven aan dat het realiseren hiervan vooral op weerstand zou stuiten van besturenorganisaties.
    Het is dus duidelijk dat we die ook moeten benaderen.

    Aan het eind van ons bezoek hebben we ook nog een pleidooi gehouden voor toetsenbordvaardigheid in het Primair Onderwijs, omdat dit nu nog uitsluitend wordt gegeven door diverse instituten in het geval de ouder over voldoende inzicht en financiële middelen beschikt. We gunnen alle kinderen deze vaardigheid die het leren en studeren zoveel makkelijker en sneller maakt.
    Ook de Vereniging (Staatsgediplomeerde) Leraren Machineschrijven ondersteunt dit onderdeel van onze actie. Ze heeft ook het Ministerie aangeschreven om alle kinderen de kans te geven zich deze toetsenbordvaardigheid eigen te maken.

    Alleen werken met het begrip ‘leesbaarheid’, zoals het in Kerndoel 9 staat omschreven werkt duidelijk niet. Dat kán ook niet, omdat het de kwaliteitskenmerken van het handschrift niet omschrijft en kinderen ook geen handvat biedt om hun voortdurend in ontwikkeling zijnde handschrift correct bij te sturen. Scholen kunnen daar hun handschriftonderwijs niet op baseren en de inspectie vindt daarin onvoldoende handvat om een kwaliteitscontrole te kunnen uitvoeren. [Op deze tegenargumenten tegen de drie argumenten van mevr. Dijksma is nog steeds geen commentaar van het ministerie gekomen.]
    Met een op dit moment leesbaar handschrift, kan een leerling in de daarop volgende jaren nog een verschrikkelijke negatieve handschriftontwikkeling doormaken (iets wat te vaak gebeurt). Met een handschrift van voldoende lettervormgevingskwaliteit en kennis van de handschriftcriteria is deze kans aanzienlijk kleiner.
    Het begrip “leesbaarrheid” moeten we dus zoveel mogelijk uit het gesprek over handschriftontwikkeling houden. Het belemmert het zicht op wat werkelijk de kwaliteit van het handschrift(onderwijs) bepaalt.

    Wij gaan weer verder met onze actie, die voor een belangrijk deel zal bestaan uit het vergroten van het draagvlak van deze actie.

    REACTIE MINISTERIE VAN ONDERWIJS
    Inmiddels is het resultaat van de zoektocht naar eventuele argumenten van het verdwijnen van een BASISVAARDIGHEID uit de wet op het basisonderwijs van 1981, door ambtenaren van het ministerie binnengekomen.
    Hieronder leest u het deel van de reactie dat over het door het ministerie ingenomen standpunt gaat, dat er ongetwijfeld een goede reden moet zijn te vinden voor het weglaten van een basisvaardigheid als ’schrijven’.

    —————————————————————————–
    Tijdens dit gesprek heb ik u toegezegd om na te gaan wat destijds de reden is geweest om schrijven niet meer als basisvaardigheid op te nemen in de wet. Helaas heeft beantwoording enige tijd op zich laten wachten, waarvoor mijn excuses.

    Tijdens het overleg hebben wij aangegeven dat er begrip is voor het belang dat u hecht aan goed leren schrijven van kinderen.

    Zoals wij reeds eerder hebben aangegeven, is aandacht voor een leesbaar handschrift in de kerndoelen opgenomen. Opname in de WPO is een traject waar op dit moment niet aan gedacht wordt.

    De Memorie van Toelichting en Handelingen bij behandeling van de Wet op het Basisonderwijs 1981 leverden helaas geen informatie op hierover. Ook navraag bij enkele oudere collega’s levert weinig tot niets op omdat degene die daadwerkelijk betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de WBO overleden zijn of al heel lang weg bij het ministerie. Vooralsnog moet ik u dus helaas het antwoord schuldig blijven.

    Ik wens u succes met uw voorgenomen plannen.
    ———————————————————————————

    We hebben onder meer als volgt gereageerd:

    U bevestigt in uw antwoord de vermoedens die we tijdens ons bezoek aan u hebben uitgesproken.

    We maken in deze reactie tevens een balans op van ons verzoek aan mevr. Dijksma om een vergeten basisvaardigheid weer in de Wet op het Basisonderwijs op te laten nemen.
    Mevr. Dijksma reageerde met drie argumenten (1. Het handschrift is in de kerndoelen opgenomen; 2. Scholen mogen zélf hun onderwijs inrichten n.a.v. de kerndoelen; 3. De inspectie controleert) die we in ons antwoord alle drie vanuit de praktijk hebben weerlegd. Op die weerleggingen zijn geen onderbouwde reacties meer gekomen. Dat betreuren we uiteraard.

    en….

    U schreef: (Citaten uit uw antwoord zijn hieronder vet/cursief weergegeven)
    Zoals wij reeds eerder hebben aangegeven, is aandacht voor een leesbaar handschrift in de kerndoelen opgenomen.
    Dat het begrip ‘leesbaarheid’ in de kerndoelen is opgenomen, is juist eerder schadelijk, omdat we hebben laten zien dat handschriften zich soms zéér slecht ontwikkelen, maar wel, na enige tijd of langdurig decoderen, inderdaad ‘leesbaar’ genoemd mogen worden. Men hoeft er dan dus niets meer aan te doen.
    Scholen begrijpen doorgaans dat hier geen handvat wordt geboden voor een goede begeleiding van de lettervormgeving.

    Zo schreef een school ons onlangs het volgende:

    Aangezien er nog geen kerndoelen van het schrijfonderwijs zijn vinden wij het heel moeilijk een visie voor het schrijfonderwijs te formuleren en hopen daarbij gebruik te kunnen maken van uw expertise.

    De minimale verwijzing naar ‘leesbaarheid’ wordt kennelijk niet als duidelijk handvat opgevat om het handschriftonderwijs, het onderwijs in een basisvaardigheid, mee in te richten. Er worden namelijk geen criteria aangereikt aan de hand waarvan ‘leesbaarheid’ (of de grenzen daarvan) te bereiken zijn. Wat ons betreft hebben zulke leerkrachten volkomen gelijk.
    Als een basisvaardigheid uitsluitend op te hangen is aan ‘een correctheid van het eindresultaat’ zou bij een vak als rekenen in de kerndoelen met de omschrijving kunnen worden volstaan, dat elke rekensom het goede antwoord geeft.
    Nu worden er 5 bladzijden gewijd aan de kerndoelen voor de basisvaardigheid ‘rekenen’, terwijl handschriftontwikkeling het met één woord moet doen.

    We zijn nog steeds van mening dat het Ministerie van Onderwijs, als hoogste onderwijsinstantie, het handvat voor handschriftontwikkeling op vergelijkbare wijze als bij het rekenen hoort aan te reiken.

    ——————————————————

    Heeft u nog niet meegedaan aan onze actie, stuur dan alstublieft ook een mailtje naar ons, bestemd voor mevrouw S. Dijksma.

    —————————————————————-
    Op deze website houden we u in de loop van dit jaar op de hoogte van de vorderingen van deze actie van Stichting Schriftontwikkeling.