Gepubliceerde eindwerkstukken Masters

Ineens moet iedere leerkracht een master-graad behalen. Dan zou de kwaliteit van het onderwijs daardoor verbeteren. Echter, zo zegt hoogleraar onderwijskunde aan de universiteit van Groningen, Klaas van Veen, in het Onderwijsblad van 7 juni 2014:

“Helaas moet ik zeggen dat er uit het onderzoek tot nu toe niet een directe relatie gelegd kan worden tussen het niveau van het onderwijs en de leraar met de master.”

Natuurlijk verandert de onderwijskwaliteit, de omgang met en stimuleren van de kinderen, de eigen vaardigheid op  het gebied van vooral de basisvaardigheden niet door een aantal avonden op een hogeschool een cursus te volgen en een waterdun onderzoek in een klein deel van een basisschool uit te voeren.
Dat blijkt ook nog eens omstandig uit de kwaliteit van de onderzoeksresultaten zelf. Daarom is het goed om eens naar een aantal aspecten te kijken van die masterwerkstukken in relatie tot de vereiste vakkundigheid op dit vakgebied.

Op deze pagina zullen we dan een aantal gepubliceerde eindwerkstukken van Masters Special Educational Needs en Remedial Teaching bespreken voor zover deze zich bezig houden met het onderwerp Handschriftontwikkeling.

Zulke ‘meesterwerken’ worden bijvoorbeeld geplaatst in de HBO Kennisbank en zijn daarmee geschikt voor onze kritische analyse op vakgebied.

Behalve het kritisch analyseren grijpen we de gelegenheid tevens aan om onze vakkennis zoveel mogelijk in te brengen, zodat de lezer er optimaal profijt van heeft.

Werkt u aan een onderzoek en een ‘meesterstuk’, dan kunt u altijd contact met ons opnemen. We lezen en denken dan met u mee en voorzien u van veel vakinformatie. Zo voorkomt u een kritische bespreking achteraf.

Geleidelijk aan dient zich namelijk een nieuwe groep ‘specialisten’ aan, die zich bezighouden met (en soms vergrijpen aan) dit vakgebied.
Dit alles ten behoeve van het behalen van een ‘graad’ die weer ten koste gaat van goed handschriftonderwijs.
De desbetreffenden hebben, net zoals de bewegingstherapeuten, geen enkele lettervormgevingsopleiding genoten en beschikken ook niet over de bewezen eigen vaardigheid die dit vakgebied evenzozeer nodig heeft als de vaardigheid van een violist tijdens de vioollessen. Ze worden doorgaans begeleid door iemand die ook niet vakvaardig en -kundig is. Die alleen maar kijkt of aan het format wordt voldaan en of het ‘onderzoek’ volgens de regels wordt uitgevoerd. Soms wordt er niet eens goed gekeken naar taalfouten. Deze begeleiders verdiepen zich kennelijk niet in de vakkundige kant van het onderwerp, waardoor de masters in spé zich van allerlei lastige, inhoudelijke vragen gevrijwaard weten.

Ook wordt niets ondernomen ten aanzien van de validiteit van het bronmateriaal.
Vragen die men zich zou kunnen stellen zijn bijvoorbeeld: Is de auteur van dit artikel of boek een vakerkende schrijver? De meeste boeken over handschriftontwikkeling zijn geschreven door amateurs. Wordt de auteur van een werk over handschriftontwikkeling besproken op deze website?
Is deze internetbron of dit boek afkomstig van een of meerdere kwaliteitsgeregistreerde of staatsgediplomeerde handschriftvakdidacticus? Baseert men zich op wetenschappelijk onderzoek en vakkennis?

We zien totnogtoe een trend in de aanbevelingen die aan het eind van de scripties worden meegegeven. Doorgaans zoekt men naar bevestiging van de communis opinio. Belangrijke vernieuwende raadgevingen of significante uitkomsten van hun onderzoek mogen we voorlopig nog niet verwachten. Temeer door de enorme kleinschaligheid van de onderzoeksterreinen van deze leerkrachten. Het betreft doorgaans de eigen school of, nog kleiner, de eigen groep.
De kneuterigheid van sommige van die onderzoeken wordt nog eens benadrukt door werkelijk vrijwel iedereen in de omgeving te bedanken en uitgebreid te beschrijven door welke diepe dalen men is gegaan en hoeveel men er wel van geleerd heeft. Ook de begeleider wordt doorgaans geroemd en geprezen… Het zijn vaak regelrechte ‘ik’-documenten. Waarschijnlijk heeft dit ook te maken met het competentiegerichte onderwijs van de laatste jaren.
[Nu de zeven competenties voornamelijk als veel te agogisch op de helling gaan en binnenkort vervangen zullen zijn door ‘vakinhoudelijk bekwaam’, vakdidactisch bekwaam’ en ‘pedagogisch bekwaam’ zal dit hopelijk tot wat meer vakinhoudelijk gerichte eindwerkstukken aanleiding geven.]

We begrijpen niet hoe het mogelijk is dat op dit niveau ‘master’-titels worden binnengehaald. Als opleidingen dit soort ‘meesterstukken’ bekrachtigen, devalueert de mastertitel en tast het onderwijs op vakniveau in ernstige mate aan.

We raden toekomstige ‘handschrift’-masters aan deze besprekingen te lezen en hopen hiermee de kwaliteit van ‘meersterstukken’ zodanig te helpen verbeteren dat het handschriftonderwijs er ook wérkelijk baat bij heeft en er niet alleen maar door beschadigd wordt.

Ook op een andere manier werken we mee aan het verbeteren van de kwaliteit: sommige aankomende ‘masters’ zoeken contact met ons en stellen vragen. Ook laten sommigen ons meelezen met hun groeiende product. Het voorkomt blunders en geeft vaak nog aanvullende informatie waardoor beslist een bredere kijk ontstaat op het handschriftonderwijs.
Er zijn master-studenten die zich breed willen oriënteren en die zullen altijd herkenbaar zijn aan het gebruik maken van de informatie, die we al meer dan tien jaar verspreiden door middel van deze website en tientallen publicaties in de vorm van artikelen in didactische magazines en boeken over handschriftonderwijs en handschriftverbeteren.

We treffen ook wel iets breder georiënteerde ‘meesterstukken’ aan, maar voor het grootste deel worden de ontwikkelingen van de afgelopen ruim tien jaar genegeerd of slecht tot niet begrepen toegepast.