P. van Vossen-Bazen

“Eindrapportage over het praktijkonderzoek in het kader van de leerroute Master SEN Motorisch Remedial Teacher / Motorisch Begeleider”

Begeleid door: Mevr. Ine Vermeer Datum: 22 april 2010
Fontys Opleidingscentrum Speciale Onderwijszorg, Tilburg

Het hele werkstuk is te downloaden op de hbo-kennisbank

hbo-kennisbank.uvt.nl/cgi/fontys/show.cgi?fid=6187

of op

http://printfu.org/schrijfmethode

We bespreken dit ‘master’-eindwerkstuk door daaruit te citeren en ons handschriftinhoudelijk commentaar aan toe te voegen.

Allereerst een opmerking over de lay-out van het werkstuk. De tekst is uitgevuld. Dat betekent dat zowel links als rechts de marges recht zijn.
Als je iets weet van opmaak van letters en tekst, dan ga je een tekst niet uitvullen. Dat laat je over aan de opmakers van kleine clubkrantjes, die dat ook nog vaak in smalle kolommen doen. We zien dan ook overal grote tot zeer grote woordafstanden, hetgeen het regelverband en dus het leesgemak schaadt.

Uitgevulde tekst

Misschien ook iets voor begeleiders van ‘masters’ om aandacht aan te schenken.

Het doel van dit onderzoek komt voort uit de hulpvraag van mijn basisschool. Onze schrijfmethode is toe aan vervanging. Het is een oude methode waarvan niet alle materialen meer leverbaar zijn. Het kiezen van een nieuwe methode stond gepland voor het schooljaar 2010-2011. Na overleg met de directeur en het team heb ik goedkeuring gekregen om mijn scriptie te wijden aan een methodeonderzoek met betrekking tot schrijven.

We beschouwen het niet als een goede beslissing van het team, dat het ’t onderzoek naar een nieuwe schrijfmethode aan één persoon overlaat. Een professioneel team zal een ‘werkgroep handschrift’ instellen. Zoiets belangrijks als het advies voor een nieuw aan te schaffen methode (voor minstens de komende acht jaar), laat je niet aan één persoon over.

“De centrale vraag in deze scriptie is hoe ik de kwaliteit van het schrijfonderwijs binnen mijn groep kan verbeteren.”

Deze zin correspondeert niet met het doel dat aanvankelijk werd gesteld. Het ging toch om zoiets belangrijks als een methodekeuze voor de hele school? Nu is in deze ‘centrale vraag’ het doel al weer verlegd en versmald.
Het hele onderzoeksgebied beperkte zich aanvankelijk toch al tot ‘mijn school’ en nu gaan we nog een stap verder met verkleinen en beperken ons tot de groep. Zo krijg je ook geen beeld van hoe het handschriftonderwijs elders functioneert. Schrijfwerkgroepen gaan doorgaans wel op zoek naar scholen die met de nieuw te kiezen schrijfmethode werken en hoe dat bevalt. Ook nuttig kan het zijn een school te vinden die met de verkozen schrijfmethode is gestopt. Hoewel dat beslist niets zegt over de kwaliteit van het team, kan het toch belangrijke informatie geven om rekening mee te houden.

Het hele werkstuk ademt teveel de kneuterige sfeer van het microscopisch kleine onderzoek in en rond het eigen klaslokaal. De volgende, voor het onderzoek onnodige frasen versterken de kneuterigheid in sterke mate.

“Dit theorieonderzoek heb ik voornamelijk thuis gedaan. Boeken gelezen, theorie opgezocht en bestudeerd op het internet en alle informatie verwerkt op de computer.
Ik vind het fijn om thuis te werken. Zo kan ik mijn eigen tempo bepalen en pauze nemen wanneer ik daar aan toe ben.”

Voor een goed onderzoek moet je er toch op uit gaan. Je kunt juist bij zoiets belangrijks als een methodekeuze echt niet volstaan met wat de uitgevers zélf op hun website aan reclamekreten hebben geschreven. Je kunt van huis uit niet al die methodes inzien en de inhoud ervan vergelijken met de reclameleuzen die je op Internet vindt.
De methodes kunnen beter in mediatheken bestudeerd worden en dan is er veel meer te zien dat welke uitgever ook maar op zijn website kan tonen.

De knusheid van de scriptie wordt nog eens versterkt door uitgebreide dankbetuigingen aan ouders en schoonouders die het stofzuigen en het wassen van de vaat voor hun rekening namen. En niet te vergeten de medeleden van de studiegroep, door wie ze haar scriptie naar een hoger (!) plan wisten te tillen (pag. 54).

Het is voor ons een raadsel hoe de begeleider met deze kleinschaligheid en ontstellend amateuristische opzet heeft kunnen instemmen.
Daarbij heeft de ‘master in spe’ met grote stappen om alle bekende wetenschappelijke onderzoeken en vakkennis, die al jaren door de Stichting Schriftontwikkeling worden verspreid, heen gelopen. Het zal u wel duidelijk zijn dat de website van de Stichting Schriftontwikkeling niet als bron is gebruikt. Slechts één artikel van deze website heeft een plaats gekregen. Een artikel dat gaat over de op veel scholen toegepaste synthese ‘lezen en schrijven’. Een gevaarloos artikel als het om de essentie van de lettervormgeving gaat.

In een studie over het leren schrijven is het negeren van het werk van de Stichting Schriftontwikkeling van het afgelopen decennium bepaald een aantoonbare vergissing te noemen:

Al sinds 2002 heeft deze website, opgezet door Staatsgediplomeerde en Kwaliteitsgeregistreerde didactici Handschriftontwikkeling, veel vakkennis verspreid en een antwoord gegeven op het door wetenschappers vastgestelde deficit van de motorische benadering van het handschriftonderwijs. Hierover zijn tientallen artikelen geschreven en is ook een boek gepubliceerd (“Schriftkennis” bij Eduplaza).
In dit boek is overigens een complete leerlijn te vinden, die je dus niet meer zelf uit allerlei tussendoelen hoeft samen te stellen. Hierbij wordt er vanuit gegaan dat wat kinderen in groep 1 en 2 leren ook nog aansluit bij wat in groep 8 verworven en verwerkt wordt.

De Stichting Schriftontwikkeling heeft dus zoveel mogelijk wetenschappelijke bevindingen aan een, voor het handschriftonderwijs totaal nieuwe ‘grafo-cognitieve werkwijze’ toegevoegd. Het meest onderbouwde handschriftonderwijs is op deze website te vinden. Daarvan getuigen ook de wekelijks binnenstromende adhesiebetuigingen van leerkrachten en ouders.
Bij elke zoektocht op Internet stuit je bij handschriftonderwerpen op de Stichting Schriftontwikkeling. We twijfelen er dan ook niet aan of deze ‘master’ heeft veel gelezen op onze website. Het is tekenend en veelzeggend dat naar de website en de veelvuldige handschriftinformatie die daar gegeven wordt in de bronnenlijst niet verwezen wordt. Op pag. 19 vinden we beoordelingscriteria voor de handschriften van de kinderen die nooit in de twee genoemde schrijfmethodes aan de orde komen:

– letterverhoudingen
– spatiëring (ruimtes tussen de letters en de woorden)

In geen enkele methode (behalve in de methode “Schrift”) wordt aan de kinderen de verhoudingen van de letters uitgelegd. Ook wordt nergens aan de kinderen uitgelegd wat de juiste letterafstand is en evenmin wordt er daarin geoefend.
Het uitleggen van grafische verhoudingen heeft dan ook niets te maken met een studie ‘Motorische Remedial Teaching’. Uit een beweging kan nu eenmaal niet een specifieke verhouding voortvloeien.
Is de verhouding van de lettervorm bij Pennenstreken aan kinderen uit te leggen?

Als we de romp op 1 stellen zien deze verhoudingen er ongeveer als volgt uit:
Verhoudingen Pennenstreken

Er werd kennelijk een van te voren beraamde koers gevolgd en het was klaarblijkelijk de bedoeling op een bepaald product uit te komen.
Als je goed wilt onderzoeken moet je twee totaal verschillende werkwijzen met elkaar vergelijken. In dit geval heeft de ‘master’ zich beperkt tot twee methoden die allebei op de uitgangspunten van de perceptuo-motorische werkwijze zijn gebaseerd. Dat levert niet veel verschil op.
De ‘master’ geeft dit zelf ook toe:

De twee methoden die ik heb vergeleken en waarmee ik een lessencyclus heb uitgevoerd in groep 4 zijn beiden vergelijkbaar qua opzet.

Een nieuw doel duikt op:

Met deze scriptie wilde ik mijn team enthousiast maken voor het schrijfonderwijs.

Het is doorgaans niet te doen om andere collega’s in een team voor jouw belangstellingsonderwerp warm te krijgen. Ze hebben wel andere dingen aan het hoofd. Erger is, dat er wordt beschreven dat in dit team in de bovenbouw niet meer aan handschriftonderwijs wordt gedaan. Desondanks lezen we op pag 9:

Er zijn kinderen op onze school die groep acht verlaten met een onderontwikkeld handschrift. Ze schrijven te groot of te klein, los of vast, te snel of juist te langzaam. Ik denk dat dit voornamelijk ligt in het feit dat het vak schrijfonderwijs niet serieus gegeven wordt. In groep 7 & 8 wordt er helemaal geen aandacht meer geschonken aan het schrijfonderwijs.

Het is dan vooral verbazingwekkend dat er een lessencyclus in groep 4 gepland wordt.
Deze had in de hierboven genoemde groepen 7 & 8 moeten plaatsvinden. Hoe kun je ze in de bovenbouw enthousiasmeren als je de lessen waarmee dat moet gebeuren in groep 4 uitvoert? En inderdaad (pag 52):

Maar als ik terug kijk heb ik niet het gevoel dat ik mijn collega”s enthousiast heb kunnen maken voor het vak schrijven.

Ik wist waar ik over sprak en welke richting ik op wilde met mijn collega”s, maar daarin ben ik vergeten mijn enthousiasme voor het vak over te brengen.

Dit is echt niet het enige dat vergeten is, zoals uit deze bespreking blijkt.

VULLING
Het hele werkstuk is veel kleiner dan het lijkt. Er is onverantwoordelijk veel herhaling en onnutte informatie in te vinden. Het lijkt ons overbodig om de op dat moment geldende prijzen van een schrijfmethode over zes bladzijden weer te geven!
De eerste persoon enkelvoud komt 282 keer voor. Voor de beschrijving van een praktijk en de beschrijving van de wenselijkheid van een werkwijze lijkt ook dat wat veel.
Zinnen zoals de hiervoor geciteerde en de volgende versterken het ‘ik’-karakter van het hele werkstuk door dit woord wel drie of vier keer in een zin te gebruiken.

Ik weet dat ik deze houding aanneem om ervoor te zorgen dat ik op tijd klaar ben met mijn scriptie.

Onder de overige, voor een/dit master-werkstuk volkomen irrelevante informatie behoort ook de vermelding dat de conciërge twee ochtenden per week op school aanwezig is…

INCORRECTE METHODEINFORMATIE
Van de methode “Schrift” (ThiemeMeulenhoff) wordt in het schema op pag. 33 gezegd dat er geen software voor het werken op het digibord aanwezig zijn. Echter, de bij elke groepsmap geheel aan de groep aangepaste cd’s (en dvd voor groep acht) zijn de meest gevarieerde en gevulde digitale begeleidingen van alle schrijfmethodes. Er is een keur aan letterfonts (voor speciale uitdagende situaties te gebruiken) trajectpresentatie van letters, werkbladen, een uniek interactief programma voor letteranalyse door de kinderen, letterfilms voor instructie, een specifiek leerlingzelfvolgsysteem, een unieke letterzonepuzzel, inkleurinitialen, collagecellen en interactieve puzzels om kinderen bepaalde beelden zoals manuscriptbladzijden beter te laten bekijken. Ook is er speciaal leerkrachtmateriaal, zoals muziek, een onderzoek voor het vaststellen van de handschriftkwaliteit door de hele school, analyseletters, voorbeelden voor anti-ballistisch bewegen, schrijfhoudingsfoto’s, voorbeelden voor tests kleurenblindheid en een uitleg over het geven van inhoudelijke feedback en de juiste wijze van corrigeren. Het is verwonderlijk hoe je zo om kunt gaan met wat er in een methode al of niet aantoonbaar aanwezig is.
Als deze informatie in het geheel onjuist is, hoe betrouwbaar is dan de overige informatie.

BRONNEN
We schreven in onze inleiding al over het ‘Stichting Schriftontwikkeling’ vermijdend gedrag. Als we kijken naar de bronnen die wél geraadpleegd zijn, dan zijn daar niet veel bij die op een of andere manier vakkundig zijn gecertificeerd.
Met dit laatste bedoelen we dan dat een boek dat of bron die over handschriftontwikkeling gaat geschreven is door iemand die het vak aangetoond beheerst. Dus niet een orthopedagoog die veel belangstelling heeft voor het vakgebied schrijven en dit vervolgens heeft geannexeerd. Ook de genoemde auteurs van beide onderzochte schrijfmethodes beschikken niet over de benodigde, met certificaten aantoonbare vakkennis op het gebied van de handschriftdidactiek.

Hoe onderzoek je zoiets? Desnoods door de auteur een mailtje te sturen en te informeren naar zijn/haar antecedenten. En niet door aan te nemen dat iedereen die maar iets over handschriftontwikkeling schrijft vanzelf als bron gezien kan worden voor een ‘master’-studie. Wat stelt die studie dan nog voor?

SLOTCONCLUSIE
We vragen ons dus op grond van bovenstaande overwegingen en vaststellingen ernstig af wat een ‘master’-titel en de bijbehorende begeleiding eigenlijk voorstelt.
Deze studie heeft bij ons het respect voor de ‘master’-titel in elk geval aanzienlijk verkleind. Dit besproken voorbeeld is een ‘ik’-document van laag onderzoeks-allooi geworden, waarbij een hoofdstuk over ‘Ethiek’ moet verhullen dat er geen wezenlijke pogingen zijn ondernomen om de zuiverheid van de bronnen te onderzoeken.

In het hoofdstuk Ethiek vinden we de volgende quote:

De resultaten van mijn onderzoek zijn op basis van controleerbare gegevens. In mijn scriptie maak ik doorlopend gebruik van bronverwijzingen. De literatuurlijst geeft een volledig beeld van mijn bronnen die ik gebruik tijdens dit onderzoek. Mijn teamleden kunnen er van uitgaan dat mijn onderzoek gebaseerd is op feiten en naar waarheid is
geschreven.

Ongetwijfeld is dit waar. Maar er staat niet dat bepaalde, voor de hand liggende bronnen, die een geheel andere werkwijze behelzen, zijn gemeden. De teamleden van deze ‘master’ kunnen er van uitgaan dat die literatuurlijst een volledig beeld geeft van de bronnen die gebruikt zijn. Maar, hoe staat het met de bronnen die niet gebruikt zijn? Hoe waar is waar?? En wat is dan nog ‘ethiek’?

Dit alles heeft het handschriftonderwijs ook nog een ‘nieuwe visie’ opgeleverd:

Tijdens het maken van deze scriptie heb ik een nieuwe visie ontwikkeld;

“De kwaliteit van het schrijfonderwijs kan worden verbeterd door het geven van goede gestructureerde lessen schrijfonderwijs, waarbij de leerkracht de vorderingen van de leerlingen volgt, achterstanden tijdig signaleert en adequaat hulp biedt.”

Afgezien van de taalfout ‘goede gestructureerde lessen’ (Zijn ze ‘goed gestructureerd’ of zijn het ‘goede, gestructureerde lessen’??): Wat is in vredesnaam nieuw aan gestructureerde lessen. Of goede lessen. Of het volgen van de vorderingen van de leerlingen, waarbij achterstanden worden gesignaleerd en hulp wordt geboden??

Bladibla… Meer is het helaas niet.