“De pengreep leer je in de bouwhoek” ??

In het blad van de Algemene Onderwijs Bond van 17 december 2016 is een interview opgenomen onder de titel “De pengreep leer je in de bouwhoek”.
Omdat de geïnterviewden blijk geven van apert amateurisme op het gebied van handschriftontwikkeling en -begeleiding is het de moeite waard dit artikel per uitspraak van vakkundig commentaar te voorzien. De oorspronkelijke interviewcitaten zijn cursief gezet.

==========================================================

De pengreep leer je in de bouwhoek

Om te leren schrijven heb je een goede pengreep nodig. Werk aan de winkel voor de kleuterleerkrachten. Weg met de iPad, kom maar door met de bouwsels en werkjes.

Leren schrijven begint met een goede pengreep. Zonder krijgen kinderen last van hun polsen of schouders.

Voor deze uitspraak wordt geen bewijs meegegeven. Het verband wordt ook niet logisch verklaard.
Een aanname dus.

Of krijgen ze al na één zin schrijfkramp. Dat doet geen goede dingen voor de schrijflust.

Waarom na één zin?? Wat is schrijfkramp eigenlijk? Niet iets dat je zomaar oploopt, ook niet als je veel moet schrijven. Het is een verkramping van de betrokken spieren, die zich slechts zeer zelden voordoet en die alleen met botuline-injectie bestreden kan worden. Iemand die last heeft van het grijpen en knijpen in de pen gebruikt teveel greepdruk. Dit heeft helemaal niets met schrijfkramp te maken. Je moet deze greepdruk dan ook met kinderen oefenen en bewust maken. Dit gebeurt over het algemeen in geen enkele schrijfmethode, de goede niet te na gesproken. 

Het goede nieuws is dat het aanleren van een juiste pengreep voor de meeste kinderen helemaal niet moeilijk is.

Dit is wel juist. Het is helemaal niet moeilijk om de goede greep vanaf het begin aan te leren. Als je zelf stelt dat het aanleren niet moeilijk is, waarom zou je kinderen dan laten ‘zwemmen’ en het zelf maar moeten uitvinden? Er zijn kinderen die het op die manier nooit lukt. Ze gaan toch niet naar school om alles zélf uit te vinden of uit zichzelf te laten ontwikkelen? Dan kunnen ze net zo goed thuisblijven. 

“Het is onderdeel van de motorische ontwikkeling die ook zonder onze ingreep via een vast patroon verloopt”, vertelt Marion van der Meulen, auteur van de schrijfmethode Pennenstreken. 

Het is onbegrijpelijk hoe we na de leeftijd van ± 3 jaar nog van een motorische ontwikkeling zouden kunnen spreken. Je kunt dan in wezen alle vaardigheden leren en de vele video’s op YOUTUBE laten dit dan ook zien. Maar vergeten wordt dat het helemaal niet om een natuurlijke maar om een culturele ontwikkeling gaat. Een viooldocent wacht dit dan ook niet af. Elk kind krijgt vanaf de eerste les de juiste stokgreep voorgedaan en moet uitsluitend met die ene goede greep oefenen. Als een auteur van een schrijfmethode dit soort onzin kan verkopen, zijn de kinderen aan puur amateurisme overgeleverd. Dat gebeurt in het onderwijs toch al teveel. 

“Dus: ook wanneer kinderen niet naar school zouden gaan, houden ze op hun derde hun potlood anders vast dan op hun zesde.”

Wie zegt dan dat dit de juiste greep is? 

“Vanaf de leeftijd van vier a vijf jaar kun je van kinderen een goede pengreep verwachten, eerder is de ontwikkeling in de handen nog niet ver genoeg”, weet remedial teacher en oud-kleuterjuf Erica Kruijk.

Onze ervaring is dat je peuters van 2 jaar oud heel makkelijk de goede greep kunt voordoen en laten oefenen. En je kunt ze ook nog goed laten zitten door de stoel goed aan te schuiven, zodat er niet voorovergebogen gewerkt kan worden. Juist door er vroeg bij te zijn voorkom je een geautomatiseerde verkeerde greep. 

Over de hele linie moet de fijne motoriek goed ontwikkeld zijn Maar”, zegt Pennenstreken-auteur Van der Meulen, “verwacht geen wonderen van kinderen die motorisch achterlopen.”

Elke motorische taak is ‘taak-specifiek’. Je kunt een insteek-mozaïekje oefenen en dan zal het insteken van de pennetjes na verloop van tijd beter gaan. De pengreep wordt er niet beter van. Er is nooit een algemene transfer van fijn oefenen met bijvoorbeeld knippen op kleuren of schrijven of de pengreep aangetoond. Ook dit is een aanname. Een goede pengreep kan alleen met een pen worden geoefend, niet door te gaan punniken. Een kind met een pen in vuistgreep heeft doodeenvoudig geen goede begeleiding genoten. En… een goede leerkracht of methodemaker heeft, als het goed is, juist enorme verwachtingen van kinderen!

Idealiter hebben kinderen vanaf groep 3 een goede pen greep. Het liefst een zogenaamde ‘driepuntsgreep’, daar bij pakken duim en wijsvinger de pen vast, terwijl de middelvinger het potlood ondersteunt. “Vroeger werd een andere greep dan die driepuntsgreep er bij wijze van spreken uit geramd”, vertelt Van der Meulen. “Maar de inzichten zijn veranderd. Als een kind lekker schrijft m een vierpuntsgreep is dat ook prima. Zolang de beweging maar vanuit de vingers komt en niet vanuit de pols.”

De zin dat de driepuntsgreep er in werd ‘geramd’ is geschiedvervalsing. Daar zijn ook geen bronnen van. Er was vroeger wel meer aandacht voor een goede greep, omdat je zonder zo’n goede greep een kroontjespen niet goed kunt aansturen. 

Moet een leerkracht lijdzaam afwachten tot de tijd verstrijkt en de leerling klaar is voor de pengreep? “Een kleuterjuf kan de algehele motoriek wel stimuleren.

Het oefenen op de ‘algehele motoriek’ heeft geen zin als het om een correcte aansturing gaat. Het is datgene dat ook een sporter oefent als hij ‘motorische oefeningen’ doet: het vergroten van spierkracht en het verwerven van een hogere lenigheid in de gewrichten en pezen. Maar een betere aansturing om de lettertekens volgens de vormgevingsregels uit te voeren verkrijg je niet met ‘algehele motorische oefening’. Daar is nog nooit een wetenschappelijk bewijs voor aangeleverd. Het kan ook niet. Als ik beter Chinees wil schrijven kan ik nog zoveel motorische oefeningen doen, maar de Chinese karakters zullen daar niet beter van worden. 

” Keihard oefenen dus. “Nee”, zegt Van der Meulen. “Als je het goed benadert, heeft geen enkel kind in de gaten dat hij al aan het oefenen is voor schrijven.”

Natuurlijk heeft geen kind dat in de gaten. Er wordt namelijk op die manier in het geheel niet voor schrijven geoefend!

Remedial teacher Kruijk somt op: “Spelen met een plankje met gaatjes en gekleurde prikkertjes, met kleine blokjes, met knikkers, met borduurkaarten, kralen rijgen, het zijn allemaal oefeningen die de fijne motoriek stimuleren Die kralen, blokjes of prikkertjes moet je allemaal vasthouden op een manier die gelieerd is aan de driepuntsgreep. Ook bij het scheuren van papier in kleine reepje heb je elke keer die greep nodig.”

Wat je nodig hebt is niet ‘het stimuleren van de fijne motoriek’, maar het oefenen in nauwkeurigheid van waarnemen en uitvoeren. Er is nog nooit een transfer aangetoond tussen verschillende activiteiten. Alle taken kun je alleen taakspecifiek oefenen. Van kralen rijgen wordt je beter in kralen rijgen, maar je gaat er niet zuiverder van op je viool spelen. 

Het probleem is dat kleuters steeds minder tijd doorbrengen in de bouwhoek, en meer tijd achter een scherm. “Maar swipen doet weinig voor je motorische ontwikkeling”, vertelt Van der Meulen. “Dat doe je vanuit je pols niet vanuit je vingers.

Van het lezen van een boek doe je ook weinig aan motorische ontwikkeling. Het is niet zinnig om elke activiteit die niet de vingers in beweging zet, af te wijzen. Als kinderen lezen hebben geleerd en steeds vaker achter een boek te vinden zijn zeggen we ook niet dat het weinig doet voor je motorische ontwikkeling. 

Doordat de motorische ontwikkeling tegenwoordig minder gestimuleerd wordt, zie je dat kinderen pas op latere leeftijd een goede pengreep krijgen. Daar krijg ik veel vragen over op scholen.

De juiste pengreep heeft alleen maar wat te maken met het verantwoordelijkheidsgevoel, de bijbehorende instructie en het goede voorbeeld van de leerkracht te maken. Als de leerkracht deze pengreep op de juiste wijze laat oefenen met bijbehorende grafische oefeningen, kan elk kind, het liefst zo jong mogelijk, de driepuntsgreep leren en automatiseren.
De passende bijbehorende oefeningen zijn bij de Stichting Schriftontwikkeling geheel gratis aan te vragen.

Wat ook meespeelt, is de hoeveelheid tijd die kinderen schrijvend door­brengen. Vroeger schreven ze de hele dag,  zes uur per dag.

Ook weer zo´n idioot verzinsel! Natuurlijk schreven ze vroeger niet zes uur per dag. Dat was meteen de totale schooltijd, dus iets anders dan schrijven deden ze kennelijk niet. Alweer zo’n uit de lucht gegrepen aanname. Wij weten uit persoonlijke ervaring dat dit niet klopt. 

“Nu halen ze misschien zes  uur per week. Ze werken met werkboekjes waarin ze dingen omcirkelen, ze doen  veel op computers. Het automatiseren van  de pengreep én het schrift gaat langzamer  dan vroeger.” Meer spelen, is het devies.

Alweer de aanname dat je van meer spelen vanzelf een betere pengreep krijgt. Een betere pengreep krijg je alleen door de juiste oefening en een verantwoorde vakkundige begeleiding en bovenal: handhaving door de leerkracht.

En val voor­ al niet in de valkuil van de schrijfpatronen. Van der Meulen: “Ik zie ze nog steeds  in sommigen methodes: schrijfpatronen  waarmee je een goede pengreep zou leren. 

Weer een aanname, die niet bewezen wordt. Schrijfpatronen waren helemaal niet bedoeld om de pengreep te verbeteren. Ze kwamen voort uit de opvatting dat schrijven niet meer was dan het bewegen in de vorm van lusjes, zowel rechts- als linksom. Als je nu maar vak lusjes oefende zou het handschrift daar vanzelf beter van worden. Overigens is er in alle literatuur die dit beweert geen onderzoek te vinden die dat bevestigt. Ook een aanname dus. 

Maar die patronen stammen uit de tijd  van de kroontjespen.

Grote onzin! In de tijd van de methodes waar het schrijven met de kroontjespen werd geoefend kwamen nog helemaal geen schrijfpatronen voor. Hooguit werden soms zogeheten ritmische oefeningen gedaan, waarbij een letter als de i een aantal malen achter en aan elkaar geoefend werd. Dit werd gedaan om het expanderen van de penpunt, wat door toegenomen druk altijd gebeurde bij neerhalen, regelmatig te laten worden. Neerhalen waren dikker dan ophalen. “Dun op, dik neer” was het devies. Het waren dus geen patronen, maar werkelijke letters die ritmisch geoefend werden. De schrijfpatronen ontstonden pas toen de penpunt rond (en dik) was.

Het bedienen van de  kroontjespen was een vaardigheid an sich.  En omdat het inefficiënt was na elke letter  je pen weer in de inktpot te dippen, moesten kinderen het verbonden schrift aanleren.

Hiermee wordt heel erg duidelijk dat de voor deze citaten verantwoordelijke personen over geen enkele vakkennis beschikken als het gaat om de handschriftontwikkeling en de penhantering.
Maar ook via de regels van de logica kom je een eind. De pen doop je pas in als er te weinig inkt aan zit. Dat heeft niets te maken met het aan elkaar schrijven. Zelden zien we zoveel onzin bij elkaar op het gebied van handschriftontwikkeling.

Er moest veel geoefend worden. Dat  deden mensen met guirlandes tekenen,  schrijfpatronen werden ontwikkeld. Maar  sinds de balpen hebben die schrijfpatronen geen doel meer.”

Juist sinds de balpen konden de schrijfpatronen als oefening gebruikt worden!
Er valt één positieve opmerking te maken: schrijfpatronen hebben inderdaad geen nut. Maar dat heeft met het gebruik van een balpen niets te maken. Het zijn vormen die in de verte aan letters doen denken. Maar juist omdat ze van de juiste lettervorm verschillen en het oefenen ervan tot automatiseren leidt, kun je beter maar in één keer de juiste lettervormen leren schrijven en niet eerst een geautomatiseerde verkeerde vorm die je later weer met veel moeite moet afleren.
En omdat je dus voor de voorbereiding van het leren schrijven niets moet doen dat op letters schrijven lijkt, heeft de Stichting Schriftontwikkeling juist voor die periode het al hierboven genoemde programma ontwikkeld, waarbij kinderen leren vanuit een goede houding en greep grafische nauwkeurigheid in waarnemen en uitvoeren te bereiken. Gratis aan te vragen via info@schriftontwikkeling.nl 

Hoe ontwikkelt de pengreep zich?

Hier volgt in het interview een opsomming, verlucht met vier slechte tekeningen van een zogenaamde pengreepontwikkeling. De pengreep ontwikkelt zich echter niet, zoals hiervoor betoogd, omdat het om een culturele vaardigheid gaat. Natuurlijke vaardigheden ontwikkelen zich vanzelf. We hebben het dan bijvoorbeeld over liggen, omrollen, zitten, kruipen, staan, lopen en rennen. Alle kinderen doorlopen deze ontwikkeling vanzelf, zij het dat soms de volgorde iets kan verschillen. We spreken dus van een natuurlijke ontwikkeling als de verschillende fasen vanzelf in elkaar overlopen en tot zelfstandig gedrag leiden.
Taal, als niet-schriftelijke (vooral mondelinge) communicatie, komt ook bij elk volk voor en hoort ook bij natuurlijk gedrag. Ook daar zien we een ontwikkeling die vanzelf verloopt. Het schrift behoort bij een andere categorie: de culturele vaardigheden. Daar horen bijvoorbeeld ook bij: autorijden, biljart spelen, kwartetten, domino, fietsen en het bespelen van een muziekinstrument. Deze vaardigheden zijn cultureel, omdat ze op afspraken en doorgegeven kennis zijn gebaseerd. Dat zijn de natuurlijke ontwikkelingsfasen niet. Lettertekens ontwikkelen zich niet vanzelf bij elk mens. Ze moeten aangeleerd worden, zowel om ze te coderen, te decoderen als te schrijven. De bijbehorende pengreep is dus ook een culturele aangelegenheid en ontwikkelt zich niet vanzelf.

Kinderen leven niet op een eiland. Ze zien om zich heen verschillende pengrepen en vaak zullen ze de pengreep van een voor hen belangrijk persoon overnemen. Daarom is het zo belangrijk dat de leerkracht het zélf goed voordoet.
We zien helaas teveel leerkrachten die zelf het goede voorbeeld niet geven. 

Bron: Cursusmap Kleine motoriek en schrijven van de stichting Motorische Remedial Teaching in Beweging.

Deze stichting zou zich niet met andere vakgebieden horen bezig te houden.

Onderstaande afbeelding wordt toegevoegd, alsof het om een natuurlijke ontwikkeling gaat: