"Schrijfkramp geselt de student"

Hier leest u het complete Volkskrantartikel “Schrijfkramp geselt de student

En hier het oorspronkelijke nieuws van Het Nieuwsblad

We hebben als volgt gereageerd met een ingezonden, niet geplaatste brief:

Geachte redactie,

We reageren op het artikel “Schrijfkramp geselt de student”.
Ook nu weer heeft iets anders ‘het gedaan’ dan het onderwijs: de computer is deze keer de schuldige.
Natuurlijk vermindert de kwaliteit van een vaardigheid als je deze steeds minder gebruikt, maar dat is niet de wezenlijke oorzaak van de genoemde, vermeende ‘schrijfkramp’. Allereerst is ‘schrijfkramp’ iets dat heel weinig voorkomt en heel ernstig is. Het is een vorm van dystonie (slechte, willekeurige spierspanningen), waarbij vanzelf krampen voorkomen, die je niet kunt beheersen.
Dat is in de beschreven gevallen niet aan de orde. Er is alleen maar sprake van een verkeerde greep. De greep die voor het schrift nodig is, omdat het schrift daaruit is ontstaan is de zogeheten driepuntsgreep. De pen rust op de middelvinger en de duim en wijsvinger rusten aan de zijkant tegen de schacht van de pen. Ze raken elkaar daarbij net wel of net niet.

Met druk schrijven is zo beslist niet nodig. De nagels kunnen helemaal roze blijven. Als je teveel druk toepast zie je een scheiding tussen wit en rood onder de nagels.

Een algemeen toegepaste en van elkaar overgenomen duimdwars- of duimovergreep is over het algemeen de oorzaak van teveel druk op de middelvinger. Vooral veel meisjes nemen die greep van elkaar over, daarbij niet gecorrigeerd door de, meestal vrouwelijke leerkracht (die zelf vaak zo ook nog eens dezelfde greep hanteert en daarmee het verkeerde voorbeeld geeft. Bijverschijnsel van de feminisering van het onderwijs dus).

Als je te hard drukt met die duim, komt alle druk op de middelvinger terecht, die zich ter ondersteuning onder de pen bevindt. Zo ontstaan de schrijfknobbels die veel leerlingen en studenten als bewijs hiervan op de zijkant van hun middelvinger hebben ontwikkeld.

Het beschreven verschijnsel van de lettermix, waarbij ‘hoofdletters’ en andere willekeurige lettervormen door elkaar heen gebruikt worden, is het directe gevolg van een funeste en destructieve aanbeveling die doorgaans in de hoogste leerjaren van het basisonderwijs wordt gegeven aan de leerlingen. Deze hebben dan namelijk tot en met groep 5 of 6 redelijk goed leren schrijven en krijgen in groep 7 of 8 het volgende te horen: “Jullie mogen vanaf nu zelf weten hoe je schrijft.” De keuze is dan in eerste instantie ‘los’ of ‘verbonden’. Als je los schrijft, wat de meesten gaan doen, past daar elke hiëroglief tussen. Als je aan elkaar schrijft zijn alleen verbindingsgeschikte letters bruikbaar. Dat beperkt de variatiemogelijkheden enorm. Verbonden schrift garandeert tenminste consistentie in dat opzicht.

Het is natuurlijk onzinnig om het handschrift dat in vijf jaar ontwikkeld werd zomaar in de prullenbak te gooien. Waarom hebben de kinderen en leerkrachten daar in de afgelopen jaren dan zoveel energie in gestoken? Stel dat je zou zeggen: “Vanaf nu mogen jullie je eigen spelling ontwikkelen!” Nederland zou te klein zijn! Bij schrijven mag dat zomaar.
Leerkrachten in de bovenbouw geven doorgaans geen schrijfles meer en roepen op die manier dus gewoon op tot de grafische anarchie waar men in het voortgezet onderwijs zoveel last van heeft. Bij de Stichting Schriftontwikkeling melden zich dan weer dagelijks de ouders van kinderen die veel lager presteren dan verwacht mag worden .
Zo ontslaan veel leerkrachten zichzelf van de verantwoordelijkheid kinderen af te leveren met een functioneel handschrift. Wie zelf vaak niet meer schrijft denkt al gauw dat dit voor iedereen geldt. We weten echter totaal niet wat je later in je leven nog te wachten staat. Een basisschool moet basisvaardigheden aanleren. Dat is hun eerste verantwoordelijkheid, die geldt tot en met groep 8. Taal/lezen, schrijven en rekenen is die trits van basisvaardigheden. Wij kunnen Iedereen een goed en bruikbaar handschrift leren schrijven met een goed greep. Wat er voor nodig is, is voldoende lettervormgevingskennis en eigenvaardigheid van de leerkracht, zoals beschreven staat in de Kennisbasis Handschrift voor de pabo.
Niet de schrijfkramp geselt de student, maar het slechte handschriftonderwijs.

Met vriendelijke groet,

Astrid Scholten
Ben Hamerling

Stichting Schriftontwikkeling
Nationale Stichting en kenniscentrum ter bevordering van de handschrift- en toetsenbordvaardigheidsontwikkeling in het onderwijs

https://non-vibrato.jimdo.com