Schrijfpatronen en een alternatief

Op deze pagina tonen we wat verzamelde informatie over schrijfpatronen die elders op deze website te vinden zijn.

Over schrijfpatronen doen veel misverstanden de ronde.
Het eerste misverstand zit ‘m al in de naam.
Het woord suggereert dat je hiermee iets voor het ‘schrijven’ doet. En dat een ‘patroon’ iets met schrijven te maken heeft. Beide suggesties worden echter niet bewaarheid.

WAT ZIJN SCHRIJFPATRONEN EN HOE ZIEN ZE ERUIT?
Wat zijn het, waar komen ze vandaan, wat wil men ermee en wat is het effect?
Een sluitende definitie, waar de vakmensen het over eens zijn, zul je nergens vinden.

Vanuit Engeland ontstonden merkwaardige, met elkaar door middel van lange halen verbonden woorden.

Carstairs

Men verschoof de aandacht van het product (met de kwaliteitseisen daarvan) naar het proces (waarvoor geen kwaliteitscriteria bestonden [en nog steeds niet bestaan.])
Er moest dus steeds meer in het proces geoefend worden. Als je dat doet, kun je vanzelf geen kwaliteitseisen meer stellen aan het product.
De verbindingshalen tussen woorden en regels verwerden tot herhaalde trajecten en werden schrijfpatronen genoemd.

Luchtschrijven

Men ging op den duur zover, dat de schrijfpatronen zelfs met brede armzwaaien in de lucht moesten worden uitgevoerd.
Het met grote, het liefst ook nog gestrekte armbewegingen (soms zelfs staande en met beide armen tegelijk en ook nog een potlood in de hand of zelfs met repen crêpepapier  in de lucht zwaaien kan natuurlijk nooit een goede voorbereiding zijn voor een activiteit, die je goed zittend en met een goede greep vanuit je vingers moet uitvoeren. De ongebreidelde fantasie van sommige auteurs ging zelfs zover om aan te bevelen dit ook te doen met de neus, een gestrekt been of voet vanuit de enkel of zelfs met de ogen!
U begrijpt: er is in geen van deze gevallen voor het kind of de leerkracht zichtbare feedback. Deze capriolen zijn de ultieme consequentie van het oefenen van het proces. Productcriteria vervallen dan letterlijk…

Heeft u wel eens luchtgitaarspel gehoord? Of misschien zélf luchtgitaar gespeeld?

Luchtgitaar

Moeten we echt ‘geloven’, ‘aannemen zonder bewijzen of waarnemingen’, dat iemand werkelijk gitaarspelen kan voorbereiden door ‘luchtgitaaroefeningen’? Of dat een handvaardigheid vanuit de schouder in de lucht het schrijven werkelijk oefenen of voorbereiden kan?

Schrijfpatronen zijn dus herhaalde routes die aan elkaar verbonden zijn.
Er ontstonden guirlandes (neergaande bogen), arcades (opgaande bogen), overlappend of met lusjes en een zig-zagpatroon.

Schrijfpatroonvoorbeelden

We zien tevens een aantal schrijfpatronen die in het geheel niet herkenbaar in lettervormen voorkomen. Het is dus zéér sterk de vraag wat die vormen daar doen. Een opvallend kenmerk van de meeste schrijfpatronen is dat ze vrijwel geen duidelijk rechte lijndelen vertonen. Die rechte lijndelen zijn een essentieel kwaliteitsaspect van het Westerse schrift, waar het onderscheid tussen rechte en gebogen lijndelen juist het onderscheid uitmaakt tussen de verschillende tekens.

Het laatste patroon wordt door sommigen al decennia onterecht ook wel de ‘krakeling’ genoemd. Dit getuigt echter niet van een correcte en nauwkeurige waarneming. Een krakeling heeft juist de beide bogen naar dezelfde kant (dus twee keer linksom).


Het nu ontstane ‘schrijfpatroon’ brengt kinderen in elk geval al voorbereidend in verwarring voor de later te leren schrijven letter ‘f’, die met meer recht een krakeling genoemd zou kunnen worden.

De vorm die hier rechts getoond is , is de oude lange ‘s’, die vroeger (meestal in het woord en niet aan het eind ervan) gebruikt werd. Het is echter geen vervanging voor de letter ‘f’. Het is dan ook volkomen onduidelijk waarom deze vorm door middel van een schrijfpatroon geautomatiseerd moet worden. Een dergelijke letter komt in het huidige alfabet niet voor.

HET DOEL VAN SCHRIJFPATRONEN
Als je leerkrachten vraagt waarom ze schrijfpatronen gebruiken dan ontstaat vaak een keur aan antwoorden.
We zullen hieronder een aantal van die argumenten laten zien en deze analyseren.

Een veel gehoord argument is dat men kinderen met schrijfpatronen willen leren om ‘vloeiend‘ te bewegen.
Of dit een eis is die vooraf moet gaan aan het leren schrijven is de vraag die doorgaans niet beantwoord wordt.
Meestal wordt een handeling pas ‘vloeiend’ als je er zeer bedreven in bent. Het doel kan niet zijn ‘schrijfpatronen vloeiend te leren schrijven’, anders maak je van de schrijfpatronen een doel.
Of je vloeiend leert schrijven door vooraf schrijfpatronen te oefenen is nog maar de vraag. ‘Vloeiendheidsoefeningen voorafgaande aan een vaardigheid’ komen eigenlijk nergens voor. Stelt u zich voor dat u Spaans wilt leren en op cursus Spaans gaat. Wat zou u ervan vinden als de cursusleider ‘vloeiendheidsoefeningen vooraf’ zou gaan doen met u?
We vermoeden dat u daar weinig heil van verwacht, want iedereen weet dat dé manier om vloeiend Spaans te kunnen spreken eindeloos oefenen en veel praktiseren is. Vloeiendheid is dus een toegift op veel oefenen en kan niet vooraf worden verworven.

Als ‘vloeiendheid vooraf’ oefenen dus zinloos is wat hou je dan nog meer argumenten of redenen over om schrijfpatronen te oefenen?

Wel, zo denkt men, met schrijfpatronen kun je bepaalde letterdelen vooroefenen.
In lusjes en bepaalde, uit op en neergaande bewegingen ontstane vormen, worden letters of letterdelen herkend. Als kinderen nu die lusjes oefenen, zullen ze het later makkelijker hebben als ze de letter moeten leren schrijven. We zullen op deze pagina nog zien dat dit juist niet gebeurt. De reden is eenvoudig. Letters hebben historisch gezien een heel andere ontstaansgrond en moeten daarmee aan andere criteria voldoen dan schrijfpatronen.

Ook wordt veronderstelt dat schrijfpatronen helpen om het schrijven te automatiseren.
Kan dat wel? Wàt automatiseer je dan?
Je automatiseert alleen de beweging die je oefent. Dat is dus het schrijfpatroon. Als dit schrijfpatroon de perfecte vorm heeft, zoals die in de letters voorkomt, is er in dit opzicht nog niet zoveel aan de hand. Echter, schrijfpatronen wijken altijd af van de uiteindelijke lettervorm. Je automatiseert dus iets, dat later nét even anders weer opnieuw moet worden vormgegeven. Iedereen in het onderwijs weet dat afleren lastiger is dan aanleren. Als je éérst iets moet afleren vóórdat je iets nieuws aanleert, heb je dubbel werk.
Meestal lukt dat dan ook niet meer.

Je kunt met schrijfpatronen de fijne motoriek oefenen, menen velen.
Een al lang durend misverstand. Je kunt de fijne motoriek niet oefenen. Je kunt alleen maar specifieke fijne taken oefenen en steeds beter worden in die taak. M.a.w. als je punnikt, oefen je op dat zelfde moment alleen maar de vaardigheid van het punniken. Niet de vaardigheid van het Origami-vouwen. Nog nooit is aangetoond dat je van punniken beter gaat Origami-vouwen. Om op het terrein van school en kind te blijven: als een kind met een prikpen in een prikkaart oefent, zal het daarna niet beter kunnen kleuren. Motoriek is algemeen toepasbaar en beschikbaar. Afhankelijk waar je het voor inzet zal die specifieke vaardigheid verbeteren. Een andere vaardigheid wordt daar niet door bevoordeeld. Je kunt dus wel een vaardigheid oefenen, die men zal associëren met fijne motoriek, maar je kunt daarna niet aantonen dat het een verbetering op een andere vaardigheid bewerkstelligt.
Wat kun je dan wel op het gebied van fijne vaardigheden? Je kunt kinderen een andere attitude bijbrengen van nauwkeurig waarnemen en nauwkeurig uitvoeren.
Door middel van schrijfpatronen is dat nooit aantoonbaar mogelijk. Door middel van het door ons hieronder beschreven alternatief kan dat wel. En wel zodanig, dat zowel leerkracht als leerling samen de progressie ervan kunnen vaststellen.

Sommigen menen dat je met schrijfpatronen ‘ritmisch bewegen‘ oefent.
Hoe jammer ook, schrijven met een pen is niet een ritmische instrumentele vaardigheid. Daar gebruik je muziekinstrumenten voor. Je zou schrijfpatronen nog met enig ritme kunnen uitvoeren, maar dan maak je van de schrijfpatronen een doel. Zodra je letters gaat schrijven is alle ritme meteen verdwenen. Als je dit wilt controleren ga je als volgt te werk:
Je houd je hoofd overdwars, legt een kartonnetje op je oor en laat een ander daar een woord op schrijven. Je bent dan gauw overtuigd van het feit dat schrijven niets met ‘ritme’ te maken heeft. Wat je hoort is een onregelmatig ‘geruis’ waarin geen muziek of ritme te herkennen is. Er is geen verband tussen schrijven en muziek. Het is dan ook niet zinvol om die link wél te leggen als je schrijfpatronen oefent.

Uiteindelijk oefen je toch wel de ‘schrijfbeweging‘. Dat is een argument dat nog wel eens overblijft.
Maar… wat ís dat eigenlijk, een schrijfbeweging? Bestaat zoiets wel?
De inherente vraag is hier dus eigenlijk of er een taakspecifieke beweging bestaat of kan bestaan.
We denken dat niemand zoiets kan aanwijzen. We weten allemaal dat een horlogemaker de horloges niet maakt vanuit ‘horlogemakersbewegingen’. Zo tekenen we, om ons tot een eveneens grafische techniek te beperken, ook niet met ‘tekenbewegingen’. Geen tekendocent zou het in zijn hoofd halen om aan zijn studenten ‘tekenbewegingen’ aan te leren. Ook kennen we geen ‘gootsteenontstopbewegingen’, ook al vergt het leegplukken van het gootsteenputje bewegingen, die zeer sterk lijken op die van het hanteren van een pen, compleet met de driepuntspengreep. Waarom zouden er dan wel ‘schrijfbewegingen’ bestaan.

Motoriek, als dat begrip al een goede definitie kan krijgen, is in elk geval niet meer dan het mogelijk maken van specifieke bewegingen. Het specifieke is niet van te voren te oefenen. Dat moet je met het specifieke doel zélf doen.
Er is daarom ook geen transfer tussen een insteekmozaïekoefening en een schrijfoefening. Totnogtoe is deze transfer in elk geval niet aangetoond. .
Wat er wel geoefend wordt met een insteekmozaïek of een knijpballetje is dat je steeds beter wordt in de insteekmozaïek en in het knijpen in een balletje.

Als we zien hoe veel aandacht leerkrachten in de onderbouw geven aan de te gebruiken tijd en de effectieve leertijd, is er reden genoeg om schrijfpatroonoefeningen te vervangen door oefeningen die er werkelijk toe doen en waarvan het effect wél vastgesteld kan worden. En nog wel door de leerkrachten én de leerlingen zélf. Oefeningen die ook nog eens de competentie van leerlingen verhogen.
We komen hier aan het eind van de pagina op terug, maar kijken eerst nog even naar de onderbouwing van de schrijfpatronen.

ONDERBOUWING
Er wordt nijver gezocht naar een onderbouwing van deze bedachte ‘schrijfpatronen’. Daarbij wordt o.a. gezocht naar herhalende vormen in kindertekeningen als ‘bewijs’ voor het gebruik ervan. Veel meer dan wat ‘guirlandes’ komen er niet uit en dat is natuurlijk ook niet te verwachten. Kinderen doen over het algemeen niet mee aan het ontstaan van de didactiek van hun eigen onderwijs…
Ook jammer voor de kinderen in China. Jammer dat alleen in Westerse tekeningen elementen te vinden zijn van het Westerse schrift. In Chinese tekeningen zijn nog steeds geen Chinese karakters herkend…

Het is opvallend dat er in geen enkele publicatie ook maar een enkele onderbouwing van de schrijfpatronen te vinden is. In elk geval lees je nergens een wetenschappelijke onderbouwing die de effecten ervan onomstotelijk aantoont.

Schrijfpatronen hebben hun ontstaan in eerste instantie hun bestaan aan het verbonden schrift te danken. Je schrijft een bepaalde route zo dat deze weer verbonden wordt aan eenzelfde route.
Dit wordt regelmatig herhaald. Sommigen gaan er heel ver in. Ze laten kinderen een blad in de breedte neerleggen en laten, doorgaans op muziek, het patroon van de ene zijde van het papier naar de andere zijde trekken.

Schrijfpatronen maken

Nu leggen we normaal gesproken, als we schrijven, het papier in de lengte en niet in de breedte. Wat dat betreft is dit dus geen beste voorbereiding op het leren schrijven.
Ook het aan elkaar verbinden van 30 dezelfde patronen vanuit de schouder vertoont verbijsterend weinig overeenkomst met het schrijven van woorden binnen de 8 mm-liniatuur.
Eenzelfde letter komt in de Nederlandse taal doorgaans niet meer dan twee keer voor, beperkte uitzonderingen als ‘meeëten’, ‘reëel’ en ‘Dianaaap’ daargelaten.
Een bijzonder kenmerk van een geschreven taal is vooral dat tekens elkaar voortdurend afwisselen. Wil je kinderen dus voorbereiden op het verbonden schrift, dan zou je kinderen moeten (willen) leren dat er steeds weer een heel ander teken op het gemaakte teken volgt.
Zelf stellen we vast dat dit vanzelf komt, zodra de kinderen de eerste twee tekens hebben leren schrijven. Maar we stellen ook vast dat de beoefenaars van schrijfpatronen de kinderen op deze constante afwisseling van tekens beslist niet voorbereiden.

Juist door die voortdurende afwisseling komt er ook niets meer terecht van de gewenste ‘vloeiendheid’ van de beweging. Wie kinderen de eerst geleerde letters ziet schrijven weet dat ‘vloeiendheid’ op dat moment in de verste verte niet aan de orde is.
(Voor de goede waarnemer ook al niet tijdens het oefenen van schrijfpatronen).

Met de invoering van de schrijfpatronen is het handschriftonderwijs ook heel erg versimpeld. Er zijn auteurs die de schrijfpatronen als heilzaam middel door de hele basisschool heen gebruiken. Ook als ‘warming-up’ bijvoorbeeld in de schrijfles. Voor de kinderen is het eerder een ‘koude douche’ als het schrijfpatroon er nog enigszins redelijk uitziet, terwijl de daarna te schrijven oefenwoorden vervolgens veel meer problemen geven.
Bovendien blijkt nu ineens dat de letter toch anders gevormd moet worden dan het eerder aangeleerde ‘schrijfpatroon’:

Consequentie schrijfpatronen oefenen
We zien ook dat de hellinghoek niet wordt waargenomen, ondanks het oefenen van schrijfpatronen.

Schrijfpatronenblad ingevuld

Het Westerse schrift is rechtop ontworpen. Kinderen voelen dat goed aan. Ze schrijven doorgaans vanaf het begin allemaal rechtop. Dat is zo bij het oefenen van de schrijfpatronen als het uitwerken van schrijfoefeningen daarna:



Kinderen schrijven doorgaans rechtop, ondanks schuine voorbeelden. Ook het CITO constateert in haar PPON van 2003 dat de meeste kinderen in de bovenbouw rechtop schrijven. Zie voor meer informatie over de verdwenen noodzaak schuin te schrijven ook de pagina ‘Schuin of rechtop?’

Dat de kinderen die schrijfpatronen (sommige methodes houden dat zelfs vol tot en met groep 8!) wel eens de keel kan uithangen komt vaak niet bij de makers van methodes op.
Aan schrijfpatronen heb je verder ook niets. Er is niets bijzonders aan te beleven.
Daarbij komt nog dat het ook nooit een mooi of nuttig eindresultaat oplevert. Dat doet het alternatief dat we hieronder bespreken beslist wél.
Opvallend is ook dat er geen empirische onderbouwing voor het resultaat te vinden is in artikelen of boeken waarin schrijfpatronen verdedigd worden. Bij het alternatief hieronder is dat niet nodig, omdat daar niet alleen de leerkrachten, maar ook de leerlingen zélf de ‘benefits’ en de bereikte kwaliteit zélf kunnen vaststellen!

ALTERNATIEF
Wat kun je dan wél doen om de kinderen op het leren schrijven voor te bereiden?
Het antwoord daarop zal een gevolg zijn van twee aspecten:
1. Het doel dat we willen bereiken
2. De middelen waarmee we dat doel gaan bereiken.

We stellen dus niet meer als doel vloeiendheid van bewegen, of het automatiseren van ‘schrijfbewegingen’. Ook zien we schrijfpatronen niet meer als een goede voorbereiding op het leren schrijven van echte lettervormen. Kinderen moeten ook nog niet op die leeftijd teveel aan lettervormgeving doen, die later weer afgeleerd moet worden.
Het grootste doel dat je wel kunt stellen is ‘het ontwikkelen van een nauwkeurige grafische attitude’.
Kinderen moeten leren nauwkeurig te worden in waarnemen en uitvoeren, omdat het schrijven een nauwkeurige instrumentele vaardigheid betreft. Het gaat uiteindelijk om het schrijven binnen de grondlijnen die ongeveer 8 mm uit elkaar staan. Omdat het belangrijkste deel van de letter de letterromp is en daar alle kwaliteitsaandacht naar uit moet gaan hebben we het over letterdelen van 2,5 à 3 mm. Dat vergt nogal nauwkeurigheid.
De middelen daartoe zijn: het met fijne materialen en vanuit een goed proces (goede houding en greep) werken aan een fijne vaardigheid.

Een goede greep en houding
Met de juiste voorbereidende oefeningen moet dus tegelijkertijd een goede greep en houding worden ingeoefend.
Met schrijfpatronen die armbewegingen vergen is dat uiteraard niet mogelijk. Zeker niet als er (soms zelfs staande) met beide armen tegelijkertijd geoefend wordt. Je schrijft uiteindelijk met één hand en daarvan is het buigen en strekken van de drie daarvoor in gebruik zijnde vingers het belangrijkste dat geoefend moet worden.
Het buigen en maken van gebogen bewegingen, gecombineerd met een zeer nauwkeurige aansturing en een grondig kwaliteitsoordeel over het bereikte resultaat kun je oefenen door op een bepaalde manier te kleuren en te arceren.
Je oefent daarmee heel veel tegelijk en dat is allemaal waarneembaar. Je oefent ook de juiste greep en houding en de juiste greepdruk en dat alles is heel goed met elkaar te combineren.
Het kleur- en arceerdocument met de uitgebreide beschrijving hiervan kunt u aanvragen bij het mailadres van de Stichting Schriftontwikkeling: info-at-schriftontwikkeling.nl

De juist greep
De juiste greep is de driepuntsgreep, waarbij de middelvinger onder de pen ligt en de duim en wijsvinger losjes tegen de zijkant liggen. Geen druk toepassen voorkomt ook dat de vingers rood-wit gaan kleuren. Dan weet je dat je niet teveel druk uitoefent.
De kleuroefeningen bevatten ook ‘drukoefeningen’, ook een aspect dat met schrijfpatronen nooit geoefend wordt.
In boeken van bewegingstherapeuten komen we nogal eens het begrip ‘onrijpe’ of ‘rijpe greep’ tegen. Deze begrippen suggereren een automatische ‘natuurlijke’ ontwikkeling van de pengreep, van ‘fout’ naar ‘goed’. Was het maar zo eenvoudig.
Schrijven is een culturele, instrumentele vaardigheid, waarbij de pengreep een wezenlijk bestanddeel is van het gebruikte schrift. Bijgaande greep (zie afbeelding hieronder) zou door hen als ‘onrijp’ worden gekenschetst (en vast weer voorzien worden van een interessante, wetenschappelijk klinkende naam), maar is in China zo ‘rijp’ als een rode zomerse aardbei. Deze greep past perfect bij de constructie van het daar in gebruik zijnde schrift. Zoals bij ons het schrift is ontworpen/geconstrueerd vanuit de driepuntsgreep, zodat die dus altijd de beste is om het Westerse schrift uit te voeren.

Onrijpe greep??

Laat u dus niets wijsmaken. Een goede ‘cultureelbepaalde’ instrumentale greep moet doodeenvoudig goed voorgedaan, goed uitgelegd en vervolgens ook geëist worden. Vanzelf gaat er niet zo heel veel in het proces van het leren van culturele vaardigheden.
Als we in een kleutergroep een viool met vioolstok neerleggen (hopelijk een heel goedkope!) zal vrijwel geen kind zelf ontdekken hoe je die viool en de vioolstok moet vasthouden, laat staan hoe je er gelijktijdig mee moet werken. Het is dan ook om die reden dat viooldocenten hun leerling dit vanaf het begin goed voordoen en goed uitleggen. Deze twee aspecten vormen tevens de kern van goed onderwijs.
Viooldocenten zullen dus niet uitgaan van rijpe en onrijpe grepen.

De juiste houding
De juiste houding is: Rechtop zitten, ingeklemd tussen rugleuning en tafelrand. Dat ‘klemmen’ valt uiteraard wel mee, dat is om duidelijk te maken dat het kind niet de gelegenheid moet krijgen om voorover te kunnen buigen.
Voorkomen is beter dan verbieden. We weten allemaal wat er gebeurt als je ‘een vuist tussen buik en tafelrand’ openlaat. Die vuist gaat weer weg en er ontstaat een gat. De kinderen gebruiken dat gat meteen door voorover te gaan hangen.
Juist als je een vuistruimte tussen buik en tafelrand toepast, kun je niet meer eisen dat de hele onderarm op tafel komt te liggen. Je moet het dan goed vinden dat een klein stuk over de tafelrand steekt. Welk stuk? Hoeveel van de arm?
Voor kinderen is dat niet duidelijk. Ze schrijven dan al heel gauw met de hele onderarm vóór de tafel en nog net de hand òp de tafel.
Als je de kinderen ‘inklemt’ tussen rugleuning en tafelrand, kun je ook eisen dat de hele onderarm op tafel ligt . Allemaal goed duidelijk voor de kinderen. Daarbij blijven beide voeten op de grond, staan de onderbenen verticaal, de bovenbenen horizontaal en bevinden beide onderarmen zich op het tafelblad.

WAARNEEMBARE RESULTATEN
We horen wel van leerkrachten in groep 3, die tegenwoordig kinderen uit groep 1 & 2 binnenkrijgen die bovenstaand programma hebben doorlopen, die heel enthousiast zijn over de waarneembare resultaten. De kinderen beschikken bij binnenkomst in groep 3 over een goede houding en greep en hebben geleerd om heel nauwkeurig te kijken en uit te voeren. Allemaal voorwaarden voor het leren schrijven.
En… ook de kinderen zélf zien wat ze hebben bereikt. Als ze over hun kleur- en arceerwerk een compliment krijgen kunnen ze zelf precies zien wat dat compliment waard is. Onderschat de kleuters niet. Als we tegen ze zeggen dat we hun volgekraste kleurplaat zo geweldig mooi vinden, weten ze zelf heel goed dat dit ‘compliment’ niet terecht is. Een kleuter zei eens tegen ons: “Ze (de ouders) willen alleen maar aardig doen.”

Kleurwerk van Anne 4 jaar
Kleurwerk van Anne, 4 jaar
Kleurwerk van Gerrit, 4 jaar
Kleurwerk van Gerrit, 4 jaar

Als een kind een (klein) vlak heeft ingekleurd, kan het zelf zien of het regelmatig is ingekleurd, of alle plekjes zijn geraakt en of het al dan niet binnen de lijntjes heeft gekleurd.
Het voordeel van de kleur- en arceertechniek zoals die voor kleuters door de Stichting Schriftontwikkeling is ontwikkeld, is tevens dat kinderen die zichzelf als minder vaardig beschouwen hier een persoonlijke competentieverbetering door ervaren.
De ronddraaiende bewegingen tijdens het kleuren zorgen er namelijk tevens voor dat de kleurpotloodpunt altijd evenwijdig langs de buitenlijn zich verplaatst. Zo schiet ook een minder handig kind ook niet zo snel over de lijn. Eigenlijk worden daarmee ‘schietende bewegingen’ (ook wel ‘ballistische bewegingen’ genoemd) voorkomen. Als je kleine rondjes draait met je kleurpotlood, is de snelheid overal ongeveer even groot.
Gerrit kon zélf zien dat, zodra hij weer overging tot de kras- of ruitenwisserrtechniek (heen en weer krassen) hij makkelijk buiten de lijntjes schoot. (De vlakjes ‘linksboven’)

Het arceren oefent het plaatsen van evenwijdige, doorgaans rechte neerhalen op gelijkmatige afstand van elkaar. Allemaal voorbereidingen op het leren schrijven, waarbij deze eigenschappen de kwaliteit van het Westerse schrift voor een belangrijk deel bepalen.

Kleuren en arceren
Kleuterwerk. Drukverschil, toonverloop in combinatie met het arceren met een fijne penpunt.

Dit is aan alle kleuters te leren. We zijn wel eens bij een school langsgeweest, waarvan de onderbouwleerkrachten niet konden geloven dat het bij alle kleuters mogelijk was. Binnen enkele uren hebben we alle onderbouwgroepen het kleuren op deze manier geleerd. Zelfs de kleuter die nog maar één dag op school was, was er toe in staat.
Ook hebben we dit wel op de peuteropvang uitgeprobeerd met kinderen van 2,5 jaar (soms nog in de luiers, zoals het meisje hier op de foto).

Peuter van 2,5 jaar oud kleurt nauwkeurig.

Ook hier was het geen enkel probleem. Je moet wel je instructie aanpassen en soms op een andere manier uitdagen. Als het niet lukt bij een kind moet je er in eerste instantie vanuit gaan dat je het toch nog op een andere manier moet voordoen. Onderdruk je neiging om de oorzaak meteen bij het kind te leggen. Ga er vanuit dat het kind het kan en als het je niet lukt, dat je dan nog niet de juiste woorden, daden en uitdaging hebt gevonden.
Het goed voordoen is essentieel. Daarom moet u deze vaardigheid zelf eerst goed beheersen en vervolgens moet deze in kleine groepen geïnstrueerd worden. Blijf met een glimlach vanaf dat moment een steeds grotere nauwkeurigheid eisen. Geef niet meer op…