Welke pen?

Alle materiaal waarmee je een spoor kunt achterlaten kun je zien als ‘schrijfmateriaal’.
Echter, veel materialen kennen ‘materiële bezwaren’, die ze niet geschikt maakt om mee te schrijven.
Dat laatste heeft te maken met het feit dat letters vanuit speciaal grafisch schrijfgereedschap zijn ontwikkeld. We noemen dat gereedschap doorgaans een ‘pen’.

Dit woord is afkomstig van ‘penna’, het Latijnse woord voor ‘vogelveer’. In de praktijk was dit meestal een ganzenveer.
Zo’n pen had een vaste (platte) penpunt van een bepaalde breedte. Die bleef tijdens het schrijven gelijk, zodat er een zekere, consistente lijn mee geschreven kon worden. Je gereedschap moet altijd een betrouwbaar resultaat opleveren.

Voorafgaande aan de ganzenveer werd met riet geschreven. De Romeinen deden dit en ook dit schrijfmateriaal is op dezelfde manier geconstrueerd: een platte penpunt van een bepaalde breedte.
Het Westerse schrift is vanuit deze platte pen ontwikkeld.

De laatste tijd ontstaat de gewoonte jonge kinderen met potlood te laten schrijven. Een duidelijke onderbouwing hiervoor zijn we nog niet tegengekomen.
Doordat veel leerkrachten geen enkele kennis hebben rond lettervormgeving en de pen die deze lettervormgeving heeft mogelijk gemaakt verminderen de schrijfresultaten van veel kinderen onnodig.

Tijdens lezingen voor scholen vragen we wel eens naar het potloodgebruik en dan horen we vaak: je kunt een fout nog uitgummen.
Dat lijkt een goede zaak. We zijn er altijd voor dat fouten verbeterd worden en het is prettig als het resultaat dan ook nog fraai oogt.
Echter, dit is nu juist bij het gebruik van potlood niet het geval. Wat zijn de bezwaren tegen potloodgebruik?

Allereerst moeten we vaststellen dat een potlood een tekeninstrument is. Voor een tekening is dit gereedschap uitstekend geschikt, omdat je er een expressieve lijn mee kunt maken. Door harder op het potlood te drukken zal de punt breder worden en een dikkere lijn maken. Ook kun je met een potlood vervolgens de druk weer laten afnemen en je ziet dan dat de lijn weer dunner wordt.

De punt van een potlood bestaat uit zacht grafiet en deze punt slijt tijdens het gebruik. De punt wordt dan dikker. Voor expressieve lijnen is dit een uitstekende optie. Voor het schrijven van een goed gevormde letter is dit niet goed.

Een regelmatig handschrift is het doel waar we naar streven. Een potlood verhindert dit aantoonbaar. Juist door die afslijtende punt ontstaat voortdurend een dikkere en dunnere lijn. Het kunnen uitgummen van een fout is juist ook weer een nadeel: er blijft doorgaans bij de gummende kinderen een smoezelige plek over. Dat oogt beslist niet fraai!

Daar komt nog bij dat onzekere kinderen door die mogelijkheid om het weer weg te gummen alleen nog maar onzekerder worden: ze zitten doorlopend te gummen. Ze schrijven iets op, vergelijken het met een schuin oog met het resultaat van de buren en slaan weer aan het gummen als ze maar even iets anders zien dan wat zij hadden opgeschreven.

Zo kweek je onzekere kinderen. Wie goed naar bovenstaande afbeelding kan kijken ziet een hele film van onzekerheden.

Als je met een pen schrijft moet alles in één keer goed zijn. Met andere woorden: je moet vooruitdenken en niet pas als het woord al geschreven staat. Er geldt dus:
Eerst denken, dan doen
Een oud, maar nog steeds geldig gezegde. Kinderen moeten dat ook leren en een potlood helpt daar in elk geval zéker niet bij.

Een samenhangend verschijnsel is het ‘te groot schrijven’. Als we een aantal met potlood geschreven handschriften bekijken valt over het algemeen één ding erg op: er wordt te groot geschreven.
Dat komt, omdat de punt bij het schrijven met een potlood gedurende het schrijven steeds dikker wordt. Zelden begint een kind met het potlood te slijpen. Dat doet het meestal pas als de punt niet meer werkbaar is.
Te dikke lijnen veroorzaken dat de kinderen de letters groter gaan schrijven.
De regels komen dan ‘relatief’ dichter bij elkaar. Dat is wat over het algemeen zo opvalt aan al die potloodhandschriften. De regels zijn zo met elkaar verweven dat je al geïrriteerd bent nog voor je aan het lezen toekomt.
Bovendien zijn kinderen niet blind. Ze zien zelf ook wel dat er iets niet in orde is. Het oogt allemaal verschrikkelijk rommelig en onbeholpen. Vaak krijgen zulke leerlingen ook nog het stempel van ‘motorisch onhandig’, terwijl er alleen maar een hele rij beoordelingsfouten van de leerkracht de oorzaak is. De leerkracht die met een potlood laat schrijven ‘omdat iedereen het doet’. De leerkracht die niet nadenkt over het effect van de steeds maar veranderende potloodpunt. De leerkracht die niet controleert of de potloodpunt altijd goed geslepen is.
Het kind kan dit allemaal niet weten.

WELKE PEN DAN?
En dan komt de veel gestelde vraag: met welke pen kan ik de kinderen het beste laten schrijven?
Een logische vraag, omdat het aanbod van materialen voortdurend verandert. We hebben al hele rijen van schoolvulpennen en andere ‘schoolpennen’ voorbij zien komen.
De eisen die je aan een pen moet stellen zijn eenvoudig:
De schacht van de pen moet dun zijn, niet dikker dan een gewoon potlood.
Er moeten geen onregelmatigheden in voorkomen. Ook de driekante greep is niet nodig. Je kunt kinderen beter de goede (driepunts)greep aanleren en die in de beginfase zo vaak controleren, dat het voor het kind alleen nog maar fijn aanvoelt met die goede driepuntsgreep.
De penpunt moet dun zijn. De lijn die ontstaat moet niet meer dan 1/10e deel van de romphoogte zijn. Dan pas is het mogelijk om kleine letterdelen bij een romphoogte van 2,5 mm open te houden. Kleine letterdelen zijn bijvoorbeeld het oog van de e en de k.
Dan gaat een kind ook niet meer vanzelf te groot schrijven. Dan kan de de letterromp goed op 2,5 mm hoogte geschreven worden. Dan kan de regelscheiding groot genoeg blijven om duidelijke regels te lezen.

Een tijd lang was de vulpen de beste keuze voor de leerlingen. Doordat de vulpen toch vaak extra aandacht en reparatie nodig heeft is het de vraag geworden of dit nog steeds de beste keuze is. Op dit moment denken we dat de ‘gelpen met naaldpunt’ de beste optie is.
Een dunne naaldpunt veroorzaakt meer wrijfweerstand. Daardoor kan een leerling de letter beter bijsturen. Ook ontstaat er een vorm van auto-feedback. Als je te hard drukt op de naaldpunt, blijft deze vanzelf in het papier steken en kom je niet verder.

De naaldpunt geeft een dunne lijn en dat kost weer aanzienlijk minder inkt.
Zo’n pen zul je niet gauw ‘een lekker pennetje’ noemen. Hij glijdt niet lekker en dat is nu precies waarom we hem aanbevelen. Hij hoeft niet lekker te schrijven, als hij maar goed schrijft en alle lettervormgevingscriteria goed uit kan laten voeren.
Een voorbeeld van zo’n gelpen met naaldpunt is de Pilot G-tec C 0,25 of 0,3.
Zo’n pen kun je niet zomaar even ‘uitdelen’ en dan toekijken hoe de leerlingen hem binnen de kortste keren vernielen. Schaf eerst eens een doosje van 12 pennen aan en laat die door een proefgroep gebruiken.
Je moet van het introduceren een speciale en bijzondere omstandigheid maken. Uitleggen wat het woord ‘tec’ te betekenen heeft. Dat het een technische pen is en dat je je afvraagt wie die pen op de juiste manier kan behandelen. Dat je hem alleen mag gebruiken als je laat zien dat je dat ook kunt. Enz…

U zult zien dat er dan heel anders geschreven gaat worden.