Letter-ver-vormgeving

LETTER VER VORMGEVING

Veel gaat er mis in het handschriftonderwijs, doordat basale letterkennis bij de makers van schrijfmateriaal ontbreekt.

De Stichting Schriftontwikkeling probeert u al via de pagina ‘Letterkennis’ al enige basiskennis omtrent schoollettervormgeving aan te bieden. Deze kennis willen we op deze pagina toepassen op lettermateriaal dat kinderen in Nederland en België wordt aangeboden. In een later stadium kijken we ook nog naar handschriftvoorbeelden in andere Westerse landen.

We willen dus laten zien waar het zo hier en daar in lettervoorbeelden in de maatschappij zowel als in ‘kinderschrijfmateriaal’ fout gaat, waardoor ook weer fouten in lettervormgeving sluipen die op kinderen gericht is.
Natuurlijk wensen we dat de kinderen zo zuiver mogelijk leermateriaal, in dit geval in de vorm van zuivere lettervormen, aangereikt krijgen en dat ze leren hoe je je handschrift moet onderhouden. Alleen al aan dit kenmerk zou je kunnen zien of een methode ‘goed’ is of niet.

Lettervoorbeelden/letterkaart
Het is soms lastig om aan de lettervoorbeelden te komen die bij de verschillende methoden horen. Dit is een veeg teken. Een goede schrijfmethode durft in elk geval zijn letters te laten zien.
Als wèl een alfabet of ook woord- en zinvoorbeelden getoond worden, betekent dit nog geenszins dat de lettervormen ook deugdelijk zijn. Sommige ‘ontwerpers’ zien zelf niet wat er verkeerd of inconsequent is aan hun lettervormen.
We leggen u daarom hieronder uit wat lettervormgevingsuitgangspunten precies inhouden.

Lettervormgevingsuitgangspunten

Er is een aantal uitgangspunten nodig om een goed alfabet in Westers schrift te ontwerpen.
a. historisch uitgangspunt
b. vormovereenkomst
c. consequent ontwerp
d. instrueerbaarheid

a. Historisch uitgangspunt
We schrijven hier het Westerse schrift, dat zich vanaf de Romeinen heeft ontwikkeld. We kunnen niet zomaar letters ontwikkelen zonder de historie die daarbij hoort te kennen en in het ontwerp te betrekken.
Het Romeinse kapitaalschrift vormt de basis van al onze lettervormen. Deze kapitalen worden nog steeds in hun oorspronkelijke vormen gebruikt als hoofdletters in ons drukwerk, als koppen, titels en opschriften in reclame en door kleuters die hun naam willen schrijven.
Deze kapitaal heeft uitsluitend letters van gelijke hoogte.

Daarnaast heeft zich een tekstletter ontwikkeld. Een tekstletter is de letter die het meest leesbaar is in grote teksten van veel woorden (onze leesteksten in kranten en boeken dus) en die daarom uitsteeksels heeft meegekregen. Zo ontstaat een woordprofiel.
Woordprofiel maakt het herkennen van woorden veel makkelijker en sneller.

Een woordprofiel maakt een snelle herkenning mogelijk.
De tekstletter ontwikkelde zich in de loop van de middeleeuwen, maar werd in de Renaissance vervolmaakt. Eerst als handgeschreven boekletter en drukletter en daarnaast ook nog in een minder brede schrijflettervariant (breedte-/hoogteverhouding 1:2): de briefletter.
Deze laatste letter werd lopend geschreven. Dit betekent dat de letter zoveel mogelijk in één doorgaande lijn werd geschreven. De n dus niet met twee losse neerhalen, maar in één doorgaande beweging uitgevoerd. Hierbij moet je soms voor een deel terug over dezelfde lijn.

Boekschrift en briefschrift uit de Renaissance
Boekschrift en briefschrift uit de Renaissance
Iedere kalligraaf die enigszins vlot een stapel diploma’s wil kalligraferen gebruikt het briefschrift uit de Renaissance, ook wel Italic genaamd.

Vanuit dit laatste lettertype ontwikkelde men later een verbonden schrift, waarbij ‘lussen’ zorgden voor de ‘stokomhalen’, zodat ze moeiteloos verbonden konden worden. De letter d had de romp aan de linkerkant van de stok en kon daarom geen verbindingslus krijgen. Het zelfde gold omgekeerd voor de letter p, waar de letterromp rechts van de stok zat en daarom een lus verhinderde. Deze twee letters blijven daarom ‘stokletters’.
Voor het verbinden moesten de letters meer of minder worden aangepast, verbindingsbereid worden gemaakt. Dit verbonden schrift leidde tenslotte tot de eenvoudigst uitvoerbare letter, omdat er doorgaans maar één penaanzet per woord nodig is.

Verbonden schrijven per woord
Verbonden schrijven per woord.

Vanwege het indertijd gebruikte schrijfgereedschap (de stalen spitse pen; kroontjespen) en de gewoonte om de neerhalen te zwellen (breder te schrijven) ontstond de noodzaak om de lussen langer te maken. Dit gaf dus zwelruimte. Een tweede manier om zwelruimte te winnen was het schuiner schrijven van de letters. Hoe schuiner hoe langer.
Nu wij deze pensoort niet meer gebruiken is dit aspect (erg schuin en met lange lussen) niet meer nodig voor goed verbonden schrift (zoals iets verderop te zien is).
Zwellen met de zwelschriftpen

b. Vormovereenkomst
Letters zijn volgens een bepaald vormgevend concept ontworpen. De Romeinen deden dat al (hele vierkant met ingesloten cirkel en halve vierkanten).
Romeinse kapitaal met vierkant en ingesloten cirkel

Romeinse kapitaal in het halve vierkant

Daarnaast worden overal vormovereenkomsten toegepast in overeenkomstige vormelementen. Zoals hier bijvoorbeeld te zien is worden verticale streken met horizontale ‘schreven’ (lettervoeten) afgesloten en verticale streken met horizontale schreven.

Voor schrijfletters zijn vormovereenkomsten nóg belangrijker. Want vormovereenkomsten betekenen tevens bewegings- of uitvoeringsovereenkomsten. Hoe minder variëteit in de lettervormen aanwezig is, hoe minder uitvoervariëteit nodig is. Daarnaast levert een lettertype met grote vormovereenkomsten een rustige aanblik. Een belangrijke reden, waarom schoolschriftletters vaak zo’n schoolse aanblik geven komt, doordat letters vaak een groot gebrek aan vormovereenkomsten vertonen. Dat geeft ook een ‘knullige’ en ‘amateuristische verschijning’ aan het hele handschrift.
Tenslotte zijn vormovereenkomsten van grote instructieve waarde. Hoe meer de vormen en verhoudingen duidelijk zijn te maken, hoe eenvoudiger ze ook zijn uit te leggen. Kinderen kunnen tenslotte hun handschrift ook beter onderhouden als ze de paar lettervormgevingsregels hebben geleerd en verwerkt.

c. consequent ontwerp
Dit sluit voor het grootste deel natuurlijk aan bij het voorgaande punt. Vormovereenkomst is een vorm van consequent vormdelen toepassen.
Er moet echter ook consequentie zijn in de op- en afhalen (dus niet de ene letter mèt en de andere zónder ophaal) de lusvorm, de lusknoophoogte, het omgaan met de juiste letterafstand enz. Vooral over dit laatste onderwerp hoor je nooit iets in schoolletterontwerpen. Toch is dit een belangrijk aspect van een goed handschrift en dus van een goed schoolletterontwerp.

d. instrueerbaarheid
Tenslotte moet de letter ook goed te instrueren zijn. Dit is het didactische aspect van het schoolletterontwerp.
De voorgaande twee punten helpen daarbij. Als er sprake is van vormovereenkomsten en consequent ontwerp, zullen kinderen sneller de constructie van de letters doorzien. In goede lettervormen zijn bijvoorbeeld de rechte en gebogen lijndelen duidelijk onderscheiden, een eigenschap, die drukletters zo leesbaar maakt. Deze lijndelen zijn ook goed aan te leren als het onderscheid tussen recht en gebogen lijndeel duidelijk is. Ook als er eenvoudige breedte-/hoogteverhoudingen en romp-/lusverhoudingen in de letters zijn aangebracht, zullen de kinderen de letters makkelijker kunnen aanleren. Tenslotte leidt dit laatste ertoe, dat leerlingen makkelijker hun handschrift kunnen evalueren en onderhouden.
Nu is de eenvoudigste verhouding van de rompbreedte : de romphoogte = 1 : 1.
Dit levert echter letters op als de Romeinse kapitaal en de ‘boekletter’ uit de Renaissance. Deze verhouding is niet voor vlot schrift bedoeld. De allereenvoudigste verhouding die daarop volgt is 1:2. Dit is precies de verhouding van de Renaissance ‘briefletter’. Deze was dan ook ontworpen voor duidelijke instructie en vlotte uitvoering. Ideale verhouding dus voor een goede schoolletter.

Daar komt nog bij dat je enorme winst boekt t.a.v. de ‘handverplaatsing bij het schrijven’, een ergonomisch aspect van de schoollettervormgeving dat totnogtoe onterecht (tot aan 2002) geen enkele aandacht heeft gekregen in schrijfmethodes (uitgezonderd methode “Schrift” zie www.schrift-online.nl.)

Renaissance briefschrift

Commentaar bij huidige schoolletterontwerpen
Hieronder geven we voorbeelden van lettervervormgevingen op lettervoorbeeldkaarten die op Internet te vinden zijn. Deze voorzien we van commentaar.

SCHRIJFMATERIAAL
Lettermateriaal onverbonden schrift (blokschrift)

Uit ‘een blokschriftmethode’ op internet:
Cijfers uit een blokschriftmethode op Internet
Verkeerde cijfervormgeving

Er bestaan geen cijfers van dubbele hoogte. Dat is hier bij de cijfers 6,7 en 9 wèl het geval.
Ter informatie: Er zijn twee soorten systemen bij cijfers: tabelcijfers (alle cijfers zijn even hoog) en uithangende (ook wel ‘Mediaeval’) cijfers.
Kalender met uithangende cijfers
Tabel met uithangende of Mediaeval cijfers

Kalender met tabelcijfers
Tabelcijfers op een kalenderblad

Commentaar:

Als een uithangende 6 of 9 wordt gebruikt, is het rompdeel ervan niet even hoog als de 0, maar kleiner.

Commentaar bij de blokschrift letterkaart
Eerst even wat informatie vooraf:
Letters die voor handschrift bedoeld zijn, moeten niet op een cirkelvorm gebaseerd zijn. Al decennia lang is hierover resultaat van onderzoek bekend (o.a. ‘Schrijfmotoriek’ van Thomassen en van Galen) waarin gewag gemaakt worden van de psychomotorische eigenschappen van lettervormen: Bij het verplaatsen van de penpunt wordt nl. nooit gelijkmatig van richting veranderd. Daardoor ontstaan parabolische bogen i.p.v. cirkelbogen. (Ook wel fonteinbogen genoemd)

Cirkeldelen
Cirkeldelen

Parabolische boog
Parabolische boog

Staand schrift
De hierbij afgebeelde letters vertegenwoordigen een ‘staande constructie’.
Voorbeeld letterkaart
Uit een blokschriftmethode op Internet

Dit houdt in dat de van de letter ‘a’ bijvoorbeeld eerst een bolletje wordt gemaakt (rondje) en vervolgens een stokje er tegenaan wordt geplaatst.

Constructie bolletje stokje
De overlapping van beiden vereist een nauwkeurigheid van uitvoering die je van jonge kinderen niet kunt vragen. Zelfs kalligrafen hebben er nog een kluif aan.

Lopend schrift
Voor blokschrift moet je uitgaan van een letter, die je in één doorgaande beweging kunt schrijven. We noemen zulk schrift ‘lopend schrift’. (Zie hiervoor ook meer uitleg bij de pagina ‘Blokschrift’.)
De letter b wordt dan bijvoorbeeld als volgt geschreven:
letter b in lopende constructie

Stokletters (d,t) hebben een gelijke hoogte met de KAPITALEN of ‘hoofdletters’. Dit is in dit geval wel juist uitgevoerd, maar ze zijn te hoog. Stok- en staartletters hebben ongeveer een halve romphoogte meer. Bekijk hiervoor maar eens de meeste goede drukletters.
Hoofdletters hoeven niet dubbel groot te worden uitgevoerd, omdat ze door hun andere constructiewijze al genoeg opvallen. Zie de hoofdletters in deze leestekst.

f en g
Waarom is de g anders omgebogen dan de letter f?

q
Waarom heeft de q een schreef (lettervoet) terwijl alle overige letters geen schreven hebben?
Minuskelalfabet of ook wel 'kleine letters' blokschrift

Kapitalenalfabet
Kapitalenalfabet

De letters A, M en N zijn geen kapitaal of hoofdletter: het zijn vergrote minuskels.
De letter D heeft schuinstaande letterdelen. Deze horen, net zoals bij de andere letters, zuiver horizontaal te zijn.
De letter C buigt aan de bovenkant anders om dan aan de onderkant.
De letters G, J en IJ (over deze letter verderop nog meer) horen niet onder de grondlijn uit te steken. Het horen KAPITALEN te zijn en die zijn altijd even groot. (Ook in sommige drukletterfonts worden hier wel fouten in gemaakt. Alleen de Q kreeg later een staart om hem te onderscheidenvan de O-vorm, zoals de R dit kreeg t.o.v. de P).
De letter W hoort in het midden even hoog te zijn. De Engelsen noemen die letter dan ook ‘double V’, afkomstig uit de Romeinse tijd toen de U nog als V werd geschreven en de W daar een verdubbeling van was.
De letter T heeft een onverklaarbare scheve horizontale balk. De U zou een vormovereenkomst kunnen hebben met de IJ, maar dat is duidelijk niet het geval.
In deze letters worden verder nog de E- en F-dwarsstreep te laag geplaatst (Deze bevindt zich niet op halve hoogte, maar hier kunnen instructieve doeleinden een rol hebben gespeeld. Daar valt iets voor te zeggen).

De beroemde KAPITALEN van de zuil van keizer Trajanus, vormgevingsuitgangspunt van het Westerse schrift

Kapitalen van de zuil van Trajanus uit Rome

De Romeinse Kapitalen zijn vanuit het hele of halve vierkant ontworpen. Vanuit het hele vierkant zijn bijv. de H, C, O, N en D. Vanuit het halve vierkant de letters E, L, F (de L is in dit alfabet smaller dan de E en F!) en ook de S. In dit geval is de letter S dus te breed en de H iets te smal. In het midden van de S bevindt zich normaal een diagonaal, die hier bijna horizontaal is geworden.
Vreemd is, dat de kleine letters (minuskels) op een zuivere cirkel gebaseerd zijn, maar dat deze KAPITALEN op een wat minder brede cirkel lijken te zijn gebaseerd.
De IJ bestaat niet in het alfabet. We hebben zesentwintig letters en in dit blokletteralfabet mist de Y (wijnglasmodel en niet het overal diagonale minuskelmodel y).

Yvette kan haar naam met dit alfabet dus wel vergeten en ook Ysbrand is er niet blij mee.

De vorige blokschriftmethode durft in elk geval zijn lettervormen te laten zien. Het lijkt ons ook logisch, want als een letter goed is, moet je er mee voor de dag kunnen komen.
Een andere blokschriftmethode die op internet reclame maakt, wil echter verdacht weinig van zijn letters laten zien, wat op zich niet erg open staat. Het gaat in dit geval om een methode die meent dat het leren schrijven van blokschrift heel eenvoudig is. Zoals op onze pagina ‘Blokschrift’ te lezen en te zien valt, hebben blokletters weer hun eigen problemen en bestaan ze voor het grootste deel bij de gratie van de schijneenvoud.
We hebben echter toch voor u al vast iets gevonden van deze ‘blokletter’.
U kunt echter zèlf al wel zien dat het hier helemaal niet om een schrijfletter gaat. Dit is een drukletter, die gewoon ingezet wordt als schrijfletter. Er is niet eens de moeite genomen om een schrijfletter volgens psychomotorische criteria te ontwerpen!
Een afbeelding als onderstaande laat ook zien dat er niet met inzicht gewerkt wordt. De g moet kennelijk ongeveer evenveel ruimte innemen als de letter a. Hiertoe is de g verkleind t.o.v. de letter a. Wat men vaak vergeet bij het verkleinen is, dat dan ook de lijndikte mee verkleind wordt.

Rompletters
Wat is een rompletter? Hoewel dit geen officiële benaming is van een bepaald soort letter, wordt er doorgaans door leerkrachten een letter zonder stokken en staarten mee bedoeld. Wat doet dan een letter g op deze afbeelding naast de a. Deze laatste letter zou de rompletter zijn. Waarom is de letter a bijna even groot afgebeeld als de letter g? Waarom is de lijn van de letter a dikker dan van de letter g? ;-)
Als we goed kijken kunnen we heel goed zien dat het slechts om een drukletter gaat die in het geheel niet ontworpen is om geschreven te worden. De lijnuiteinden zijn recht en het is met een pen niet mogelijk om dit zo na te schrijven.

ROMPLETTERS??!?

De bocht van de g-staart verloopt met een plotselinge hoek. De bocht had, volgens de eerder genoemde psychomotorische uitgangspunten van schrijfletttervormgeving parabolisch moeten zijn. Zelfs voor een drukletter is dit een beroerd ontwerp.

Lettermateriaal verbonden schrift
Met de regelmaat worden er lettervormen aangeboden, die niet overeenstemmen met de uitgangpunten van historische lettervormgeving. Er zijn miljoenen voorbeelden van te geven en dit is dan ook de reden dat er zo vaak e.e.a. fout gaat in het handschriftonderwijs.
Onderstaande voorbeelden willen we u geven om u bewust te maken van de vele uitglijmogelijkheden, die het handschriftonderwijs ook zo veel beïnvloeden. Hierdoor krijgen kinderen fout lesmateriaal aangereikt en dat moeten we in het onderwijs toch zoveel mogelijk zien te voorkomen.
Door middel van onderstaande voorbeelden kunt u uw eigen visie op lettervormgeving aanscherpen.

Een letterkaart van een schrijfmethode uit België
(te vinden op internet)

Op Internet kwamen we de volgende Belgische letterkaart tegen. Daar hebben we een aantal kanttekeningen en vragen bij geplaatst t.a.v. de lettervormgeving.
Belgisch schoolschrift

Er gebeuren hier vreemde dingen, die in een goed letterontwerp niet horen voor te komen. In een goed letterontwerp is zoveel mogelijk het uitgangspunt van de vormovereenkomst toegepast. Daarnaast moet de letterromp steeds dezelfde breedte-/hoogteverhouding laten zien.
Van dit alles is hier echter vrijwel niets van terug te vinden.

Waarom is bijv. de neerhaal van de letter b gebogen, terwijl die van andere lusletters recht is?
Waarom is de neerhaal van de l licht linkshellend, terwijl die van de h licht naar rechts helt?
b-l-h

Waarom zijn er minstens vier verschillende luskruisingshoogtes? En waarom kruist de lus ónder romphoogte? Het is voor kinderen het handigst (en voor leekrachten het eenvoudigst uit te leggen) als de luskruising óp romphoogte moet worden uitgevoerd.
f-h-k-l

Waarom is de ene lus véél breder dan de andere?
Lusbreedte verschillend...

Waarom is de ene romp véél breder dan de andere?
Verschilllende rompverhoudingen...
Dit vreemde verschijnsel doet zich op diverse plaatsen voor. Zie in het hele alfabet de g-romp naast de h-romp.

Juist in een totaalontwerp kan de letterontwerper alle vormen goed overeen laten stemmen. Tijdens het schrijven komen er altijd diverse variaties op vorm- en verhoudingsovereenkomsten voor. Dat is het levende van het handschrift. Maar het MODELalfabet moet doodeenvoudig modelverhoudingen en modelvormovereenkomsten laten zien.
Als er niet zuiver wordt voorgezongen, kunnen we niet verwachten dat er zuiver gezongen zal worden.

Een t hoort altijd een kortere stok te hebben (zie hierover ook bij â’Letterkennis’)
Een verkeerde t, verdwaald uit het blokletterschrift...
Deze letter heeft nooit een ophaal bovenaan de stok. Ook moet er geen blokletter t in verbonden schrift geschreven worden. Deze fout komt bij meer schrijfmethodes voor.

Voor dit verschijnsel in verschillende schrijfmethodes geldt volgende overweging:
Een f en een t zijn beide een ‘wandelstokvorm’ met losse dwarsstreep. Waarom is de lusvorm van de f geaccepteerd en bij sommigen de letter t niet?
Verbonden letters zijn in meerdere of mindere mate aangepast aan de mogelijkheid tot verbinden. In alle tijden zijn verbonden varianten ontstaan, uit het voordeel dat het schrijven per woord biedt t.o. het schrijven per letter. Alle letters moeten dan meedoen in hun ‘verbindingsbereidheid’. Je kunt niet alle letters verbinden en voor één letter steeds maar weer de pen midden in het woord optillen om een losse streek te plaatsen.
Deze letter’t’ heeft een cirkeldelige boog , i.p.v. een parabolische. Dit is niet conform de psychomotorische eisen die aan een schrijflettervorm zijn te stellen.

Bij een anderen Belgische methode kwamen we een vreemde, inmiddels verouderde letter tegen:

Belgische schrijfmethode

De letter, die een ‘f’ moet voorstellen, is geen ‘f’. Het is een oude lange ‘s’, die vroeger in, en niet aan het eind van een woord werd gebruikt. Aan het eind van een woord gebruikte men de korte s, de gewone s, zoals we die allemaal kennen.
Deze letter buigt eerst linksom en later rechrsom. Hij wisselt dus van draairichting.
De ‘verbonden f’ doet dit niet. Die heeft beide buigingen linksom en lijkt daarmee eerder op een krakeling.
Hier staat dus ‘Een nieuwe schristmethode’.

Andere fouten in dit kleine voorbeeld:
De letter ‘d’ is een stokletter. Stokletters zijn 1,5 keer de romphoogte. U kunt dit in de meeste letterfonts correct terugvinden. De letter ‘t’ is in de meeste gevallen nóg korter. Dat heeft te maken met het ontstaan. De horizontale streek van de kapitaal T wordt niet doorkruist (1). In de middeleeuwen ontstond een korte doorkruising, vanwege de koppeling van de twee streken (2). In de Renaissance schreef men de letter ook met een koppeling (3). Voor het briefschrift in de Renaissance dat sneller geschreven moest worden, nam men geen tijd voor die koppeling en werd de stam van de letter nog iets verlengd. In alle gevallen blijft de t de kortste stokletter. De lussen zijn uit later tijd en zijn in feite ‘omgehaalde stokken’, waardoor de lusletters dus langer zijn geworden dan de stokletters en de kapitalen (hoofdletters).

Letters T t

De dwarsstreep van de letter ‘t’ moet op romphoogte worden aangebracht. Precies gelijk dus aan de bovenkant van de letters ‘m’ en ‘e’.

Er gebeuren nog meer vreemde dingen in dit voorbeeld. Deze betreffen vooral de neerhaalrichting. Die verschilt in dit voorbeeld enorm.

Hier gebeuren vreemde dingen met de letters.
Allereerst: kapitalen zijn niet geschikt om te verbinden. Dat moet je dan ook niet doen. Hier wordt de verbinding tussen kapitaal en minuskel doodeenvoudig ergens op de kapitaal geplakt. Zie de verbindingen bij de Bb. Dd, Nn, Oo, Pp, Qq, Vv, Ww.

De A lijkt door de ontrecht gebogen ophaal en lus een doorverbonden ‘t’.

De kapitaal T slaat alles. Deze vorm sluit niet aan bij de ontwikkeling van het Westerse schrift. Hij is mogelijk georiënteerd op Amerikaanse schoollettervormen, zoals de F. Kenmerkend voor de kapitaal F is dat je vanaf de eerste neerhaal de volgende streek in de schrijfrichting plaatst vanaf de eerste neerhaal. Hier hangt de tweede streek dus de verkeerde kant op!

Andere letters op Internet
Schuine voorbeeldletters. De hellinghoek wordt niet onderbouwd.

Deze methode die we op Internet tegenkwamen gaf geen totaalbeeld van de gebruikte letter. (We blijven dit een merkwaardig verschijnsel vinden. Er zijn toch ook wel uitgevers die alle letters gewoon laten zien.)
Ook hier is de letter ‘t’ veel te lang. Ook hier is de dwarsstreek niet op romphoogte aangebracht.
De letter ‘t’ is hier en in het vorige voorbeeld eigenlijk een ‘blokletter’ en hoort niet in het verbonden schrift thuis.
Alle ophalen (verbindingshalen) moeten strak worden uitgevoerd. Dat kan dan niet bij de letter ‘t’ en men buigt daar dan, als enige uitzondering, de ophaal op. Drukletters zijn niet verbonden. Zo ook de imitatie van drukletters, de blokletters. De ‘f’ en de ‘t’ zijn beide een soort ‘wandelstok’ met een dwarsstreep. Die losse dwarsstreek is er de oorzaak van dat deze letter minder verbindingsgeschikt zijn. Men heeft toen voor beide letters een doorgaande route gemaakt, waarbij de f dus verbouwd werd tot een letter met twee lussen en een dwarsverbinding naar de volgende letter, terwijl bij de letter t onderaan gekeerd werd en ook een dwarsverbinding gemaakt werd, nu nà een keerlus.
Óf je accepteert die verbindingsconsequente ‘t’ niet, maar dan ook de ‘f’ niet. Of je accepteert beide verbindingsgeschikte letters ‘f’ en ‘t’.
In elk geval moet een schrijfmethodeauteur de gedane keuze verantwoorden. Doorgaans gebeurt dit niet.

Bij deze schrijfmethode zien we weer een geheel andere schrijfhoek dan die van de vorige methode uit België.

Schuin-schuiner-schuinst
We schreven al eerder dat de schuine hellinghoek nog een gevolg is van de indertijd gebruikte stalen zwelschriftpen. Zo schuin schrijven als hierboven zou dan ook moeten worden onderbouwd. Anders is het niet meer dan een volgehouden verkeerde gewoonte, waar veel kinderen onnodig last van hebben.
Uit de praktijk weten we echter dat kinderen de schuine voorbeelden uit groep 3 doorgaans rechtop uitvoeren (zie voor voorbeelden de pagina: “Schrijfpatronen en een alternatief“en uit het CITO-onderzoek van augustus 2003 (PPON handschriftkwaliteit) kwam duidelijk naar voren dat de kinderen in de bovenbouw weer vrijwel allemaal rechtop schrijven.
Om dan toch een vrij schuine hellinghoek aan te bieden moet toch zéker met goede onderbouwing worden gepresenteerd. Deze onderbouwing ontbreekt voor zover we hebben kunnen nagaan.

Wel is er op de website zelf
een geheel andere onderbouwing te vinden:

Motoriek en beweging
‘Onze aanpak’, vertelt de auteur, ‘gaat uit van bewegen’. “Wij gaan uit van de schrijfmotoriek. Binnen het schrijven is motoriek en beweging ontzettend belangrijk. Binnen de schrijflessen ligt daarom veel nadruk op ontspanning en beweging, net als op didactiek. Ook kinderen die motorisch wat minder sterk zijn, zullen veel baat hebben bij deze aanpak. De lessen zijn leuk. Kinderen raken door deze methode extra gemotiveerd “.

Is de methode uniek? De auteur: ‘De afzonderlijke oefeningen en ideeën zijn dat misschien grotendeels niet. Maar de structuur waarin we alles aanbieden en de combinatie van idee”n is dat absoluut!’

Als u de website van de Stichting Schriftontwikkeling goed heeft bestudeerd, dan zult u inmiddels wel weten dat bewegingsoefeningen niets met lettervormgevingsuitgangspunten te maken hebben en kinderen ook niet beter leren schrijven.
Goed schrijven is al vanouds een kwestie van goede lettervormgeving. Daarom is schrijven dan ook net als rekenen en taal, een cognitieve vaardigheid.
Niet het schrijven is een gevolg van de beweging, maar de beweging is het gevolg van het schrijven, zo hebben we al bij onze uitgangspunten beschreven.
Ook wordt vanuit de hierboven te lezen ‘bewegingsuitgangspunten’ niet duidelijk gemaakt waarom een dermate heftige hellinghoek van wel 70 graden (!) wordt gebruikt.
Lees hiervoor ook onze pagina ‘Schuin of rechtop‘.

Wel 70 graden hellinghoek!

In een aantal moderne schrijfmethoden is duidelijk een terugkeer naar rechtop schrijven waarneembaar. In deze ‘moderne’ methode wordt echter weer teruggekeerd naar de tijden van weleer. Als een dermate schuine hellinghoek wordt gebruikt is, ligt een duidelijke, op onderzoek gebaseerde onderbouwing voor de hand.
Als uit het CITO-onderzoek (Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau) naar voren komt dat vrijwel alle kinderen in de bovenbouw weer rechtop schrijven, moeten we ons werkelijk afvragen of het nog wel zinnig is om (zo) schuin te blijven schrijven.

‘VREEMD’
De lussen zijn in deze schrijfvoorbeelden te lang en toch ‘verhaken’ de regels niet. Hoe is dit mogelijk?

Oneerlijke regelafstand om de lussen uit elkaar te houden
Dat heeft de vormgever ‘opgelost’ door de regels in dit voorbeeld verder uit elkaar te plaatsen.
Hierdoor kunnen de letterrompen 4 x op elkaar gestapeld worden. Dit is niet reëel. Kinderen schrijven, als het goed is, de letterromp op 1/3 van de regelafstand. Zo klein als hier wordt voorgesteld schrijven ze niet. De lussen zullen dus in elkaar haken.

Hieronder ziet u hoe het er eigenlijk uit hoorde te zien:
Correcte regelafstand bij letterrompen van 1/3 hoogte
Nu is duidelijk te zien dat de lussen in elkaars zone terecht komen.
Op de pagina letterkennis kunt u lezen dat de veel te lange lussen (en hoofdlettervormen) een gevolg zijn van het gebruikte schrijfmateriaal, de kroontjespen. Die wordt echter niet meer gebruikt. We kunnen de lussen daarom kort houden. Kijkt u vooral vaak naar goede letterontwerpen bij drukletters. Hier is veel toegepast van goede lettervormgeving. Dan zult u ook zien dat cijfers altijd groter worden gemaakt dan de letterromp, om hun verschijning tussen al die letters wat meer aanzien te geven. Zeker de 8. Die wordt in een goede lettervormgeving zelfs nog iets groter gemaakt. Cijfers op x-hoogte zijn absoluut niet gebruikelijk.

Nog een letterkaart uit België afkomstig:

Engelse letters
In Engeland wordt veel minder vanuit schrijfmethodes gewerkt. Een school kiest een bestaand font of maakt zèlf lettervormen. Alle kans op lettervervormingen.
Uit veel van dit soort letters blijkt niet eenduidig de constructiewijze. Zo wordt verwarring bij kinderen veroorzaakt.

http://www.cursivewriting.org/ccw-cursive-1.html

Writing

The children are taught cursive script in Class 1. If you would like to help your child with writing at home, please use the following letters. Please do not teach capital letters apart from the start of your child’s name.
Zelfgemaakte 'blokletters'.

Hier zien we zelfs de oproep aan de ouders om de bijbehorende KAPITALEN vooral niet aan de kinderen aan te leren.
Hier is het gebrek aan letterkennis gepaard aan een gebrek aan ontwikkelingskennis van het jonge kind. Want het jonge kind tekent kapitalen even makkelijk als een poppetje of een huisje.
Dat komt, omdat kapitalen uit losse streken bestaan die op elkaar aansluiten.
Precies zo tekent een kind. Bovendien zijn alle KAPITALEN even hoog. Voor meer uitleg hierover kunt u het artikel lezen dat we schreven in JSW van oktober 2007: “Schrijven zonder lezen” (zie bij ‘Artikelen’) en dat laat zien hoe abstract de letters zijn die deze Engelse basisschool zonder onderbouwing aan de ouders voorhoudt.

Dit is ook de reden, waarom de ontwikkeling van het Westerse schrift met KAPITALEN begint. Elke ontwikkeling loopt van eenvoudig naar complex. Dat is precies zo met de ontwikkeling van het jonge kind en het is dus niet vreemd dat beide ontwikkelingen parallel verlopen.
Eerst werd er een lettervorm gebruikt die maar uit één zone bestond. Later zijn stokken en staarten uit de primaire letterzone ‘gegroeid’ en ontstond een lettervorm die als ‘tekstletter’ elk woord een profiel gaf (zie aan het begin van deze pagina bij ‘Historisch uitgangspunt’).
Als er kinderen zijn die ogenschijnlijk niet tussen de lijntjes kunnen schrijven, wordt dit veroorzaakt doordat ze niet begrijpen waarom je soms wèl aan de bovenkant en de onderkant door de bestaande lijnen moet schrijven. Dit lettertype is veel te abstract.

Wat de lettervormgeving betreft: Het voorbeeld dat de leerkrachten de ouders aanreiken is zeer slecht geschreven. De lettervormen zijn onregelmatig gevormd. De streken zijn niet strak. De stokken zijn veel te lang. Men schrijft vaak in de onderbouw ‘blokletters’ omdat men meent dat dit zo veel mogelijk aansluit bij de drukletter (die vervolgens ‘leesletter’ wordt genoemd). Het is te wensen dat er dan in elk geval wordt opgemerkt dat de stokken van drukletters veel en veel korter worden gemaakt. De lange stokken zijn nog altijd het resultaat van decenialange toepassing van lange lussen en veel te grote hoofdlettervormen, waarbij de stokletters (d, t, p, q) foutief op dubbele romphoogte werden geschreven.
Ook de KAPITALEN als hoofdletters moeten even hoog als de stokken worden gemaakt. Doorgaans komt dit ongeveer uit op 1,5 keer de romphoogte. Maar ja, KAPITALEN zijn op deze school verboden. Toch krijgen de kinderen die een jaar later weer aangeleerd. Eerst mocht het niet, dan moet het weer… Het is geen wonder dat kinderen van dit alles in de war komen.

Met het inkorten van de stokken (zie onderstaand voorstel) ontstaat een veel hebbelijker alfabet (ook al blijft het voor de kinderen te abstract):

Ingekorte stokken en geen overbodige vlag meer aan de q
De q heeft hier ook niet meer de vlag, die nog een restant is van het verbonden schrift en hier absoluut niet aan hoort.
Blijft ook de vraag nog over waarom de e vanaf de grondlijn start.
Het is soms ook geen wonder dat er voor het basisonderwijs zo weinig respect meer bestaat. Zo’n slecht geschreven en knullig uitgevoerd alfabet roept dan ook bij niemand respect meer op.

Het is en blijft vreemd dat voor zoiets belangrijks als het Westerse schrift iedereen maar zonder enige kennis en onderbouwing kinderen verkeerde dingen mag aanleren.