NIEUWS

LEREN PROGRAMMEREN OP DE BASISSCHOOL?

De laatste tijd hoor je steeds vaker dat leerlingen moeten leren programmeren. Is dat zo?

Op een basisschool leer je de basisvaardigheden: lezen, rekenen en schrijven. Deze drie schriftelijke communicatiecodes moet je je eerst eigen maken voordat je aan andere vakdomeinen toe bent.
Moeten kinderen in verband met de toenemende digitalisering leren programmeren? Iemand wees ons er eens op dat de garagetechnicus ook van computers gebruik maakt.

Dat klopt, de computer is overal binnengedrongen als hulpmiddel waar je mee om moet kunnen gaan. Echter… deze garagetechnicus kan met deze nieuwe digitale apparatuur omgaan zonder dat hij op de basisschool heeft leren programmeren. Er was toen zelfs nog geen computer!!

Op 9-2-2017 meldt het AD:

Dyslexie is het gevolg van slecht onderwijs.

http://www.ad.nl/binnenland/dyslexie-is-het-gevolg-van-slecht-onderwijs~ac50d96b/

Drie hoogleraren, Bosman, Vernooij en Maassen stellen dat het goed leren lezen voor de meeste kinderen mogelijk is. Als er slecht gelezen wordt ligt dat aan het onderwijs.

Maassen stelt dat als kinderen als dyslectisch worden beschouwd, ze minder te oefenen krijgen terwijl ze juist meer zouden moeten oefenen.

Nu is het niet zo heel moeilijk om te stellen dat het aan het onderwijs ligt, maar hoe moet het onderwijs dan goede uitvoering aan haar lezen-en-schrijven-leren-taak geven? Wat is goed?

Wij zouden zeggen: wat ALLE kinderen vlot leert lezen. Alleen maar de kwaliteit van het onderwijs vergroten helpt niet. Want er wordt te verschillend gedacht over wat kwaliteit is. Daarom kan er beter gekeken worden naar welke methodiek het meeste effect oplevert. En dat is op dit moment met kop en schouders de Alfabetcode. Deze op de TintelTuin in het Belgische Zoutleeuw al jaren toegepaste werkwijze laat geen kind achter. Alle kinderen leren vlot lezen. Bovendien leren ze daar ook hoe je een functioneel handschrift ontwikkelt.

Bosman:

,Kinderen moeten de spellingregels goed in hun hoofd hebben. Bijvoorbeeld dat een g-klank voor een ‘t’ vrijwel altijd een ‘ch’ is en geen ‘g’.”

Nu is uit onderzoek (en de dagelijkse praktijk) is gebleken dat kinderen regels over het algemeen niet toepassen. Vooral niet als deze regels ook nog eens uitzonderingen kennen. Sommige kinderen raken daar snel mee in de war en die onzekerheid helpt niet om met zelfvertrouwen te leren lezen. In de Alfabetcode krijgen onzekerheden geen kans. De kinderen krijgen eerst 1 : 1 klank- letterrelaties te lezen en dat sterkt hun vertrouwen. Later leren ze voor klanken die niet 1 : 1  kloppen aparte stamp-werkwijzen waarmee ook die categorie vertrouwd wordt. De uitzonderlijke gevallen komen pas het laatst aan de beurt. Zo is deze werkwijze ook psychologisch het allerbeste. In één geval leren kinderen voor elke klank een gebaar. Bij de Alfabetcode is dat in het geheel niet nodig.

Ondertussen leren de kinderen met de Alfabetcode goed verbonden schrijven, waardoor het woordverband ook duidelijk is. Dat is niet het geval bij het tegenwoordig steeds meer opkomende blokschrift. Kinderen strooien losse letters over het papier zonder voldoende woordverband.

Blokletters zijn imitatie drukletters en deze zijn niet ontworpen om te worden geschreven. Bovendien werken ze spiegeling in de hand. Een verbonden letter d, b, q of p spiegelen in verbonden schrift niet.

 

Vorig jaar publiceerden we ook al het volgende, dat met de dag meer ondersteuning krijgt:

Dyslexie bestaat niet!

Door onze reactie in de Volkskrant over de veel voorkomende fraude bij het verkrijgen van een dyslexieverklaring met als titel ‘Dyslexie bestaat niet’, ontstond een uitnodiging van RTL Z´s programma DUNK, dat meningen tegenover elkaar zet om in discussie te gaan over dit onderwerp.
We hebben de uitnodiging aanvaard en het resultaat is hier te bekijken en te beluisteren.

RTL Z DUNK over “Dyslexie bestaat niet”

RTL Z DUNK

Kijk vanaf 16 minuten, het gele blokje in de voortgangsbalk.

Omdat schrijven/handschrift een belangrijke rol speelt bij het leren lezen en spellen willen we ons niet buiten de discussie houden als het over dyslexie gaat.

 

SCHRIJFDANS

Verschenen op de webstek van de Alfabetcode in België:

Een artikel over ‘Schrijfdans’, een handschriftmethodiek, die op veel basisscholen, ook in België, wordt toegepast.

http://www.alfabetcode.be/waarom-schrijfdans-niet-deugt/

Voorzien van twee video’s die je doen twijfelen aan het verstandelijk gehalte van leerkrachten uit het basisonderwijs.

NIEUWS in de media over blokschrift op scholen

Zoals we hieronder al zagen wordt door de media invloed uitgeoefend op het onderwijs. Door woorden als ‘De opmars van de blokletter’ te gebruiken, omdat een tiental iPad-scholen tot het blokschrift zijn overgegaan, kun je nog niet direct van een ‘opmars’ spreken. We hebben het hier over 1,5 ‰ van de Nederlandse scholen! Dat wil niet zeggen dat er niet nog meer scholen zijn die blokschrift menen te moeten schrijven, maar nog steeds gaat het dan om een zéér laag percentage, waarvan we tot nog toe geen grote groei zien.

In het blad “School!” wordt gesuggereerd dat velen overwegen op blokschrift over te gaan. Precieze getallen heeft men echter niet. Het is niet meer dan een suggestie. Lees zelf welke aspecten allemaal meespelen via onderstaande links.

De auteur van de genoemde blokschriftmethode schrijft in zijn eigen handleiding het volgende:

Blokschrift leidt tot verbonden schrift. Het blokschrift leidt automatisch tot een verbonden schrift. Het blokschrift impliceert namelijk schijnverbindingen. In de beweging zit de verbinding al opgesloten, alleen niet zichtbaar op papier.”

Waarom leer je de kinderen dan een blokschrift??

Is verbonden schrift ‘ouderwets’? Blokschrift is gebaseerd op de Karolingische minuskel, die in ± 800 na Chr. werd ontworpen. Het verbonden schrift dateert van ± 1850. Vooral in het onderwijs merkte men dat het beter is om de kinderen woordverbondenheid aan te leren, omdat er voor het losse letterschrift veel letterspatiekennis nodig was. Kalligrafen hebben daar al moeite mee. Van zeer jonge kinderen die nét leren schrijven kun je dat niet verwachten.
We leven in een tijd van zucht naar gemak. Aantrekkelijk is alles wat eenvoudiger lijkt. Gelukkig bestaat er nog steeds een goed uitgewerkte handschriftdidactische kennis waarin de letters op vorm en constructie geanalyseerd worden en op grond van lettervormgevingsargumenten een goede didactiek wordt ontwikkeld.

In de media verschijnen kort na elkaar wat berichten over scholen die de laatste tijd het blokschrift invoeren.

Als een schoolteam overweegt om blokschrift in te voeren, moet ze, als didactisch verantwoordelijke, heel goed kennis hebben van de pro’s en contra’s. In het verleden is er al eens eerder een blokschriftgolf geweest, die geleidelijk aan weer terugkeerde naar het verbonden schrift. Of kinderen dit of dat beter of leuker vinden is in eerste instantie niet van belang. We laten de kinderen ook niet kiezen tussen het tientallig of tweetallig rekenstelsel. We moeten werkelijk professionele argumenten gebruiken en niet ons eigen oppervlakkige oordeel vermengen met de feiten. Ook moeten je als leerkracht niet van je eigen handschrift of vroegere handschriftproblemen of die van je kinderen uitgaan. Het gaat om de lettervormgevingsproblemen die zich bij grote groepen kinderen voordoen en waar je dus vanuit moet gaan.

In de praktijk van de basisschool is ons in de afgelopen decennia duidelijk gebleken dat slecht schrijfonderwijs niet gemaskeerd kan worden door het inzetten van blokschrift. Dat werd al wel vaak uitgeprobeerd bij kinderen met een slecht verbonden handschrift. Het is echt mogelijk om élk kind een goed handschrift te laten ontwikkelen als je goed handschriftonderwijs geeft. Ook als de leerlingen blokschrift schrijven ontstaan de lettervormgevingsproblemen op eenzelfde niveau en nog erger. Eén van de belangrijkste bezwaren tegen blokschrift is het feit dat je bij losse letters alle verschillende lettervormen die een kind maar tegenkomt, in dit schrift een plaats kunnen krijgen. In het verbonden schrift zijn eigenlijk alleen de 26 verbindingsgeschikte letters bruikbaar en daardoor is het uiterlijk van verbonden handschriften doorgaans een stuk consistenter.

Zie ook:

http://www.schriftontwikkeling.nl/blokletters/

http://www.schriftontwikkeling.nl/faq-veel-gestelde-vragen/#12

 

“De opmars van de blokletter”

In het AOB-blad (Algemene Onderwijs Bond) komen we een artikel tegen, dat “De opmars van de blokletter” is genoemd. Het interviewt voornamelijk voorstanders van het schrijven met losse letters.

In feite sluit het onderwerp heel nauw aan bij wat we hieronder al schreven in het stuk ‘Niet alle kinderen kunnen aan elkaar schrijven’. 
Ook in het AOB-artikel komen we deze opvatting tegen. We laten hieronder ook met een voorbeeld zien dat dit in het geheel niet waar is. Elk kind kan leren aan elkaar schrijven. Dat is ook het échte schrijven. Je schrijft geen letters, maar woorden. De keuze is dus niet: wil je los schrijven of vast? Het gaat om het schrijven in woorden of in losse letters, die een soort imitatie van drukletters zijn. En omdat drukletters niet zijn ontworpen om geschreven te worden, zo is het met de blokletter precies zo.

Hoe is deze tendens naar ‘losse letters schrijven’ ontstaan? In eerste instantie ligt de oorzaak bij de pabo, zoals alles wat de kwaliteit van de leerkrachten betreft veroorzaakt wordt door de kwaliteit van de pabo. De pabo staat aan het begin van het hele onderwijs. Als daar leraren Nederlands, Tekenen of Bewegingsonderwijs worden aangesteld om nog een paar uurtjes schrijven met de studenten te vullen, dan kunnen we geen kwaliteit schrijflessen meer verwachten. Hoeveel leerkrachten beschikken zelf niet over een totaal verkeerde pengreep? Hoeveel leerkrachten kunnen zelf geen goed vormgegeven letters aan de kinderen voorschotelen? Hoeveel leerkrachten begrijpen zelf de verschillende schriftsoorten inhoudelijk niet  goed genoeg om ze kinderen uit te kunnen leggen?

Daar komt de toenemende vercommercialisering in het onderwijs bij. Zoals velen, die een pen kunnen hanteren en menen daarmee een deskundige op het gebied van handschriftdidactiek te kunnen zijn, denken een aantal amateurs ook nog wel een ‘blokschriftmethode’ te kunnen schrijven. Dat moet toch niet al te moeilijk zijn, ook al deugt je eigen handschrift niet om er les in te kunnen geven. Blokletters lijken simpel, maar zijn dat niet. Een team dat besluit om het verbonden schrift niet meer aan de kinderen aan te leren, moeten eerst het onderwerp grondig bestudeerd hebben. Daartoe behoort op zijn minst het bedenken van argumenten tegenover wat op deze webpagina wordt uitgelegd.

Ook hier worden extra argumenten gegeven om deze materie goed te kunnen begrijpen.

Is het moeilijker om verbonden te schrijven? In het geheel niet. Verbonden schrift is voor het grootste deel gelijk aan het losse schrift, alleen zijn de verbindingen tussen de letters al vooraf toegevoegd. Elke afhaal aan een letter wordt verbonden aan de ophaal van de volgende letter.

Vaak hoor je spreken over ‘lastige verbindingen’. Hoe je een ‘v’ aan een ‘e’ verbindt is echter voor geen kind een probleem, dat een goede instructie heeft gehad. Als leerkrachten beweren dat een kind niet aan elkaar kan leren schrijven komt daar alleen maar een gebrekkige instructiekwaliteit mee boven water. Onmacht, veroorzaakt door een gebrek aan kennis en eigen vaardigheid. Nogmaals, de oorzaak ligt op de pabo. De leerkrachten hebben doorgaans zelf ook niet de feiten rondom schoollettervormgeving geleerd. Daar kunnen ze op zich niets aan doen, maar ze kunnen wel zelf hun kennis op deze website ophalen.

Elke leerkracht kan altijd zijn/haar vragen stellen aan de deskundigen van de Stichting Schriftontwikkeling.
Mail in dat geval naar info(at)schriftontwikkeling.nl. We proberen u altijd binnen een week van een uitgebreid en onderbouwd antwoord te voorzien.

Lees vooral ook het onderwerp dat hieronder besproken wordt:

‘Niet alle kinderen kunnen aan elkaar schrijven’…                         (?)

In Trouw van  06/02/13 lezen we een artikel van de journaliste LOTTE STRAATSMA, die de schrijfster van een ‘nieuwe methode’ interviewt (Corrie van Eerd-Smetsers). Deze grafologe schreef de methode ‘Los schrift’ en deze methode zou goed zijn ‘voor kinderen met een minder goede motoriek’.

Kwalijk vinden we het volgende citaat uit dit artikel:

“Uit onderzoek blijkt dat er veel kinderen zijn die het verbonden schrift niet aankunnen. Dan is los schrijven een oplossing.”

Het is schaamachtig dat zinnen als ‘Uit onderzoek blijkt...’ zonder enige verwijzing naar het desbetreffende onderzoek genoteerd en afgedrukt worden. Een journalist hoort naar dit onderzoek te vragen en er de specificaties van te vermelden. Wij kunnen zonder meer stellen dat zulk onderzoek er niet is. Het kán ook niet, want wij kunnen ELK KIND verbonden schrift aanleren. Als men ons voor zo’n onderzoek zou hebben ingezet, was gebleken dat geen kind met verbonden schrift moeite heeft. Wel kennen we veel kinderen die een probleem hebben met ‘los schrift’.
U kunt op onze blokschriftpagina’s lezen dat juist losse letters een enorm probleem veroorzaken bij kinderen waarvan men een ‘slechte motoriek’ vermoedt. Hieronder ziet u welke problemen ‘los schrift’ juist veroorzaken.

Is het inderdaad beter dat dergelijke kinderen ‘los schrift’ schrijven?
Dit kind schreef met onze instructie en voorbeelden binnen twintig minuten goed aan elkaar.
Het is slechts een kwestie van goed uitleggen en goed voordoen. Wat is onderwijs meer?!?

We kunnen heel duidelijk zien dat het kind in bovenstaande los geschreven tekst geen woordverband weet aan te brengen. Zo wordt voor zulke kinderen alles onduidelijk…
Elk kind kan echter goed aan elkaar leren schrijven.
Dat is ook beter omdat kinderen geen vreemde tekens en rare constructies in verbonden schrift kunnen toepassen. Als je aan elkaar schrijft kun je alleen de 26 verbindingsgeschikte letters gebruiken. Dat geeft het handschrift een solide basis.

Verder staat het hele artikel bol van de aannames. Een beetje neuroloog zal op zijn minst zijn wenkbrauwen fronsen als hij leest dat ‘schrijven de enige bezigheid is, waarbij de hersenhelften met elkaar samenwerken’.

“Ook hoop ik dat deze schrijfmethode beter is voor dyslectici, waardoor ze makkelijker leren schrijven.”

We weten zo langzamerhand toch wel dat je eerst onderzoek moet doen alvorens dit soort uitspraken te doen. Aan wensdenken hebben we toch al geen gebrek in het onderwijs. Daar horen auteurs niet aan mee te doen. Die moeten, op onderzoek gebaseerd beter lesmateriaal aan te bieden.

Zo zijn mijn letters ‘rechtshellend’ in plaats van gewoon recht, wat beter is voor kinderen die leren schrijven. Dan zit de flow erin en dat is voor jonge kinderen heel belangrijk.

Geen enkele uitleg wordt hierbij ter onderbouwing gegeven. Dat de ‘flow’ er in zit legt niets uit. Kinderen die linkshandig zijn hebben alleen maar baat bij rechtopstaande letters.

“Bovendien zijn de letters p en q in blokschrift even lang, net als de t en de d. Dat is zogenaamd makkelijk, maar voor kinderen die net leren schrijven is dat juist moeilijk. Als er meer ritme in een handschrift zit, met verschillende hoogtes, kunnen kinderen het verschil tussen letters beter zien.”

We lezen hier allerlei onzin en onjuistheden bij elkaar. Blokschrift is een imitatie van drukletters en daarin is de t altijd korter. Dit heeft een schrifthistorische oorzaak. Bij de Romeinen kwam de stok van de t niet boven de dwarsstreep uit: T
Pas in de middeleeuwen ontstond een heel klein reliëf aan de bovenkant van de ‘t’, omdat de verticale en horizontale streek op elkaar moesten aansluiten. Dit is daarna zo gebleven. Ook moet de boog van de letter ‘f’ nog steeds los van de ‘t’ geschreven kunnen worden. Er zijn talloze woorden met ‘ft’ in onze taal. Voor het overige moeten alle stokken kort worden gehouden: ze moeten net zo hoog worden als de kapitalen/hoofdlettters in dezelfde tekst. Kinderen letten verder niet op de stoklengte. Ze maken alle stokken van ongelijke lengte. De stoklengte hoort ook geen discriminerend kenmerk te zijn van een lettervorm. Het kenmerkende verschil tussen een ‘a’ en een ‘d’ is, dat de ‘d’ wél een stok heeft en de ‘a’ niet. De lengte van die stok is verder niet bepalend t.a.v. de identiteit van de letter.

Het is het enige schoolvak dat én creatief én cognitief is, het enige vak waarbij beide hersenhelften tegelijkertijd werken.

Deze uitspraak zegt op zich al genoeg over de cognitieve achtergrond van deze auteur. Elke neuroloog zal hierbij zijn wenkbrauwen fronsen. Hersenhelften werken doorlopend samen. Iedereen kan zich zelf wel voorstellen dat als dit verschijnsel zich uitsluitend bij het handschrift zou voordoen, dit doorlopend onderwerp van wetenschappelijke studie en publicatie zou zijn.
Deze uitspraak rond het amateuristische karakter van het hele project overduidelijk af. Een uitgever zou zich niet moeten inlaten met zoveel amateurisme. Uitgevers kunnen vanaf nu navragen of een auteur op het gebied van handschriftontwikkeling wel ‘kwaliteitsgeregistreerd’ is.

Zie ook www.kdht.nl/

 

 

Dyslexie voorkomen door geen verwarring te veroorzaken. 

“Je leert lezen door te schrijven”

Op 1 juni 2012 heeft prof. dr. Erik Moonen, linguïst aan de Universiteit van Hasselt, aan de Marnix Academie te Utrecht in een lezing zijn in augustus van 2012 te verschijnen boek “Dwaalspoor dyslexie” ingeleid, waarin hij de preventie van dyslexie beschrijft: dyslexie kan echt voorkomen worden. Er wordt daarbij een duidelijke koppeling gemaakt tussen spellen/lezen en schrijven. “Je leert lezen door te schrijven…” Omdat deze koppeling bij handschriftdidactici doorgaans als ongewenst wordt beschouwd, heeft Ben Hamerling, docent handschriftontwikkeling, aansluitend bij deze lezing gewezen op de gevaren van een verkeerde koppeling tussen lezen en schrijven. Door deze te analyseren liet hij zien hoe wél op een verantwoorde wijze met deze koppeling kan worden omgegaan.

Zie voor meer informatie: MOC-Vrijdagmiddagmatinee 1 juni

http://www.wpg.be/wp-content/uploads/2011/10/Standaard-Uitgeverij.pdf

Inmiddels is dit boek verschenen bij Standaard Uitgeverij.

Zie ook:
www.alfabetcode.be/

Tablets in het onderwijs
Zie onze nieuwe pagina over tablets in het onderwijs.
Zie hoe middelen een doel kunnen worden als de commercie het voor het zeggen krijgt in het onderwijs.