Schrijfmethodes


Scholen maken het allemaal eens in de 8 à  10 jaar mee: er moet gedacht worden of er een nieuwe schrijfmethode moet worden aangeschaft en dan ontstaat het probleem: Welke?

Natuurlijk is het van belang te bedenken welke criteria er dan moeten worden aangelegd. Je bent tenslotte niet voor niets uit op een andere methode en dan kan het zinnig zijn te bedenken waarom je een andere methode wilt. Wat was er ongewenst aan de huidige methode? Schrijfwerkgroepen op basisscholen beginnen vaak met die vraag en inventariseren ieders bevindingen met de te vervangen methode.
Zo ontstaan in eerste instantie ‘negatieve criteria’ en dat is al een belangrijke start. De ‘positieve criteria’ zullen daar voor een belangrijk deel uit gedestilleerd worden.

Stel een ‘schrijfwerkgroep’ aan van enkele collega’s die allen iets meer affiniteit hebben met dit vakgebied. Laat hen diverse methodes met elkaar vergelijken. Dat kan in eerste instantie via de website van de verschillende uitgevers, maar dat heeft als bezwaar dat u daar vaak alleen maar reclametaal zult tegenkomen.
Vraag een zichtzending of proefzending aan, als een methode enigszins aantrekkelijk lijkt. Heel vaak zal een school een methode al niet meer kiezen als het materiaal eenmaal in handen is. Op plaatjes ziet het er vaak allemaal veel fraaier uit dan in werkelijkheid. Pas als je de methode in handen hebt, zie je dat het toch allemaal bewerkelijker is dan het aanvankelijk leek.

Voordat we methodekenmerken gaan bespreken willen we nog het volgende stellen:
Goed schrijfonderwijs is vooral een zaak van goede leerkrachten. Dit zijn onderwijzers, die zelf altijd het goede voorbeeld (kunnen) geven en die de kenmerken van een goed handschrift perfect kunnen uitleggen aan de hand van uitdagende opdrachten. Een methode garandeert op zich helemaal niets. Wel is het zo dat de ene methode meer uitdagend materiaal aandraagt en meer meewerkt bij het uitleggen van de lettervormgevingseisen die aan een goed handschrift zijn te stellen. Daarbij zijn een aantal stromingen te herkennen, die de moeite waard zijn om te bespreken. Blijf echter steeds weer bedenken dat de docent het verschil maakt en niet de methode!

Schrijfmethodecriteria
Veel methodes geven een lijstje met schrijfcriteria mee. U begrijpt het al wel: alleen de eigen methode voldoet geheel aan de gestelde criteria.

Er zijn echter ook criteria te bedenken die u aan elke methode zou mogen stellen. We zullen daar eens een paar van verzamelen.Wat mag je als standaard inhoud verwachten? Welke vragen mag je aan elke vertegenwoordiger van een methode vragen. Welke criteria horen voor elke methode te gelden? In elk geval de eerste vier van onderstaande criteria:

1. De methode is ‘evidence based’. (Wordt iets verderop toegelicht)
2. De methode is ‘didactisch beproefd’. <(Elke les is gegarandeerd uitgeprobeerd in de praktijk).
3. De methode maakt gebruik van een ‘bewezen effectief’ lesmodel/leertheorie.
4. De methode verantwoordt alle eigenschappen van de gebruikte letters.
5. De methode is gemaakt door uitsluitend vakkundig opgeleide handschriftdidactici. (Veel teams zijn verbaasd te horen dat de meeste [vrijwel alle] schrijfmethodes door amateurs worden gemaakt.)
6. De methode heeft een handleiding, waarin de specifieke kenmerken van de methode duidelijk beschreven staan.
7. De methode geldt voor alle leerjaren van de basisschool en bevat een duidelijke rode lijn van groep 1 t/m groep acht.
8. De methode verantwoordt de instructiewijze van het aanleren van de letters in groep 3.
9. De methode biedt uitdagend, dus gevarieerd lesmateriaal, omdat uitdaging het belangrijkste onderwijskundige principe is. (Wat je onder uitdaging verstaat is uiteraard niet altijd eenduidig. U moet dus zelf het uitdagende karakter van de opgaven beoordelen.)
10. De methode heeft een uitdagende, maar toch rustige lay-out.
11. De methode geeft aan of ze wel of niet op een motorisch uitgangspunt is gebaseerd.

Nog enige toelichting op punt 10:
De laatste decennia is er aan methodes steeds meer ´grafische herrie´ toegevoegd in de vorm van aangeklede beestjes of andere ´opleukers´. Juist bij een grafisch vak is het van belang dat er een rustige ´omgeving´ aan de te schrijven letters, woorden en zinnen wordt meegegeven. Afbeeldingen moeten functioneel zijn en niet alleen maar een ‘leuke’ schijn oproepen.

De ene methode doet meer een beroep op uw voorbereiding dan de andere. Een punt van belang, want er wordt in het basisonderwijs al heel veel geknaagd aan uw beschikbare tijd.
Een andere werkwijze moet u uiteraard wel lezen in de handleiding. Methodes kunnen soms veel extra materiaal in groepsmappen stoppen, dat dan weer gekopieerd moet worden. Ook dit kan tijdrovend zijn.
Een goede vraag aan de vertegenwoordiger kan ook zijn te laten zien wat voor handschriftdidactische en lettervormgevende opleiding de auteurs van de methode hebben genoten. Veel schrijfmethodes worden namelijk gemaakt door amateurs. U begrijpt dat een of andere motorische cursus niet voldoet voor een auteur van een cultureel vormgevingsvak waar lettervormgevingskennis en -vaardigheid voor nodig is.
Zulke auteurs zullen ook vaak als reclamespreuk meegeven dat hun methode bij alle werkwijzen past en bij elke andere methode aansluit.
Natuurlijk is dat niet waar. Het wordt ook nooit hard gemaakt.

Trap ook niet in eigen kwalificaties als ‘Specialist’ of “… heeft zijn sporen verdiend in het schrijfonderwijs”, want een dergelijke omschrijving zegt niets over de kwaliteitsregistratie van de desbetreffende auteur(s). Ga altijd na of de auteur(s) vakkundig opgeleid of geregistreerd handschriftdidacticus is/zijn. Als dit zo is zal het er doorgaans wel bij staan. Een uitgever hoort hier echter ook eerlijke informatie over te geven.

Dit zijn allemaal overwegingen die een rol moeten spelen bij een verantwoorde keuze.

Punt 11, het laatste punt, is zeker niet het onbelangrijkste. Er zijn grofweg twee mogelijkheden om het handschrift over te dragen:
1. Ofwel worden bewegingen geoefend die tenslotte in een letter moeten uitmonden.
2. Ofwel wordt de lettervormgeving uitgelegd en cognitief overgedragen.
In het eerste geval telt alleen het bewegen en het oefenen daarvan. Dit gebeurt vanaf het begin d.m.v. het oefenen van schrijfpatronen.
In het tweede geval worden lettervormen uitgelegd aan de hand van vormgevingsregels en is grafische nauwkeurigheid het hoofdthema.

Alle leerjaren
Een schrijfmethode wordt tegenwoordig meestal gemaakt voor alle leerjaren van de basisschool.
Toch komen er nog veel schoolteams voor, die menen dat het schrijfonderwijs pas vanaf groep 3 hoeft te beginnen. Hoewel daar de instructie van de lettervormen plaatsvindt, is een goede voorbereiding vanaf groep 1 van groot belang. Kijk daarbij vooral of de methode al vanaf het eerste leerjaar de kinderen een juiste greep, houding en grote nauwkeurigheid in waarnemen en uitvoeren aanleert.
Geleidelijk aan kan het kind komen tot oriëntatie op lettervormen. Leerkrachten in groep 3 kunnen vaak een zucht van verlichting slaken als de kinderen die daar binnenkomen al over een goede houding en pengreep beschikken. Die kunnen vanaf de eerste schooldag aangeleerd en vereist worden.

Evidence based
Hieronder wordt verstaan dat de toegepaste werkwijze of methodiek ´bewezen werkt´. Hiervoor is het niet voldoende dat er ´een onderzoekje´ beschikbaar is. Over het algemeen geldt in het onderwijs dat de conclusie van meerdere onderzoeken in dezelfde richting moeten wijzen. Dit hangt samen met de eis tot repliceerbaarheid van onderzoek. Volgens de beschreven gegevens in het onderzoeksverslag, moet een onderzoek namelijk door iemand anders opnieuw uitgevoerd kunnen worden en tot dezelfde resultaten leiden. Echter, kinderen worden ouder en elke groep is verschillend. Je kunt de verschillende groepen niet zomaar met elkaar vergelijken. Het begrip ´repliceerbaarheid´ staat dus onder druk. John Hattie (`Visible Learning´;2009) wijst erop dat er wel bewijskracht ontleend kan worden aan een flinke hoeveelheid onderzoeken met vergelijkbare conclusies. Hij verzamelt daarom in zijn boek vooral meta-analyses, analyses van onderzoeken die hetzelfde onderzoeksthema hebben.
Als uit honderden onderzoeken iets blijkt, kunnen we er wel vanuit gaan dat de conclusies correct zijn.

Zoek bij het beoordelen van een nieuwe schrijfmethode altijd naar de verantwoording van alles. U bent dan in elk geval in de gelegenheid om het onderzoeksgehalte van de methode te beoordelen.

Handleiding
Handleidingen zijn een ‘stroef’ onderwerp binnen het basisonderwijs. Het hangt sterk van de methode af of de handleiding meer of minder moet worden geraadpleegd. Gaat u er vanuit dat als de methode een voor u geheel nieuwe werkwijze behelst, u de handleiding in het eerste jaar grondig moet raadplegen. Een methode bevat namelijk cursorisch opgezette leerstof, waar meestal een bepaalde zienswijze achter zit. Die kunt u zich alleen maar eigen maken door toch echt de handleiding steeds weer te raadplegen. In het jaar daarop zal alles makkelijker zijn. Veel methodes gaan uit van ‘twee bladzijden’ per les, waar kort de lesinhoud staat met praktische tips en aanwijzingen. Een opengeslagen handleiding is op die manier het meest praktisch.

Verantwoording lettervormgeving
Een schrijfmethode leert kinderen lettervormen aan. Het is dan wel te verwachten dat over die lettervormen duidelijke en heldere verklaringen af te leggen zijn. Een goede methode verantwoordt in haar handleiding nauwkeurig waarom al die lettervormen zo zijn weergegeven. Vaak zullen letters in groepjes van vormovereenkomst kunnen worden verklaard. Goede letters zijn gebaseerd op het principe van lettervormovereenkomsten. Dit betreft niet alleen het esthetisch karakter van de letters, maar tevens het didactisch gehalte ervan. Letters moeten uitgelegd kunnen worden. Niet alleen, zoals vaak gebeurt, als route of traject, maar ook als vorm met als belangrijkste aspect het onderscheid tussen de rechte en gebogen lijndelen (de enige twee vormeigenschappen van de lijn), maar ook de onderlinge verhoudingen in lengte en breedte. Daarbij is het van belang dat er goede lettervormen worden gebruikt en niet bijvoorbeeld een w of m (ook W of M), waarvan het midden niet tot boven of beneden doorloopt.
Een aantal lettervormen is altijd een punt van discussie. Dit betreft de lopend (in één haal) geschreven t, en de open of gesloten p. Een methode moet de keuze van een dergelijke letter uiteraard verantwoorden.

Verantwoording instructiewijze groep 3
Daarnaast is er ook sprake van een tweedeling wat betreft de ophaal vanaf de grondlijn. De ene methode doet niet aan de ophaal vanaf de grondlijn per woord, de andere methode wel. Een aantal grote uitgeverijen heeft dit punt omzeild, door minimaal twee methoden uit te geven en zowel de ene als de andere werkwijze toe te passen.
Totnogtoe wordt er geen verklaring bij gegeven. De schoolteams moeten het zelf maar uitzoeken.

De oudste werkwijze is die van mèt ophaal vanaf de grondlijn (Auteurs die hun schrijfmethodegeschiedenis kennen, zullen dan ook altijd een letter met ophaal vanaf de grondlijn laten beginnen.) Dit is ook logisch, omdat het veel verwarring bij kinderen voorkomt. Als je geen ophaal vanaf de grondlijn hanteert, schrijft een kind dat twee letters ‘a’ achter elkaar schrijft, twee zeer verschillende letters. De eerste begint bovenaan tegen de romplijn, de tweede begint onderaan vanaf de grondlijn. Veel kinderen kunnen hier niet mee overweg met als resultaat het voor veel leerkrachten uit groep 3 bekende resultaat dat de tweede a totaal anders wordt geschreven dan de eerste. Een ophaal vanaf de grondlijn is voor de leerling een dermate duidelijk startpunt dat het alle andere startvondsten overbodig maakt.

Een ophaal vanaf de grondlijn is dus te prefereren.
[Als een methode die niet biedt, kunt u bij de Stichting Schriftontwikkeling een document aanvragen, waarin wordt uitgelegd hoe je een railletter (outline-letter) in Word maakt mét ophaal vanaf de grondlijn. Ook staat daarin hoe je in Word liniaturen van verschillende maten kunt maken om met kinderen extra te kunnen oefenen. Daarbij wordt ook beschreven hoe je rompvakjes kunt laten gebruiken om de kinderen bewust te maken van de breedte-/hoogteverhouding van de letterrompen.]

Uiterlijk en opmaak
Uiteraard is de opmaak van een methode ook van belang. Daarnaast zal er verschil zijn tussen de opmaak van de lagere en hogere leerjaren. Echter, blijf kijken naar de inhoud van de methode en probeer vast te stellen of er niet teveel aandacht is voor optische ruis, zoals de zogenaamde ‘opleukers’ (zoals aangeklede beestjes), die geen functionele bijdrage aan het goed leren schrijven brengen.

Onderhoud van het handschrift in de bovenbouw
Veel methodes (en leerkrachten) laten het afweten in de bovenbouw. In de onderbouw is dan eigenlijk voor niets jarenlang veel energie en kennis gestoken in het verkrijgen van een goed bruikbaar handschrift.
Een schrijfmethode moet dus wel wat te bieden hebben in de bovenbouw. Opdrachten moeten uitdagend zijn. Dat kan door in de opdrachten een soort spelregel aan te brengen, die de kinderen prikkelt om ‘het te kunnen’. Gevarieerde onderwerpen, die met de verschillende vakgebieden in relatie staan, verhogen het uitdagend karakter. De kinderen moeten er overigens wel steeds wat van leren over lettervormgeving. Hun handschrift moet er eigenlijk na elke les weer een stukje beter van worden en de kinderen moeten ook steeds kritischer naar hun eigen handschrift kijken.

In veel methodes wordt gedaan aan ‘creatief schrijven’, maar heel vaak betreft het dan vervangende teken- of taalopdrachten. Kinderen moeten dik met ‘dikke letters’ schrijven of dun met ‘uitgerekte letters’. Zoiets is nog te verdedigen voor een tekenles, maar met het handschrift heeft dit niets te maken.
Dit zijn dus niet de oefeningen die geschikt zijn om je handschrift te verbeteren. Daarvoor zijn oefeningen geschikt, die de kinderen beter leren kijken naar de regels van de lettervormgeving.

Ook kan de schoonheid van de lettervorm geoefend worden aan de hand van enkele eenvoudige sierschriftlessen. Omdat de esthetische opvoeding ook belangrijk is op school, besteden we hier nu even iets meer aandacht aan.

Een goed bruikbaar sierschrift is de zogeheten ‘Italic’. Dit is in feite de voorloper van het verbonden schoolschrift.
Een vereniging die dit lettertype als schrijfletter uitdraagt is de vereniging Mercator. Mercator was een cartograaf in de zeventiende eeuw, die deze letter gebruikte. Deze letter wordt met een platte pen geschreven en soms lees je in schrijfmethodes hoe je kinderen deze letter kunt leren schrijven. Dat kan een enorme motivatie inhouden om meer aandacht aan lettervormen te besteden. Omdat uit de ‘Italic’ het schoolschrift is voortgekomen is het ook logisch om de kinderen daar kennis mee te laten maken.
Dit is een voorbeeld van ‘Italic’ schrift:

Italic

Voordat er verbonden schoolschrift ontstond waren alle letters altijd los geschreven. Goed sierschrift/kalligrafie is dus altijd met losse letters geschreven.

Meisje kalligrafeert.

Wie kalligrafie met een platte pen aan elkaar schrijft, heeft er niets van begrepen.

Verkeerd sierschrift!
Dit is dus eigenlijk géén sierschrift. Zo leren de kinderen er niets bij.

Wie de kalligrafieletters niet alleen los, maar ook nog met een goede letterspatie weet te schrijven, begrijpt steeds meer van lettervormgeving. Als het goed is wordt dit in de methode uitgelegd.

Goed sierschrift leert de kinderen veel over lettervormgeving
Dit is een voorbeeld van goed sierschrift. Het wordt vrijwel rechtop geschreven. De kinderen leren zo ook veel over letterafstanden en over rechte en gebogen lijndelen.

Niet elk kind is er evenveel voor te porren, maar de meeste kinderen vinden het fantastisch om met een geheel anders gevormde penpunt te schrijven. De eerste oefeningen kunnen met een wasknijper en ecoline worden uitgevoerd.
Zo’n oefening kunt u bij de Stichting Schriftontwikkeling aanvragen.

METHODETIP
Een praktische tip: Vaak is er bij de overgang naar een andere methode nog methodemateriaal van de vorige methode over. Die kunt u tegenwoordig makkelijk weer via Internet aan de man brengen. Een andere school, die nog niet is uitgekeken op de methode waar u mee op wilt houden, kan belangstelling hebben voor wat u nog over hebt. Zo wordt het materiaal niet verspild.
Goed voor de duurzaamheid!
(wordt vervolgd)