Schuin of rechtop?

Schuin of rechtop schrijven?

Er doen veel vreemde verhalen de ronde over schuin schrijven.
Veel mensen menen zelfs dat dit moet.

Waarom worden de letters in veel schrijfmethoden schuin geschreven? Waarom niet in alle schrijfmethodes?
Waar komt dit verschijnsel eigenlijk vandaan en waarom wordt het bij drukletters alleen toegepast als je een woord wilt accentueren? Waarom niet omgekeerd: alle letters schuin en het te accentueren woord rechtop?

Laten we eerst eens kijken hoe het schuin schrijven is ontstaan. Daarvoor moeten we de geschiedenis van het Westerse schrift bekijken.
Onze letters zijn afkomstig van de Romeinen. Die hebben het Westerse schrift n.a.v. het Grieks ontwikkeld. Ze deden dit vanuit een paar basiseigenschappen voor de lettervormgeving, waarmee zo duidelijk mogelijk te onderscheiden lettertekens konden worden ontworpen.

1. Allereerst werden de twee enige lijneigenschappen, recht en gebogen, gebruikt om duidelijk te onderscheiden lettertekens te construeren. Als je de ene letter met uitsluitend of meer gebogen lijnen vormgeeft, zal deze zich beter onderscheiden van een lettervorm met minder of geen gebogen lijndelen.
Rechte en gebogen lijndelen
2. De letters werden vanuit het hele of het halve vierkant ontworpen. Er werden dus twee letterzoneverhoudingen toegepast: 1 : 1 en 1: 2. Als de ene letter een breedte-/hoogteverhouding van 1:1 heeft, zal deze opvallen tegenover een lettervorm met een 1:2-verhouding.
Hele en halve vierkant-letters van de Romeinse KAPITALEN
3. Door met gereedschap met een platte punt te werken (rietpen, plat penseel) ontstond door translatie (evenwijdige verplaatsing van de punt) een spoor met lijncontrast. Hierdoor bleven zuiver horizontale en verticale lijndelen even dik, maar verliep het contrast geleidelijk bij gebogen lijndelen. Hierdoor werd het verschil tussen lijndelen versterkt, hetgeen de herkenbaarheid van de letter vergrootte.
De fraaiste Romeinse kapitalen vinden we op de triomfzuil van keizer Trajanus te Rome.
Kapitalen van de zuil van keizer Trajanus, de basis van het Westerse schrift
Gedurende de hele ontwikkeling van het Westerse schrift vanaf het einde van het Romeinse rijk bleven alle letters rechtop geschreven. Dit duurde tot en met de Middeleeuwen en het begin van de Renaissance.

De Renaissance
De Renaissance is een belangrijke periode voor de ontwikkeling van het Westerse schrift, bijna te vergelijken met de ontwikkeling van het Romeinse kapitaalschrift.
Er ontstond een sterke behoefte aan een beter leesbare letter voor iedereen. Daarvoor werd de Humanistische minuskel ontworpen, die nu nog de basis is van onze drukletters. De breedte-/hoogteverhouding werd nu standaard voor alle letterrompen: 1:1. Deze letter werd de Humanistische minuskel genoemd.
Humanistische minuskel, gebaseerd op de cirkel
In feite was dit lettertype al ontwikkeld vóór de middeleeuwen, in de tijd van Karel de Grote. In de oude boeken vonden de humanisten deze letter terug en pasten hem enigszins aan. Hoewel die letter nog in één doorgaande streek werd geschreven (lopend schrift) waren de schrijvers in de Renaissance inmiddels gewend geraakt aan het losse strekenschrift van de middeleeuwen en deze werkwijze pasten ze ook op deze Humanistische minuskel toe.
Het was een schitterende letter, door de typografen ook wel ‘Romein’genoemd. Deze letter had door het gebruik van pennen met een platte punt (ganzenveer) ook lijncontrast. Er werden ophaaltjes en afhaaltjes gebruikt. De afhaaltjes werden tot schreven. Deze fraaie letter was optimaal leesbaar en stond rechtop. Dit lettertype werd voor officiële documenten gebruikt en in boeken.
Boekschrift uit de Renaissance
Dit boekschrift was echter niet vlot schrijfbaar, omdat vrijwel elke letter uit meer dan één streek werd opgebouwd, die tegen elkaar werden geplaatst. We noemen dit ‘staand schrift’.

Naar een vlotter schrijfbaar schrift
De veelschrijvers van de pauselijke kanselarijen, die de correspondentie van de Katholieke kerk door heel Europa moesten verzorgen, ontwikkelden een vlotter schrijfbaar schrift.
In dit schrift werd elke letter zoveel mogelijk uit één doorgaande haal geschreven. We noemen dit ‘lopend schrift’.
Dit briefschrift had een breedte-/hoogteverhouding van de letterromp van 1:2. De breedte was dus de helft van de hoogte. Hierdoor was er veel minder handverplaatsing nodig.
Briefschrift uit de Renaissance. Dit kon veel vlugger geschreven worden.

Vergelijk de woordlengte van dit woord (met zelfs één letter meer en gelijke romphoogte) eens met het woord ‘boekschrift’ hiervoor!

Door het schrijven van elke letter in één doorgaande haal én door het minder breed schrijven van de letters, kon veel sneller geschreven worden.
Vergelijking boekschrift-briefschrift
Ook konden er meer letters op één regel worden toegepast. Door het ophalen van de verbindingsbogen binnen de letters (bijv. de boog die de twee poten van de letter met elkaar verbindt) werd de letter door sommigen wel eens iets schuin geschreven. Dit heeft dus direct te maken met de constructievorm van de letter. Deze lichte helling was nooit meer dan 5° uit het lood. Echt schuin schrijven was er dus niet bij.
De iets schuine stand hoorde voor sommigen bij dit lettertype. Op die manier is deze in Italië ontwikkelde letter ‘Italic’ gaan heten en in Word vinden we voor de schuine stand van de letters bij de lettereigenschappen hiervoor de kapitaal I.
In Word kunnen we via de kapitaal I van Italic, een geselecteerd deel van de tekst 'cursief' zetten.

Zwelschrift met fabriekspennen
Vanaf ongeveer het begin van de negentiende eeuw ging men over op het schrijven met fabriekspennen van metaal. De ganzenveer moest steeds versneden worden en dat kostte op den duur teveel tijd en vakmanschap dan iedereen kon opbrengen.
Er werd een stalen pen gemaakt, die niet in een beitelvorm eindigde, maar in de vorm van een scherpe punt. Men voelde nog wel steeds de behoefte om lijncontrast te maken, maar dat ging nu alleen als er op de pen werd geduwd bij het plaatsen van neerhalen. De elastische punten gingen dan wijken (expanderen) en de lijn werd daardoor dikker. Deze schriftsoort wordt ook wel “expansieschrift” genoemd.
De kroontjespen is de bekendste zwelschriftpen uit het verleden.
Het duwen op de pen om de lijn te laten zwellen, moet geleidelijk worden ingezet. Daardoor heeft dit ‘zwelschrift’ extra streekruimte nodig. Om dit te bevorderen werden de bestaande lussen langer gemaakt. Ook werden alle letters scheef gesteld, omdat dit de streken nog langer maakte.
Zwelschrift in de methode van 't Hof. De stand is 45 graden. Omdat het lastig was met deze pen om de p te sluiten, werd deze open geschreven als de letter 'n'. Om het onderscheid met de 'n' groter te maken werd de ophaal hoger aangezet.
We zien hiermee dat het schuine schrift zich heeft ontwikkeld uit een specifiek schrijfmateriaal (even voor het gemak de kroontjespen genoemd), dat tegenwoordig niet meer gebruikt wordt. Hiermee is elke noodzaak tot schuin schrift komen te vervallen.

“Dat heb ik zo geleerd op de PABO!”
In gesprekken met onderwijzend personeel tijdens lezingen en contacten met scholen bleek, dat sommige leerkrachten stellig meenden dat schuin schrijven beter was voor de snelheid van het schrijven. Enkelen van hen beweerden zelfs dat ze dit zo op de pabo hadden geleerd…

Zoals we hierboven hebben kunnen zien, zijn voor het schuine schrift langere halen nodig. Die langere halen bespoedigen het schrift dan ook zeker niet. Iedereen kan op grond van deze verlenging van streken begrijpen, dat langere afstanden eerder een barrière vormen voor het tempo. Het is bij schuinschrift nog meer nodig om je bewegingen te versnellen om de letter tijdig af te kunnen maken.

Schuin schrijven vermeerdert de lijnlengte met 50%!
Metingen laten zien dat het eerste woord een lijnlengte heeft van 10,37 cm en het tweede een totaallengte van 15,29 cm. Een toename van 50%!!

Uit onderzoek (Shepherd, R.N., and Cooper, L.A. 1982 Mental images and their transformations Cambridge, Mass.: MIT PRess) is gebleken dat rechtopstaande letters beter herkenbaar zijn dan schuin staande. Dit is dan ook de reden, waarom we als regel rechtopstaande letters in een boek drukken en de te accentueren woorden als uitzondering scheef stellen (in de typografie cursief geheten).

Nog een belangrijk argument om rechtop te schrijven: als je schuin schrijft worden alle halen schuin geschreven. Als je rechtopschrijft zijn alleen de verbindingshalen schuin. De neerhalen onderscheiden zich door hun rechte stand. Zo zien de leerlingen ook beter wat de neerhalen zijn.