VISIE & VAKKUNDIGE ZEKERHEID

De Stichting Schriftontwikkeling heeft in haar onderzoeken een visie ontwikkeld op handschriftontwikkeling. Zoiets heet wel ‘visie’, maar het is toch in ons geval anders. Een visie is een zienswijze, een beschouwing of opinie.
Het is in ons geval echter meer. Het is ook een vakkundige zekerheid.
Wat we bedoelen is enigszins vergelijkbaar met het Willem Alexander-effect. U weet wel, dat Willem Alexander indertijd de opinie van prof. Baud over de Argentijnse geschiedenis als ‘ook maar een mening, waar andere meningen tegenover stonden’ kenschetste. Hij ging hiermee volledig voorbij aan jarenlange vakkennnis en specialisatie en plaatste zijn mening daarnaast als evenwaardig, alleen maar omdat het ‘ook een mening’ was.

Wij hebben, samen met vakkundige collega’s, zoveel mogelijk kennis verzameld en doen daarvan op deze website zoveel mogelijk verslag. Wij hebben vele kinderen zéér effectief kunnen helpen en helpen nog dagelijks kinderen af van hun op de basisschool en bij bewegingstherapieën opgelopen derderangsgevoelens.

We realiseren ons heel goed dat niet iedereen even blij is met onze vakkennis en vakvaardigheid. We beseffen heel goed dat er mensen zijn die verdienen aan het oude idee. We onderkennen ook het ‘meerderheidseffect’, waardoor velen nog niet goed durven aannemen dat jonge kinderen heel erg nauwkeurig kunnen werken met fijne materialen en ook niet durven accepteren dat bewegingsoefeningen geen enkel effect hebben op de kwaliteit van een specifieke instrumentele vaardigheid.
De meerderheid zegt het tenslotte anders:

Uit

“Der meerderheid weet niets, ‘ sprak professor Prlwytzkofsky. Hij zat niet ver van daar met Smoris Trot op de bank en trachtte het ventje te bemoedigen.
“Gans niets!” verzekerde hij. “Treur daarom niet, kleiner Trot. Eén persoon weet altijd meer dan een menigte.”
“Zou het?” vroeg Smoris hoopvol. “Ik heb dat ook wel eens gedacht; maar de meerderheid was er altijd tegen.”


Uit “Het monster Trotteldrom” door Marten Toonder. De Bezige Bij, Amsterdam 1972

Marten Toonder was een massapsycholoog, die het verschijnsel van ‘het unieke inzicht’ in meerder van zijn werken op bijzonder creatieve wijze heeft verwoord.

De visie of vakzekerheid wordt hieronder a.d.h.v. een aantal, in het schrijfonderwijs voorkomende begrippen uiteengezet.

De begrippen ‘grafo-cognitie’ en ‘grafo-cognitief’ zijn ontwikkeld door de medewerkers van de Stichting Schriftontwikkeling. Ze bestonden daarvoor doodeenvoudig niet.
Ook de consequenties van het einde van het proximaal-distaalprincipe door op speciale wijze te kleuren en te arceren, zijn de uitkomst van eerste onderzoek van dit onderwerp door de Stichting Schriftontwikkeling.
In het begin gebruikten we ook nog wel eens de term ‘grafo-motoriek’, maar dat deden we om makkelijker gevonden te worden door mensen die naar deze materie op zoek waren.
Uiteraard bestaat ‘grafo-motoriek’ evenmin als ‘schrijfmotoriek’ of welke specifieke, toepassingsgerichte culturele vaardigheid dan ook.
Het doel van de Stichting Schriftontwikkeling, het verbeteren van de kwaliteit van de handschriftinstructie, is het uitgangspunt om tot nieuwe inzichten te kunnen komen.
We gaan hier vanuit:
“Elk kind heeft er recht op dat er in het primair onderwijs een goed leesbaar handschrift wordt ontwikkeld dat goed onderhouden kan worden.”

Historie

In de vorige eeuw tot op heden ontwikkelde zich de motorisch-ritmische visie op het schrijven. Hierbij was het uitgangspunt: SCHRIJVEN = BEWEGEN. Ook wordt schrijven al vanaf het begin verbonden met taal. De consequenties van deze standpunten worden in de afzonderlijke onderdelen besproken.
De Stichting Schriftontwikkeling heeft een andere visie op het (leren) schrijven ontworpen en de laatste jaren daar uitgebreid over gepubliceerd.
De kwintessens van deze visie oriënteert zich op het negatieve resultaat dat het huidige handschriftonderwijs al decennialang geeft. Iedereen weet dat de kwaliteit van de handschriften met het klimmen der jaren in het basisonderwijs sterk terugloopt.
Dit, terwijl in deze jaren ontzettend veel ‘motorische aandacht’ is gegeven aan het verbeteren van het handschriftonderwijs. Bovendien kan het niet zo zijn dat de kwaliteit van de motoriek bij alle kinderen massaal terugloopt. Dit laat alleen al zien dat ‘motoriek’ op zich niets met de kwaliteit van het handschrift te maken heeft.
Verkeerde conclusies worden er voortdurend getrokken. Kijk hiervoor ook eens bij “Handschrift in de media“.

De slechte staat van het handschriftonderwijs en haar producten is direct te relateren aan het verkeerde uitgangspunt: schrijven = bewegen.
Vooral in het onderdeel ‘Het grote misverstand’ kunt u lezen wat de consequenties zijn voor het gelijkstellen van het ‘schrijven’ aan ‘een motorische vaardigheid’.

De verarming die dit heeft opgeleverd heeft zich vertaald naar een steeds slechter oefenmateriaal. Slecht door het oninteressante van uitsluitend na- en overschrijfmateriaal, dat geen enkele uitdaging in zich heeft.
Zowel leerkrachten als leerlingen verloren hun belangstelling voor dit vakgebied. En zij niet alleen:
Bij de wijziging van de Lager Onderwijswet van 1920 naar de Wet op het Basisonderwijs van 1981 had het minsisterie van Onderwijs ook dermate haar belangstelling in dit vakgebied verloren, dat het zelfs vergat om deze ‘leervoorwaarde’, die men tegenwoordig basisvaardigheid of kerntaak noemt, geheel was vergeten!!

Het gevolg van deze vergissinig was, dat het handschrift geen eigen ontwikkelingsgericht en substantieel onderdeel van de kerndoelen kon worden. Daar is, ingeklemd tussen totaal andere ontwikkelingsprocessen als ‘spelling’ en ‘zinsbouw’ nog net het woord ‘leesbaarheid’ terug te vinden. Meer heeft men over deze dagelijks en voor ongeveer de helft van alle taken voor de leerlingen in het basisonderwijs ingezette vaardigheid niet te vermelden!

Uit het kerndoelenboekje:
http://www.slo.nl/primair/kerndoelen/Kerndoelenboekje.pdf/

Kerndoel 8
De leerlingen leren informatie en meningen te ordenen
bij het schrijven van een brief, een verslag, een formulier of een werkstuk. Zij besteden daarbij aandacht aan zinsbouw, correcte spelling, een leesbaar handschrift, bladspiegel, eventueel beeldende elementen en kleur.

Dit laat zien van hoe ontstellend weinig inzicht er sprake is bij het ministerie van Onderwijs, zowel als de SLO (Stichting Leerplan Ontwikkeling) waarvan de laatste de formulering van de kerndoelen voor haar rekening heeft genomen.

Enerzijds dus de vergissing van ‘schrijven’ als ‘bewegen’, anderzijds het gebrek aan inzicht in basale vaardigheden in het basisonderwijs. Daarnaast een toename van amateurs die zich dit vakgebied toeëigenen.

U kunt begrijpen dat het handschriftonderwijs op de diverse pabo’s minimale aandacht krijgt. Sinds het competentiegerichte onderwijs is daar nog eens extra aandacht af gegaan. Niet elke vakdocent ‘handschriftontwikkeling’ beoordeelt meer de eigen vaardigheid van de student of zijn didactische inzichten. In portfoliogesprekken kan echt niet elke willekeurige collega van de handschriftdocent op niveau beoordelen of een student voldoende kennis, vaardigheid en inzicht heeft in dit vakgebied. En dat, terwijl er nog zoveel onbewezen of niet onderbouwde ideeën leven bij diverse studenten en vele leerkrachten in het basisonderwijs.

Een aantal van dergelijke stellingen:
– Schrijven is bewegen
– Schrijven is motorisch; (Dus: een kind dat slecht schrijft heeft een slechte (fijne) motoriek)
– Motorische oefeningen verbeteren het schrijven.
– Kinderen die slecht schrijven moet je naar een motorisch therapeut sturen.
– Kinderen die slecht schrijven moeten blokletters schrijven.
– ‘Als het maar leesbaar is’
– Leeswoorden moeten geschreven worden. Dan gaat een kind beter lezen.
– Schrijven is nauwelijks meer nodig. We hebben tegenwoordig computers met toetsenborden en tekstverwerkers.

Het is dan o.a. hierom dat de Stichting Schriftontwikkeling deze ideeën op de korrel neemt en probeert vast te stellen wat er wérkelijk van waar is.

Op onze website kunt u op diverse plaatsen over genoemde onderwerpen lezen.

We zijn van mening dat het schrijven aan alle kinderen uit het basisonderwijs te leren valt en dat het een basale en competentiegevoel verhogende vaardigheid betreft waar alle kinderen in het basisonderwijs recht op hebben.

VERNIEUWINGEN EN ONTWIKKELPUNTEN VAN DE STICHTING SCHRIFTONTWIKKELING
Welke vernieuwingen in het handschrifonderwijs heeft de Stichting Schriftontwikkeling in de afgelopen jaren tot stand gebracht?

Proximaal en distaal
In de jaren 60 werd bekend gemaakt dat de proximale (schouder-romp-) motoriek zich onafhankelijk ontwikkelde van de distale (pols- hand- vinger-) motoriek.
In de jaren ’90 van de vorige eeuw is hier meer bekendheid aan gegeven. Medewerkers van de Stichting Schriftontwikkeling hebben toen de consequenties hiervan getrokken en met kleuters en peuters fijne grafische opdrachten ontwikkeld.
Kleuters bleken heel goed fijn en klein te kunnen werken. Ook bleek het mogelijk om kleuters al meteen een goede greep voor te doen en aan te leren.
Voorbeelden hiervan waren het laatst te zien in de tentoonstelling ‘Kijk eens wat kleuters kunnen’. (Zie Tentoonstelling)

Dit heeft een grote omslag gebracht in het denken over de mogelijkheden en te ontwikkelen vaardigheden bij het jonge kind.
Door het jonge kind te laten kleuren en arceren worden precies de bewegingen geoefend die later bij het schrijven nodig zijn. Deze bewegingen hebben exact hetzelfde formaat als tijdens het schrijven later nodig is. Dit, terwijl er geen lettervormen op verkeerde wijze worden ingeslepen!

Op grond hiervan heeft de Stichting Schriftontwikkeling veel oefeningen en materialen ontwikkeld om kinderen de benodigde grafische vaardigheid bij te brengen. Ondertussen wordt het kind ‘grafisch nauwkeurig’ en leert het met de juiste greep en houding werken.

Schrijven is een grafo-cognitieve vaardigheid
Een van de belangrijkste stellingen van de Stichting Schriftontwikkeling is het uitgangspunt, dat schrijven als instrumentele vaardigheid een ‘grafo-cognitieve vaaardigheid’ is. Dit houdt in dat een handschrift goed kan worden ontwikkeld en onderhouden, door een voldoende hoeveelheid essentiële letterkennis, uiteraard samen met aanhoudende goede oefening.

Door kinderen naast trajectkennis (routekennis, het pad van de letter) ook vormgevingskennis aan te reiken kan het kind veel beter leren schrijven, maar ook makkelijker de kwaliteit van de lettervormgeving onderhouden.
De meeste schrijfmethoden blijven steken in trajectkennis. Maar er is meer: ook de breedte-/hoogteverhouding van de letterromp heeft invloed op de goede lettervormgeving.
Kinderen moeten d.m.v. uitdagende oefeningen deze verhoudingen en andere aspecten van letterkennis opdoen.

Handschriftcriteria
Bij lettercognitie spelen handschriftcriteria een cruciale rol. Omdat het weinig uitdagend is om handschriftcriteria aan kinderen aan te leren, heeft de Stichting Schriftontwikkeling jaren geleden (zie alle PRAXIS-artikelen onder ‘artikelen’) het manipuleren van handschriftcriteria bedacht en ontwikkeld.
De gedachte hierachter is de volgende: Als het voor het handschrift het beste is dat de letterrompen allemaal even hoog zijn, dan geeft het veel inzicht als je kinderen er een oefening in laat doen, waarbij het juist de letterrompen niet even hoog schrijven. Juist door de regel te overtreden wordt de regel het meest bewust gemaakt.
Het is daarbij wel belangrijk de juiste criteria te kiezen. Zo gaat het bij het ‘even recht’ schrijven van de letters om de evenwijdigheid van de neerhalen, niet om de hellinghoek. Kinderen kunnen rechtop schrijven of iets schuin. Dat is om het even. Belangrijk is het dat alle neerhalen ‘even recht’ of ‘even ‘schuin’ worden geschreven.

Evenwijdige neerhalen

Letterkennis
Stichting Schriftontwikkeling heeft ook de lettervormgevingskennis voorop gezet als het gaat om het aanleren en onderhouden van het handschrift. Kinderen die door alle (hulp)lijnen schrijven zijn geen kinderen die ‘niet tussen de lijntjes kunnen schrijven’. Zulke kinderen kunnen bijvoorbeeld heel goed tussen lijntjes kleuren en een huisje tussen de 8 mm liniatuurlijnen van een gewoon schrijfblad tekenen. De oorzaak van het door alle lijnen heen schrijven is vaak gelegen in een te vroege schrijfstart (als kinderen nog niet rijp zijn om letterzones te herkennen of bedekkende en kerende streken in lopend schrift) en een gebrekkige instructie en begeleiding in dit opzicht.
Om een handschrift op termijn te kunnen onderhouden moeten de kinderen zélf over voldoende letterkennis beschikken. Pas dán begrijpen ze wat er verkeerd kan gaan en zal het ook niet zo heel gauw fout gaan.

Een van de meest verwoestende verschijnselen in het basisonderwijs is het ‘vrij geven’ van de schrijfwijze in de laatste twee groepen van de bovenbouw: groep 7 & 8. Je mag op veel scholen dan ‘zelf weten hoe je schrijft’. Ogenschijnlijk gaat het alleen om de keuze tussen ‘los’ schrijven of ‘verbonden schrijven’. Maar als kinderen ‘los’ gaan schrijven gooien ze vaak alle lettersoorten door elkaar. Bovendien leren ze niet écht hoe je ‘los schrijft’ en tegelijkertijd toch een woordverband maakt. Al het geleerde van de voorgaande jaren wordt in feite te grabbel gegooid. Leerkrachten uit onder- en middenbouw zouden in feite tegen deze situatie van ‘schriftanarchie’ horen te protesteren.

Veel kinderen (vooral meisjes) gaan in zo’n situatie over tot een soort blokletters (altijd anders dan in de schrijfboekjes nog als mager voorbeeld wordt meegegeven) waarbij ze alle letters dan maar tegen elkaar aan schrijven. Wat is nu nog ‘los schrijven’?
Hier zie je heel duidelijk dat kinderen in de kou blijven staan bij zoiets persoonlijks als het eigen handschrift. Ze beschikken over absoluut te weinig lettervormgevingskennis om zelfstandig en verantwoord een dergelijke keuze aan te kunnen. In feite is het een zwaktebod. We realiseren ons echter heel goed dat dit voor een belangrijk deel wordt veroorzaakt, doordat de meeste schrijfmethodes in de bovenbouw geen letterkennis aanbrengen en ook geen uitdagende opdrachten geven.

Desondanks is het beslist af te raden om kinderen zélf te laten kiezen hoe ze willen schrijven. Schrift is een communicatief tekensysteem, waarbij we ons allemaal aan een aantal cultureel bepaalde afspraken moeten houden.
Het is daarom van groot belang dat de kinderen die basale afspraken leren op een basisschool.

Schoollettervormgeving
Een van de belangrijke vernieuwingen was het ontwerp door de Stichting Schriftontwikkeling van een nieuwe schoolschrijfletter.
Geleidelijk aan waren, doordat handschriftmethodeauteurs voortdurend op elkaars voorgaande resultaten varieerden, verschillende fouten in de lettervormgeving geslopen.
De allerbelangrijkste was dat de lussen van de letters te lang waren. Tussen de lijnen van een schrijfblad, die ongeveer 8 mm van elkaar staan, neemt de letterromp (kleine letterhoogte of x-hoogte) 1/3 van de hoogte in beslag. Als de bovenlus dan ook 1/3 daar bovenop aan ruimte in beslag neemt, is er daarboven weer 1/3 over voor de onderlus van de regel daarboven.
Zo hoeven de lussen niet in elkaar te haken. Als een schrijfmethode daar geen rekening mee houdt, kunnen de regels niet recht onder elkaar beginnen. Vormgevers kunnen, door de regels en woorden te schuiven de lussen wel uit elkaar houden, maar voor kinderen is dat uiteraard niet mogelijk. Die haken alle regels alsnog in elkaar.

Vergelijking oude schoolletters met het door Schriftontwikkeling ontworpen schoolschrift

Duidelijk is nu te zien dat de letters even groot zijn gebleven (zie de vergelijking tussen de woorden ‘zeil’).
Wat zijn de belangrijkst verschillen?
– De lussen zijn minder lang.
– De letters zijn minder breed.
– De letters zijn minder schuin.
– De hoofdletters bestaan uit KAPITALEN.

Uit het onderzoek van de CITO (PPON over handschriftkwaliteit) kwam duidelijk naar voren dat kinderen in de bovenbouw steeds meer rechtop gaan schrijven. Het heeft dan weinig zin om onder hun werk ‘Schuiner!!’ te gaan schrijven. Een minder schuine letter is dan effectiever.

De letters waren in de oude schrijfmethoden na de renaissance ook steeds breder geschreven met vooral brede verbindingshalen.
In de door de Stichting Schrifontwikkeling ontworpen letters hebben alle letters een gelijke breedte-/hoogteverhouding gekregen: 1:2. Deze vaste breedte-/hoogteverhouding geeft het schrift dat ermee geschreven wordt een mooie regelmaat, waarin het begrip vormovereenkomst een vooraanstaande plaats heeft gekregen.
Een minder brede letter geeft ook minder handverplaatsing. Er kunnen dus meer letters op één handverplaatsing geschreven worden.
Dit is een belangrijk ergonomisch aspect van deze lettervormgeving.
Daar komt nog het aspect van duurzaamheid bij: deze letter kost aanzienlijk minder papier!

Tenslotte werden vroeger hoofdletters niet verbonden aan het woord. De meeste ‘hoofdletters’ uit de gebruikelijke schrijfmethoden zijn dan ook nog steeds niet geschikt om vanzelf te verbinden. Letters als O, V en P zijn niet geschikt. Een verbindingshaal wordt er gewoon ‘aangeplakt’.
Omdat een aantal ‘niet geschikte hoofdletters’ zich dus niet voor verbinding aan de volgende letter leenden, heeft men in het verleden er ‘vergrote minuskels’ van gemaakt. Vergrote ‘kleine letters’ dus. Voorbeelden zijn de letters V, W, M, N.
Andere hoofdletters hebben onderlussen gekregen, zoals minuskels. Allemaal om er ‘grote minuskels’ van te maken.
Al deze onechte handelingen met oorspronkelijke KAPITALEN maakte dat de hoofdlettervormen bijv. ook niet meer geschikt waren voor toepassing in wis-, natuur- en scheikundige formules. Daar is het onderscheid tussen kapitalen en minuskels juist van groot belang.

Andere kenmerken
Tenslotte zijn belangrijke lettervormgevingsprincipes als ‘vormovereenkomst’ en ‘duidelijk onderscheid tussen rechte en gebogen lijndelen’ in het letterontwerp toegepast.

Toepassing
Deze letter is toegepast in de schrijfmethode “Schrift” van ThiemeMeulenhoff (www.schrift-online.nl) Een met de hand uitgeschreven voorbeeld ervan ziet u op de eerste startpagina van deze website.

Als u zelf eens wilt experimenteren met het digitale letterfont kunt u contact opnemen via info@schriftontwikkeling.nl