ontluikende geletterdheid

T.a.v.het maken van letters door kleuters is tegenwoordig steeds meer te horen over ‘ontluikende geletterdheid’. De Stichting Schriftontwikkeling heeft tot op heden echter nog niet veel ‘schrijfinitiatieven’ waar kunnen nemen in de onderbouw van de basisschool, die de noodzaak tot een premature letterproductie met de pen of het potlood rechtvaardigen.
Zoals hierboven is beschreven gaan perceptieve leerprocessen vooraf aan productieve leerprocessen (Eerst ‘input’ en daarna ‘output’). Een baby leert eerst luisteren en daarna pas spreken. Zoals het lezen kan worden beschouwd als ‘grafisch waarnemen’, kunnen we het schrijven zien als ‘grafisch spreken’.

In schema:

  perceptief productief
auditief/fonetisch luisteren spreken
optisch/ grafisch lezen schrijven

De procesaspecten van het lezen en schrijven zijn ook geheel verschillend.

Procesaspecten van het beginnend schrijven Procesaspecten van het beginnend lezen
Schrijven is een ‘constructief’ proces Lezen is een ‘perceptief’ proces
   
1. Intentionele niveau 1. Visuele waarneming van letters
2. Linguïstische niveau 2. Herkenning van letters
3. Lexicale niveau 3. Orthografische herkenning
4. Foneem-grafeem conversie-niveau 4. Begrijpen van woorden
5. Allograafselectie & motorprogrammeringsniveau 5. Begrijpen van de structuur en betekenis van de zin
6. Parametrische niveau 6. Begrijpen van zinnen en tekst.
7. Initiatieniveau  

‘Beoordeling van het motorisch niveau en de schrijfmotoriek van basisschoolleerlingen door leerkrachten’; B.C.M. Smits-Engelsman; Tijdschrift voor Onderwijsresearch 20 (1995) Thomassen, Noorman, Eling (1984) Het leesproces. Lisse, Zwets en Zeitlinger (blz. 5)

Duidelijk is hier te zien dat er bij het lezen en schrijven geen overeenkomstige procesaspecten te vinden zijn. Lezen en schrijven zijn twee totaal verschillende processen.

[Over deze kwestie is in oktober 2007 een artikel verschenen in JSW “Schrijven zonder lezen”.
U kunt dit eventueel in pdf-vorm aanvragen via info@schriftontwikkeling.nl]

Punt 5 betreft het hele handschriftonderwijs!
Overigens is wat op dat moment gebeurt wat kortaf geformuleerd met het begrip ‘allograaf-selectie’. Een allograaf is een schriftteken, maar er zijn er nogal wat om uit te kiezen door het jonge kind en daarbij komen ook nog keuzes als startpositie en constructiewijze. Vandaar dat we punt 5 liever als volgt uitbreiden [vet weergegeven]:

5.
a. Allograafselectie,
b. constructieselectie,
c. startpositieselectie,
d. grafeempositioneringsselectie,
e. neerhaalrichtingselectie,
f. richtingsselectie,
g. draairichtingsselectie
h. motorprogrammeringsniveau

ad. a. Dit betreft de keuze van het de lettersoort (KAPITALEN, minuskels, verbonden, onverbonden enz.)
ad. b. Gaat het om letters die zoveel mogelijk in één doorgaande haal worden geschreven? Dit noemen we ‘lopend’ of ‘cursief’ schrift.
ad. c. Op welke plaats en hoogte start het lettertraject?
ad. d. Waar wordt de hele letter gepositioneerd?
ad. e. Wat voor hellinghoek geven we de neerhaal mee?
ad. f. In welke richting (links, recht, naar boven of naar beneden) moet worden bewogen?
ad. g. In welke draairichting (linksom, rechtsom) moet worden bewogen?
ad. h. Instructies voor de aansturing van de spiergroepen worden gegeven.

VANAF DE PEUTERLEEFTIJD

Al vanaf de leeftijd van 2,5 jaar is het mogelijk om het jonge kind op juiste wijze het schrijf- en tekengereedschap vast te laten houden en het met kleine, ronddraaiende bewegingen te leren kleuren. Daarnaast kan het jonge kind ook leren arceren. Dit laatst is een uitstekende vooroefening voor het leren schrijven.

Als het kind van jongs af aan de goede greep en houding aangeleerd krijgt, hoeft het later minder af te leren en kan het gewoon doorgaan met de goede greep en houding. Dit levert aanzienlijk minder spanningen op. De leerkracht moet het er voor over hebben om er voortdurend op te letten. Het kan helpen hier spelletjes voor te gebruiken, waarbij een naar de gang gestuurd kind bij terugkomst bijv. moeten zien welk kind van een hele groep wél goed zit of juist niet.