Grafo-cognitie

Een volkomen nieuwe benadering van het handschriftonderwijs, ontwikkeld door de Stichting Schriftontwikkeling.

Aan de schrijfpatroonoefeningen is duidelijk te zien, dat men het schrijven tot zo’n tien jaren geleden nog gemeenschappelijk opvatte als een toepassing van schrijfpatronen, van ‘schrijfbewegingen’. Bestaan schrijfbewegingen eigenlijk wel? Als je deze bewegingen toepast ontstaat niet het handschrift zoals we het graag willen. Marius Lindeman, de inmiddels overleden bekende schrijfpedagoog uit Amsterdam, schreef in zijn laatste artikel in het Tijdschrift voor Remedial Teaching zijn twijfels over het bestaan van een schrijfbeweging.
“Bestaat er wel zoiets als ‘schrijfmotoriek’? Er bestaat toch ook niet zoiets als ‘fietsmotoriek’ of ‘vioolmotoriek’!”
Hij had hiermee volkomen gelijk. Het goed kunnen schrijven is niet een gevolg van eerder uitgevoerde motoriek-oefeningen, van ingeslepen bewegingen, maar van voldoende lettervromgevingskennis om aan een pen de juiste aansturing te kunnen geven. De fijne oefeningen om de buig-strekfunctie van de drie schrijfvingers te oefenen, moet dan ook niet met vormen geoefend worden die op letters lijken, maar onafhankelijk daarvan. Bovendien moet er ook veel meer aandacht zijn voor de drukbeheersing van het teken-/schrijfmateriaal.

Stichting Schriftontwikkeling heeft hiervoor een grafo-cognitieve benadering ontwikkeld, die op onderzoek en professionele vakkennis is gebaseerd.
U kunt altijd het pakket oefeningen aanvragen dat kinderen begeleid naar een goede grafische nauwkeurige attitude, zoals die nodig is voor het schrijven tussen de 8 mm-lijnen van het schrijfpapier. Ook kunnen scholen proeflessen aanvragen om in alle groepen het effect van deze nieuwe werkwijze uit te proberen.

Grafo-cognitieve lettervormgeving is gebaseerd op kennis, beter waarnemen en voldoende uitvoeringsvaardigheid. Deze drie aspecten worden gekoppeld tijdens het schrijven, terwijl er ook van een voortdurende ‘terugkoppeling’ sprake is tijdens de hand-oogcoördinatie en de handhaving van de vijf belangrijkste handschriftcriteria.

Schrijven = bewegen?
Voor een deel was de motorische visie gebaseerd op ‘grafologie’, die zich tegenwoordig ‘schriftpsychologie’ noemt. Het is een onwetenschappelijke benadering van schrijven als ‘uitdrukkingsbeweging’.
In de motorische visie gingen sommigen zelfs zo ver de kinderen ‘grafische bewegingen op muziek’ te laten maken. Het schrijven is echter een té individuele aangelegenheid om er groepsgewijs op een tactus mee om te gaan. De uitvoeringssnelheid en het verloop ervan is geheel individueel en tactus en ritme kunnen nooit de juiste aansturing zijn van onritmische tekens waarvoor de vormgeving van doorslaggevend belang is.
Door op muziek te bewegen wordt het ‘ballistisch bewegen’ in de hand gewerkt en dat moet, vooral in de instructiefase van het leren schrijven, maar ook bij de automatisering worden voorkomen.
Het automatiseren van een beweging is zéker mogelijk, maar niemand kan garanderen dat die beweging vanaf het moment van aanleren tot op hogere leeftijd dezelfde zal blijven. Dat is dan ook niet het geval en het verval ervan kunnen we massaal meemaken bij het klimmen der jaren in de basisschool. Het komt veel voor dat kinderen in groep 7 of 8 minder goed schrijven dan kinderen in groep 4/5. Een uiterst onwenselijke ontwikkeling!

Een belangrijke oorzaak van de ‘motorische dwaling’ was, dat van de procesaspecten van het schrijven alleen de beweging zichtbaar is. Dit leidde tot bovenstaande misvatting. De meeste schrijfprocessen voltrekken zich voorafgaande aan de beweging op papier. Deze procesaspecten zijn o.a. door Smits-Engelsman, B.C.M. (1995) beschreven in “Beoordeling van het motorisch niveau en de schrijfmotoriek van basisschoolleerlingen door leerkrachten. In: Tijdschrift voor Onderwijsresearch 20.
Procesaspecten van het lezen en schrijven
Hier is duidelijk de beweging te zien. Het betreft het laatste (7e) procesaspect. Voor de handschriftontwikkeling is het 5e procesaspect van grote betekenis. Hierin wordt de cognitieve kant van het schrijfproces beschreven.

De daaraan voorafgaande procesaspecten betreffen het taalniveau van het schrijven. Dit is voor het vormgevend schrijven niet van belang.

Inmiddels wordt de grafo-cognitieve werkwijze steeds meer (h)erkend en toegepast. Ook ouders kunnen er soms wonderbaarlijke resultaten mee boeken. Deze werkwijze voorkomt dat kinderen naar een bewegingstherapeut worden gestuurd en leert hen een aantal ‘regels’, die hen inzicht geven in hun voortdurend veranderende handschrift. Ze leren ermee hoe de kwaliteit van het handschrift te vergroten en te handhaven.