Voor de ouders

Voor ouders van kinderen die leren schrijven (onderbouw) en/of hun handschrift moeten onderhouden (bovenbouw en brugklas), zijn hieronder een aantal feiten verzameld, die u mogelijk meer inzicht geven in wat er op school aan de orde is bij het handschriftonderwijs en hoe het kan komen dat uw kind toch niet leert schrijven, zoals u het graag ziet.

U kunt als ouder gratis advies (en eventueel zelfs gratis begeleiding) aanvragen door te mailen naar:

info@schriftontwikkeling.nl

 

Vooraf stellen we alvast:

1. U moet vooral niet bij een bewegingstherapeut zijn.

2. De school moet dit oplossen. Het is hún taak om uw kind een goed handschrift aan te leren. Elk kind kan het leren. Op een basisschool hoort men alle kinderen voldoende te instrueren in de ‘basisvaardigheden’. Dit zijn lezen, schrijven en rekenen.

We gaan nu wat nader kijken naar de oorzaken van het slechte handschrift

1. De gedachte dat een slecht handschrift iets met motoriek te maken heeft.

2. Veel scholen leggen de lettervormgeving (aspecten die de kwaliteit van de vorm bepalen) niet uit (ze beperken zich massaal tot de route van de letters, denk ook aan het volkomen resultaatloze ‘luchtschrijven‘).

3. Op veel scholen wordt in de bovenbouw, soms zelfs al vanaf groep 6, geen handschriftonderwijs en -begeleiding meer gegeven.

 

Slecht schrijfonderwijs is doorgaans eenvoudig te herkennen aan de volgende kenmerken:

1. Er wordt met potlood geschreven.
2. Er worden allerlei bewegingsoefeningen gedaan als voorbereiding op het schrijven.
3. Er wordt met losse letters (blokletters) geschreven
4. Jonge kinderen krijgen dikke materialen aangeboden.
5. Raket- en banaanvormige dikke pennen met deuken en veel te dikke punten worden getolereerd of zelfs voorgeschreven.
6. Er is geen rode lijn tot en met groep 8
7. Slecht schrijvende kinderen worden naar een bewegingstherapeut gestuurd.

(In verband met punt 5 is het ook aan te bevelen om de pagina ‘Aan de bewegingstherapeut‘ en de pagina “Een merkwaardig onderzoek” te lezen.)

Veel ouders hebben het zelf al ontdekt: het slechte handschrift van hun kind heeft niets te maken met de motorische mogelijkheden van hun kind. Meisjes en jongens blijken beide tot de fijnste handelingen in staat. Er is geen verschil tussen jongens- en meisjesmotoriek, dat is uit overweldigend veel onderzoek gebleken. Ook als kinderen naar een bewegingstherapeut gaan wil het maar niet vlotten met de handschriftkwaliteit.
Het is duidelijk: het kan niet aan ‘de motoriek’ liggen.

U kunt zelf ook wel volgen hoe dat komt: ‘motoriek’ bestaat eigenlijk niet (niemand kan er een sluitende definitie van geven). We hebben een lichaam met lichaamsdelen die in staat zijn tot bewegingen. Er zijn botten, spieren en pezen, die door middel van opdrachten aan de spieren (via de zenuwen) tot bewegen komen. Die bewegingen worden dus aangestuurd door de hersenen. We weten dat verschillende hersendelen alleen en in samenwerking verantwoordelijk zijn voor de aansturing van de verschillende bewegingen. Spieren kun je niet een verandering van beweging zelf laten uitvoeren, omdat ze niet over de aansturing gaan. Dat doen de hersenen. Spieren kun je wel (o.a. door veel training) sterker laten worden. De aansturing komt echter uitsluitend uit de hersenen. Je kunt dus zeggen dat bewegen cognitief (gebaseerd op kennis) is. Daarom moet je ook de cognitie beïnvloeden als je goed wilt schrijven. Niet voor niets wordt in het volgende artikel ‘springen’ cognitief genoemd: “Springen doe je met je hoofd”.

Als niemand een werkbare definitie kan geven van ‘motoriek’, dan mogen we aannemen dat het een niet-deugdelijk begrip betreft. ‘Motoriek’ zegt niets over de aansturing van de beweging en de beïnvloeding daarvan. Het is een vaag begrip dat heel oppervlakkig alles wat beweegt aanduidt.

In het kort:
1. Je kunt spieren niet beter laten bewegen door ‘motorische oefenigen’. Je kunt spieren op die manier alleen versterken. Ook kun je oefenen in het bevorderen van lenigheid. Een culturele vaardigheid als gitaarspelen of schrijven heeft daar echter niets aan.
2. Je kunt alleen maar aansturingsinvloed uitoefenen op de hersenen en daarmee is die aansturing dus cognitief.

Als een school het heeft over ‘slechte motoriek’, slechte fijne motoriek of, nog veel erger, ‘slechte schrijfmotoriek’, dan weet u dat u duidelijk niet met een deskundige te maken heeft. Schrijfmotoriek bestaat namelijk niet. En met motoriek heeft een goed handschrift al helemaal niets te maken.
Als een kind niet goed kan schrijven, moet de instructie tot een beter schrift op een andere manier worden aangeboden. Maar daarvoor moet de leerkracht deskundig zijn en de kinderen kunnen instrueren wanneer een letter goed is vormgegeven en wanneer niet. De beoordeling daarvan moeten kinderen zelf kunnen uitvoeren. Termen als ‘netjes’, ‘slordig’, ‘mooi’ en ‘lelijk’ kunnen dan uiteraard niet gebruikt worden. Ze geven niet de mogelijkheid om vast te stellen of er nog iets aan verbeterd moet worden en wat.
Als u meer wilt lezen over de motoriek, dan raden we u deze pagina aan:

Motoriek versus vaardigheid
Lees daarnaast eventueel ook de pagina ‘Dysgrafie bestaat niet‘.

We gaan nu weer verder met het onderwijskundige deel van het schrijven.
Als schrijven dan een cognitieve vaardigheid is, berust de hoofdverantwoordelijkheid voor een goed handschrift bij de school. Wat gaat er in dit opzicht nu vaak fout op veel scholen?

Als de leerkracht niet in staat is om uw kind een goed en functioneel handschrift te leren dan zal hij gauw overgaan tot het niet belangrijk vinden van deze basisvaardigheid (“Wat ik zelf niet goed kan is niet belangrijk.“). Doorgaans wordt de schrijfles dan afgeschaft en mogen de kinderen van deze leerkracht eindelijk wel eens zelf hun handschrift ontwikkelen.
Iets waardoor deze leerkracht een korte tijd bij de kinderen aan populariteit zal winnen… Wij weten echter dat deze dan geen goede leerkracht is. Een goede leerkracht geeft namelijk om elke vaardigheid en zeker om een basisvaardigheid.
Het aanleren van deze vaardigheden rechtvaardigt namelijk het begrip basisschool.

Wie één vak negeert, negeert meer vakken. Wie zélf gaat uitmaken wat wel en niet belangrijk is om te leren, veroorzaakt ernstige hiaten bij de leerlingen. Er zijn ook leerkrachten die menen te moeten opmerken dat het handschrift in deze tijd geen rol van belang meer speelt. We hebben toch de computer??

Dergelijke leerkrachten realiseren zich drie dingen niet:
1. Hoeveel er nog steeds geschreven wordt in het onderwijs, met name in het voortgezet onderwijs.
2. Waar hun leerlingen terecht zullen komen. Als ze op een plaats in de maatschappij terechtkomen waar het handschrift nog wél een belangrijke rol speelt, ontstaat er meestal een probleem.
3. Het blijkt steeds meer dat ‘schrijven’ een leervoorwaarde is. Handgeschreven aantekeningen beklijven meer dat ingetypte, omdat er bij het schrijven van al die verschillende letters met hun eigen constructie en verhoudingen meer koppelingen tot stand komen dan bij het simpel indrukken van een toets.

Als er kwalitatief gesproken geen goed handschriftonderwijs wordt gegeven, moeten we er rekening mee houden dat bij andere vakgebieden ook minder kwaliteit wordt geboden dan gewenst…
“Je mag vanaf nu zélf weten hoe je schrijft. Je moet tenslotte een persoonlijk handschrift ontwikkelen.”
Zouden ze bij deze leerkracht ook zelf hun persoonlijke spelling mogen ontwikkelen..?

U moet dit verschijnsel als ouder dus niet goed vinden. Scholen die beweren voor schrijven geen tijd meer te hebben doen iets niet goed. Het betreft namelijk een basisvaardigheid. Die hoort in alle groepen van een basisschool dus gegeven te worden.
Via de ouderraad moet u zien af te dwingen dat er tot de laatste dag op de basisschool aandacht wordt gegeven aan een goede uitvoering van het handschrift. Dat kan uiteraard alleen maar door er wekelijks les in te geven. Daarnaast moet de eis van een goed vormgegeven handschrift elke dag aan de orde komen.
Het is tenslotte ook niet welvoeglijk om de leerkrachten in de onderbouw zo’n vijf jaar te laten ploeteren om van het handschrift iets redelijks te maken en dit met moeite verkregen resultaat als leerkracht in de bovenbouw vervolgens in de vuilnisbak te kieperen.

Begrijpelijk is het soms wel. Er zijn schrijfmethodes die zulke verschrikkelijk saaie oefeningen toepassen in de laatste jaren van de basisschool, dat zowel leerling als leerkracht er niet meer door uit te dagen zijn. Daar komt bij dat veel leerkrachten veel te weinig op hun opleiding hebben geleerd over lettervormgeving en hoe je dat uitdagend kunt aanbieden en uitleggen. Ook zijn sommigen vaak niet vaardig genoeg gemaakt tijdens hun opleiding om het echt goed voor te kunnen doen.
Daarnaast zijn er methodes die tot aan het laatste jaar op de basisschool kinderen ‘bewegingsoefeningen’ laten uitvoeren, alsof dat ook maar van enige invloed zou zijn op de kwaliteit van het handschrift. In 1983 is al uit 180 onderzoeken duidelijk naar voren gekomen dat er geen effect van die werkwijze te verwachten is. Informatie hierover vindt u op diverse pagina’s op deze website. Een school die dus nog steeds met uw kind motorische oefeningen doet (o[ één been staan, met twee armen tegelijk grote bewegingen op papier maken enz. ) heeft de ontwikkelingen, die de laatste 20 jaar gaande zijn niet goed bijgehouden.

Het kan allemaal anders en beter!

Aan het eind van deze pagina laten we een mogelijkheid zien om het handschrift van uw kind toch aanzienlijk te verbeteren.

Voorop, omdat u misschien niet deze hele pagina gaat lezen, stellen we het volgende:

      • Elk kind kan een goed functionerend handschrift leren.
      • Als een kind niet goed schrijft, wordt er niet op voldoende niveau handschriftonderwijs en -begeleiding gegeven.
      • Als een kind niet goed schrijft, moet het niet geholpen worden door een bewegingstherapeut.

Regelmatige en in toenemende aantallen krijgen we vragen van ouders van leerlingen met niet-functionerende handschriften. In het voortgezet onderwijs, of vaak al in het basisonderwijs, lopen ze dan vast en behalen veel lagere cijfers dan op grond van hun verstandelijke capaciteiten verwacht mocht worden.
Het is als ouder heel verstandig om dit bij te houden, want onderzoek van de Stichting Schriftontwikkeling (2004) laat zien dat het bij het klimmen der jaren alleen nog maar erger wordt. Dit hoort echter volstrekt niet.

De kwaliteit van een vaardigheid moet elk jaar alleen nog maar beter worden. Dalende kwaliteit bij een toenemend aantal leerjaren is, onderwijskundig gezien een monstrum. Scholen horen kinderen juist in de bovenbouw steeds meer kennis over de lettervormgeving bij te brengen en steeds hogere eisen te stellen, zodat ze in staat zijn om de ontwikkelingsveranderingen te beoordelen en bij te sturen.
Is het handschrift van uw kind de laatste jaren steeds slechter geworden, dan is het in elk geval zeker dat het niets met (fijne) motoriek te maken heeft. De motoriek wordt bij elk kind namelijk bij het klimmen der jaren steeds beter.
Uw kind hoort dus dan niet naar een bewegingstherapeut gestuurd te worden. Dat zou volkomen misplaatst zijn. Er is geen relatie tussen een vermeend motorisch niveau (wie toont dat hoe dan ook aan?) en de kwaliteit van de lettervormgeving.

Gaat u eens na of op uw school in de bovenbouw (vaak vanaf groep 7) de leerlingen wordt toegestaan om ‘vanaf nu je eigen handschrift te schrijven’. Vanaf dat moment ontstaat pure handschrift-anarchie! Waarom onderbouwleerkrachten, die jaren investeren om de kinderen een goed handschrift te bezorgen, niet tegen deze veel voorkomende praktijk in opstand komen is vooralsnog niet te begrijpen!

Het vrij geven van het handschrift in de bovenbouw is de meestvoorkomende oorzaak van handschriftverloedering. Los schrijven is namelijk moeilijker dan ‘aan elkaar schrijven.’ Voor een belangrijk deel komt dit door de verkeerde bloklettervormen die de meeste kinderen dan op eigen houtje gaan verzinnen, maar het komt ook doordat ze niets weten van letterspaties. Letterafstanden ziet u op dit moment tussen alle letters op deze pagina. Toch realiseren de meeste lezers zich niet, dat dit een belangrijk aspect is van het leesgemak.

Wat denkt u van deze mail, die we van een ouder kregen:

Met veel interesse ben ik aan het lezen geslagen op jullie website.
Mijn dochter (10 jaar) nu groep 7 worstelt al sinds een aantal jaren met haar handschrift. Twee jaar geleden heeft zij gedurende een aantal maanden schrijftherapie gevolgd bij een kinderfysiotherapeut. (dit was in groep 5) We zijn daarmee gestopt met het idee dat zij van daaruit wel voldoende vaardigheden zou hebben om in groep 6 haar handschrift weer verder te verbeteren. Vorig jaar is door de leerkracht ineens medegedeeld dat ze wel blokletters mochten gaan schrijven, waarop mijn dochter enthousiast daarmee aan de slag ging want dat was een stuk makkelijker … nou blijkt inmiddels in groep 7 dat het handschrift haar veel problemen oplevert; het kost haar nog steeds veel tijd om duidelijk te schrijven, en het is en blijft niet goed leesbaar.

Door het los mogen schrijven ontstaan dan handschriften als dit:

Agenda losse letters

U zou als ouder op een school, waar in de bovenbouw geen les meer wordt gegeven in handschrift en waar de kinderen zelf mogen weten hoe ze schrijven, kunnen vragen of het handschriftonderwijs in de onderbouw dan niet beter afgeschaft kan worden. Iedereen weet dat je elke vaardigheid bij moet houden om het op een hoger plan te brengen. Zonder onderhoud en begeleiding vervalt alles…

Een pabo-studente vroeg aan de jongen van onderstaande losgeslagen handschrift, of hij de tekst ervan ook nog eens zo zou willen schrijven zoals hij het in de voorgaande jaren had geleerd.
Losgeslagen schrift - grafische anarchie!

Dat deed hij en het resultaat is veelzeggend:

Verbonden schrift van dezelfde jongen

Waarom verbonden schrift juist in deze periode van experimenteren veel beter is dan losse letters kunt u zelf ook heel goed begrijpen: als je verbonden wilt schrijven kan dat vrijwel uitsluitend met letters die ‘verbindingsgeschikt’ zijn. De variatie daarin is niet zo heel erg groot. Verbonden letters hebben per letter vrijwel maar één goede vorm. Terwijl je met losse letters een bijna onbeperkte keus hebt in lettervormen en -soorten. Laat kinderen die slecht schrijven dus vooral nooit ‘los’ schrijven!

U kunt de gemiddelde handschriftkwaliteit op een school min of meer als symptoom zien van hoe men aldaar over kwalitatief goed onderwijs denkt. Het handschrift is in het onderwijs de meest gebruikte verwerkingsvaardigheid. Doorgaans wordt er de helft van de onderwijstijd aan besteed. Het is dus niet zomaar een basisvaardigheid, maar een essentiële basisvaardigheid.

Onderstaande is een voorbeeld van een vraag, zoals die ons regelmatig wordt toegestuurd.

Ik heb als voorbeeld een geschreven bladzijde uit het werkstuk van mijn jongste zoon bijgevoegd. De juf kan het niet lezen. In proefwerken worden dingen fout gerekend vanwege de onleesbaarheid van zo´n tekst.
Mijn zoon kan zijn eigen woorden niet meer teruglezen. Ik ben inmiddels al bijna een jaar bezig met cesartherapie. Ook dit helpt allemaal niet.

en hier nog zoiets:

Beste mensen,

Mijn zoon van 9 heeft een heel slecht handschrift. Hij gaat door de lijnen en over de lijnen. Vorig jaar heeft hij een onderzoek gedaan op dyslexie. Hier is uit gekomen dat hij waarschijnlijk geen dyslexie heeft. Wel vond ze dat zijn handschrift beneden niveau was en zijn fijne motoriek niet genoeg is ontwikkeld. Wij zijn hiervoor bij een kinderfysiotherapeut geweest, dit heeft wel iets geholpen maar zijn handschrift wordt toch weer slechter.

Dat ‘iets helpen’ is doorgaans het zogeheten ‘aandachtseffect’. Er is structureel niets veranderd dus even later zijn de kinderen weer even ver als daarvoor.
Begrijpelijk, want dergelijke therapeuten zijn opgeleid om te werken aan beweging en houding en niet om een inhoudelijke beoordeling van de lettervormgevingskwaliteit te geven. Ook weten ze niet hoe je uitdagende opdrachten geeft en hoe je elke dag weer kinderen moet prikkelen aan de kwaliteit van hun vaardigheden te werken en dat vele uren achter elkaar.

Bewegingtherapeuten werken volgens vastgestelde oefenschema’s waarbij bijvoorbeeld aandacht is voor evenwicht, grote en fijne motoriek, oog-handcoördinatie, ruimtelijk schema, lichaamsschema en doen de daarbij volgens hun opleiding behorende oefeningen. Maar het verbeteren van het handschrift zelf hoort daar niet bij. Instructie is namelijk niet het onderwerp geweest van hun studie. Zij zijn opgeleid om houding en beweging te begeleiden, niet om zich dagelijks (en dat jaren lang) onderwijskundig bezig te houden met uw kind.
Als ze wél onderwijskundige handelingen verrichten, nemen ze daar, tegen betaling, taken van het gratis onderwijs over. Dat is uiteraard niet zuiver…

Meegestuurd voorbeeld
Gedeelte uit het meegestuurde handschrift

U kunt zelf ook wel zien dat dit handschrift niet het handschrift is van iemand met een slechte fijne motoriek. Kijkt u eens goed naar die kleine ombuigingen. Als u alle kleinste ombuigingen opzoekt zult u zien, dat alleen een goede fijne motoriek in staat is tot al deze fijne richtingsveranderingen. Als u nog niet overtuigd bent: schrijf eens een woord precies na!

Bijna een jaar lang bewegingstherapie zonder enig effect!! Wat een verspilling. In feite zouden alle bewegingstherapeuten een ‘no cure, no pay’ beleid horen te voeren. Dan was het gauw afgelopen met de koppeling van therapie aan falend onderwijs.
We kunnen er dan ook niet genoeg op wijzen dat u met uw slecht schrijvende kind niet bij een bewegingstherapeut moet zijn. Het kind verliest daardoor aan aanzien. Het is een kneusje dat niet alleen apart geholpen moet worden, maar dat het tot zijn/haar eigen verantwoordelijkheid rekent dat het nog niet helpt ook. Het ligt dus allemaal aan het kind…

Hoe komt zo’n kind bij een bewegingstherapeut?
Heel vaak raadt de leerkracht dit de ouders aan. Er wordt dan vaak beweerd dat er al vanalles aan gedaan is en dat de fijne motoriek niet in orde is. Dit laatste wordt doorgaans niet met de uitslag van een (grafo-)motorische toets ondersteund en is dus gewoon ‘natte vingerwerk’.


Eigenlijk is het een te eenvoudige redenering: ‘Als iemand schrijft beweegt hij/zij. Conclusie: Schrijven is bewegen. Wie slecht schrijft beweegt slecht. Wie slecht beweegt moet naar een bewegingstherapeut”
We kunnen een vergelijkbare versimpelde redenering uiteraard voor elke instrumentele vaardigheid opstellen.
Wie viool speelt beweegt. Conclusie: Vioolspelen is bewegen. Wie vals viool speelt beweegt slecht. Wie slecht beweegt moet naar een bewegingstherapeut.
U begrijpt dat het onderwijs bij alle etiketten die kinderen opgeplakt worden als het fout gaat, vervolgens niet meer op haar verantwoordelijkheid om goed les te geven kan worden aangesproken.
Jelle Jolles, de bekende hersenwetenschapper schrijft over deze kwestie in zijn niet lang geleden verschenen boek ‘Ellis en het verbreinen’ het volgende:

“Opvallend is dat in het onderwijs weinig variatie in leermethoden bestaat, terwijl bekend is dat niet iedereen zich op dezelfde manier ontwikkelt. Op de meeste scholen wordt bijvoorbeeld één rekenmethode gehanteerd. Als een leerling het met die methode niet voor elkaar krijgt de tafels uit het hoofd te leren, hoeft het geen slecht lerend kind te zijn, maar zou het een andere manier moeten worden aangereikt. Dat heeft te maken met het feit dat er meerdere manieren zijn waarop informatie wordt verwerkt. Dat kan volgens een meer ‘talige’ strategie maar ook volgens meer complexe visuele informatieverwerking. Het is essentieel dat de leerkracht meerdere methoden mag gaan gebruiken, om te kunnen inspelen op de individuele verschillen tussen leerlingen in ontwikkeling en aanleg.”

 

Kinderen krijgen tegenwoordig in toenemende hoeveelheden een label opgeplakt. Ze ‘zijn’ dyslectisch, ze hebben ADHD of DCD en dit wordt allemaal vastgesteld aan de hand van feilbare, toetsen en incidentele omstandigheden. De toetsing wordt vaak uitgevoerd door de hulpverleners zelf, zodat ze hun eigen werk creëren.

Bovendien ontslaat het labelen of etiketteren het onderwijs van verantwoordelijkheid voor het niet goed verlopen van het leerproces. Het gevolg is dat zowel leerkracht als leerling en ouders een duidelijk lager verwachtingspatroon hanteren. Niets is slechter voor de leerling dan dit onvermijdelijke psychologische bijverschijnsel.

http://www.nu.nl/binnenland/2238506/klasgenoot-lijdt-scholier-met-label.html

We zijn zo langzamerhand heel nieuwsgierig geworden naar het bedrag dat in Nederland door ouders en verzekeringsmaatschappijen betaald wordt n.a.v. alle verwijzingen naar hulpverleners buiten het onderwijs. Misschien een leuke taak voor de Rekenkamer. De fysiotherapeuten claimen in hun congreskrant van januari 2011 zelf al dat een kwart van de behandeltijd in schrijfproblemen gaat zitten. Een compleet misverstand!

Zie ook de opmerking hieronder over het meten van de grafo-motoriek.
Een bewegingstherapeut is vanzelfsprekend niet de juiste persoon om op adequaat didactische wijze kennis van lettervormgeving over te dragen. Die kennis en bijbehorende didactiek komt in hun opleiding namelijk niet aan de orde en hoort daar ook niet aan de orde te komen (zie voor meer informatie hierover ook de pagina ‘Aan de bewegingstherapeuten’.)

Alle kinderen kunnen, mits er goed geïnstrueerd wordt aan de hand van goed oefenmateriaal, goed leren schrijven.
Hieronder gaan we puntsgewijs de oorzaken langs, die er toch toe leiden dat niet alle kinderen goed leren schrijven.

1. Als uw kind niet goed kan schrijven en er zijn geen duidelijke neurologische en/of fysieke oorzaken voor aan te wijzen, dan heeft men uw kind niet goed weten te instrueren en begeleiden.
In dat geval geven sommige leerkrachten de (fijne) motoriek de schuld, meestal zonder een grafo-motorische toets af te nemen. U kunt dan bij de Stichting Schriftontwikkeling zo’n toets gratis aanvragen en zelf aan de hand van de instructies vaststellen of er ‘grafo-motorisch’ iets met uw kind mis is. U zult zien dat dit doorgaans niet het geval is.

2. Op veel scholen worden methodes gebruikt, waarvan de lettervormgeving niet verantwoord wordt. Als een methode de lettervormgeving niet kan verantwoorden, dan worden doorgaans de lussen van de letters te lang aangeboden en aangeleerd. Ook is daar geen instructie over een goede letterafstand of over de vormgevingsaspecten die hieronder bij ‘lettervormgevingskennnis’ genoemd worden.

3. Op veel scholen wordt uw kind in groep 1 en 2 niet goed voorbereid op het leren schrijven. Het kind wordt niet geleerd grafisch heel erg nauwkeurig waar te nemen en te werken. Zulke scholen werken met bewegingsmethodieken (soms zelfs op muziek), waarvan de werking nooit is aangetoond (bijv. ‘Schrijfdans’ of ‘Schrijfkriebels’). Men zegt tegenwoordig dat dergelijk onderwijs niet ‘evidence based’ is.

Sterker nog, het is wel wetenschappelijk bewezen dat deze ‘perceptuo-motorische werkwijze’ niet werkt! Uit een analyse van 180 onderzoeken is heel duidelijk naar voren gekomen dat deze manier van werken vrijwel zonder effect is, met name op ‘handschrift’. Zelfs motorisch waren er niet of nauwelijks verbeteringen gemeten.
Het ministerie en de onderwijsraad wil scholen zover krijgen dat ze alleen nog maar met ‘evidence based’ methodieken werken.

Waarom worden deze methodieken dan toch zoveel gebruikt?
Het geeft de leerkracht het gevoel ‘iets’ te doen, zonder dat deze zich kennis van lettervormgeving hoeft eigen te maken. Kinderen leren in dit soort bewegingsmethodieken om grof en onnauwkeurig vanuit de schouders te werken, terwijl inmiddels al lang vanuit de wetenschap bekend is dat de hersendelen, die de schouders aansturen geheel andere zijn dan die de bewegingen van de vingers aansturen (zie hiervoor het artikel ‘Mogelijkheden van distale grafo-motoriek’ onder de knop ‘Artikelen’.) Andere redenen voor dergelijke leerkrachten om zich met dit soort onderwijs, dat niet ‘evidence based’ is, bezig te houden zijn:
1. Het staat zwart op wit (of ‘er wordt een cursus over gegeven’), dus moet het wel waar zijn.
2. Iedereen doet het, dus moet het wel waar zijn.

Als uw kind bij herhaling ‘slordigheid’ wordt verweten, is het heel goed mogelijk dat het kind zijn best niet doet. Maar even zo goed is het mogelijk dat uw kind geen lettervormgevingskennis wordt bijgebracht, waardoor het ook wérkelijk niet weet hoe het goed moet schrijven.
U kunt dit gebrek aan letterkennis heel makkelijk vaststellen in het handschrift van uw kind. Er is dan bijvoorbeeld geen enkele letter ‘k’ of ‘n’ op dezelfde manier geschreven. Door het ontbreken van de juiste vormgevingskennis van zo’n letter wordt het elke keer weer een gok hoe de letter ‘er uit komt te zien’. Als er wél lettervormgevingskennis is aangebracht, zullen gelijke letters een grote mate van vormovereenkomst vertonen.

Wat is nu lettervormgevingskennis?
Op de meeste scholen wordt uitsluitend aandacht besteed aan de route of het traject van de letter. Dat is dus de weg die afgelegd wordt om de letter te schrijven. Het maakt in dit verband niet uit of er verbonden of los geschreven wordt. Elke letter zal zoveel mogelijk in één doorgaande lijn geschreven worden.
Lettervormgevingskennis echter spreekt zich uit over de vorm van de letter. Dat zijn de unieke eigenschappen van de manier waarop de letter er uit komt te zien.
We gebruiken hiervoor wel vijf criteria. Vanwege het lage aantal zijn deze uitstekend aan kinderen aan te leren en door kinderen te onthouden.

1. De rechte lijndelen die zich duidelijk onderscheiden van de gebogen lijndelen.
De plaats waar de verbindingslijn binnen de letter uitvoegt of invoegt (bijv. bij de letters a, d, g, q, n, u, v, w, h, ij) is dan ook belangrijk.

2. De breedte-/hoogteverhouding van de letterromp (die is het beste als er een eenvoudige verhouding aan verbonden is. De makkelijkste verhouding is 1:2)

3. De evenwijdigheid van de neerhalen. (Beide poten van de n staan niet alleen in dezelfde stand, maar ook gelijk aan alle andere neerhalen van elke letter).

4. Een uitgevulde rompzone (alle letters óp de grondlijn en tegen de denkbeeldige of werkelijk aanwezige romplijn).

5. Goede en gelijkmatige letterspaties. (Tussen letters hoort altijd een bepaalde afstand, waarbij de witruimte binnen de letter gelijk is aan de witruimte tussen de letters). De juiste afstand is heel goed aan te leren, maar de meeste schrijfmethodes besteden hier geen enkele aandacht aan.) Goede letterspaties hebben een grote invloed op een regelmatig tekstbeeld.

Dingen die een kind over lettervormen hoort te leren op school...

U ziet dat drie dezelfde a’s helemaal niet op dezelfde manier zijn vormgegeven, terwijl toch de route of het traject precies gelijk is. Veel scholen hebben uitsluitend belangstelling voor het traject. Zo doen ze bijvoorbeeld ook aan ´luchtschrijven´, waarbij alle kinderen de letter in de lucht van de juf moeten naschrijven. De meeste kinderen bewegen maar wat en er is niet te zien of het kind een goede uitvoering geeft. Bovendien is een letter niet het gevolg van een beweging, maar, als het goed is, van lettervormgevingskennis. Als dit laatste ontbreekt, ontbreekt er ook heel veel aan de lettervormgevingskwaliteit.
Men noemt dit luchtschrijven vervolgens geheel ten onrechte ´de schrijfbeweging´. Schrijven doe je echter niet vanuit je schouders in de lucht, maar met je vingers en een pen op papier. Het gaat bij het schrijven om de juiste aansturing van de vingers, niet van de schouders.
Let op de rechte lijndelen, de breedte-/hoogteverhouding van de letterromp en het invoegpunt (rode pijltjes). De laatste letter heeft geen enkel recht lijndeel meer en de binnenboog voegt niet op halve hoogte, maar bovenaan in.

Behandeling slecht handschrift
Eigenlijk is een slecht handschrift helemaal niet nodig.
Op veel scholen gaat het fout doordat …

1. …er veel te vroeg wordt begonnen met het leren schrijven (er wordt geen schrijfrijpheidstoets afgenomen en men begint aan het begin van groep 3 met alle leerlingen tegelijk. Dit staat haaks op begrip van een adaptieve werkwijze.) Op veel scholen wordt eerst begonnen met ‘leesletters schrijven’, waardoor het kind later geheel in de war raakt als er verbonden wordt geleerd te schrijven. Je ziet bij sommige kinderen dat ze jaren later nog steeds die twee lettersoorten door elkaar gebruiken.
Gevolg van twee schriftsoorten in één leerjaar...

2. …er wordt gewerkt met een methode die wel verbonden letters aanleert, maar deze een bepaalde tijd niet laat verbinden aan andere letters (De methode Pennenstreken [Zwijsen] bijvoorbeeld, noemt dit dan de ‘letterversie’). Voor veel kinderen is dit een slechte werkwijze, want als de letters later wel worden verbonden, kunnen ze het niet goed meer. Letters moeten, na aangeleerd te zijn, meteen verbonden worden, om te beginnen met dezelfde, zojuist aangeleerde letter.

3. …er in een veel te vroeg stadium hulplijnen in de taalschriften weggelaten worden . Kinderen kunnen het beste tot en met groep 8 met zogeheten ‘spoorlijnen’ blijven schrijven. Kalligrafen gebruiken ook hulplijnen als ze een goed resultaat willen behalen. Dan kunnen we de kinderen dit niet onthouden.

4. …feedback niet of verkeerd wordt gegeven: Uw kind wordt voortdurend op vermeende ‘inzet’ gewaardeerd en dat nog wel op subjectieve wijze (“Oh, wat heb je dat mooi gedaan!”). Ook al is het resultaat slecht, toch wordt er dan altijd maar weer geroepen dat het zo geweldig is.
We hebben niets tegen een motiverende omgang met het kind, maar ook bij rekenen kom je niet verder door de fouten te verzwijgen. Het kind moet te horen krijgen wát er nog beter kan, welke vormgevingsaandachtspunten er nog aangescherpt moeten worden. Dat kan alleen als de leerkracht het zelf goed voor kan doen.

Vaak is er is geen ‘rode lijn’-afspraak door de hele school over te geven feedback. Er wordt meestal subjectieve feedback gegeven, waar uw kind geen verbetermogelijkheden van het handschrift aan kan ontlenen. Er staat bijvoorbeeld bij het werk ‘slordig’ of ‘netter’ of ‘beter’, maar op deze manier is het voor uw kind onmogelijk om te weten wát er te verbeteren is.
Het ergste is de opmerking ‘Over!’ alsof de lettervormgevingskennis dan vanzelf zou ontstaan. Ook gaat een dergelijke opdracht uit van onwil van het kind. Het heeft een repressief karakter en goed onderwijs is nooit repressief, maar instructief.
Daar komt uw kind tenslotte voor op school… om goed geïnstrueerd te worden.

De hoofdtaak van een basisschool is het op voldoende niveau aanleren van basisvaardigheden.

BOEK HANDSCHRIFTVERBETERING
Als u uw kind wil begeleiden en meer inzicht wil hebben in wat er allemaal fout kan gaan in het handschrift, dan raden we aan het artikel ‘grafo-cognitieve werkwijze bij het remediëren van handschriften te downloaden op de pagina ‘Artikelen’, of via deze link.

Om over oefeningen te beschikken is het volgende mogelijk:

Het afgelopen jaar kregen we in toenemende mate mails van ouders, die zich zorgen maakten om de handschriften van hun kind. We hebben per mail heel wat kinderen en ouders kunnen helpen, maar geleidelijk aan werd het teveel.
Daarom hebben we van al onze aanwijzingen en oefeningen een boek gemaakt, waar tips in staan voor wie zijn/haar kind wil begeleiden naar een beter handschrift. Dit boek is ook voor begeleiding in het voortgezet onderwijs geschikt.

“Handschriftverbetering”
Werk- en theorieboek voor zelfstandige en/of begeleide handschriftverbetering
Speciaal voor ouders die zelf met hun kind aan handschriftverbetering willen werken hebben we een boek samengesteld, waarin de feiten van de lettervormgeving worden uitgelegd. Dit boek, “Handschriftverbetering” genaamd, is te bestellen bij uitgeverij Microwebedu via www.eduplaza.nl/ en dan verder bij ‘Handschriftonderwijs’ en nog een keer ‘Handschriftonderwijs’.
Tussen de korte oefeningen door, staat veel lettervormgevingsinformatie, waarmee u uw kind kunt begeleiden. Het is aan te bevelen zoveel mogelijk de oefeningen zelf ook te maken, omdat u dan precies ervaart waar het om gaat.
Een goed handschrift is echt heel goed aan te leren. Uitgangspunt voor deze werkwijze is ‘grafo-cognitie’, het verhogen van de grafische vaardigheid, de waarneming en de lettervormgevingskennis.
Wat ons betreft is het beslist niet nodig dat een leerling onderpresteert en lagere cijfers haalt dan op grond van zijn intelligentie verwacht mag worden.