BESPREKING ‘HANDSCHRIFTDIDACTISCHE’ PUBLICATIES

Een plaats voor bespreking van uitgaven vanaf 2008 die het vakgebied handschriftontwikkeling betreffen, door en onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur van de Stichting Schriftontwikkeling.

“Het nadeel van een slechte publicatie is, dat deze de plaats inneemt van een goede publicatie.”

Zoals u heeft kunnen lezen op deze website, maakt de Stichting Schriftontwikkeling zich sterk voor goed (onderbouwd en vakkundig) handschriftonderwijs.
We realiseren ons echter maar al te goed dat vechten vóór ook tegelijkertijd vechten tégen moet inhouden. Het heeft geen zin als je aan de ene kant laat zien hoe het beter kan, terwijl je de bronnen van de verslechtering van het handschriftonderwijs onbesproken laat. Veel verwarring is er aangericht door diverse ondeskundigen die, omdat ze zelf ook wel eens een pen vasthouden, menen een heel vakgebied te kunnen annexeren.

We richten vooral de aandacht op publicaties (of gepubliceerde oefenmaterialen) van auteurs zonder lettervormgevingsachtergrond of handschriftdidactische opleiding. [Dit kunnen complete publicaties zijn, maar het kan ook gaan om afzonderlijke hoofdstukken als ze gewijd zijn aan het onderwerp handschriftontwikkeling.]
De laatste tijd komen daar ook de eindwerkstukken van de masters bij. Men kan master Special Educational Needs of Remedial Teaching worden met als onderwerp ‘handschriftontwikkeling’. Deze leerkrachten uit het basisonderwijs missen evenals andere publicerende auteurs een lettervormgevingsopleiding. Ze trekken dan veel te makkelijk en op grond van veel te weinig onderzoek vergaande conclusies, die eerder het huidige schrijfonderwijs in stand houden en dus totaal geen verbetering bieden.
Zie ook de nieuwe pagina ‘Gepubliceerde Eindwerkstukkken Masters’ in deze rubriek.

We zijn van mening dat didactisch materiaal gemaakt moet worden door in dit vakgebied opgeleide handschriftdidactici, die zelf ruim en aantoonbaar boven de stof staan.
Daarnaast zullen we ook gepubliceerde werken/materialen bespreken, waar aperte lettervormgevingsfouten in worden gemaakt.

U kunt aan deze hele website zien, dat we graag werken aan verbetering van het handschriftonderwijs door het geven van vakkundige informatie. In de praktijk blijkt echter dat alle publicaties van amateurs op dit gebied, zelfbenoemde handschriftdidactici dus, de verwarring en informatieruis alleen maar versterken. Hiermee worden de betrokken vakdocenten in het bijzonder en het handschriftonderwijs in het algemeen tegengewerkt. Wij kunnen daar nog wel mee leven, maar als kinderen door deze gang van zaken niet-vakkundig-gemaakt-lesmateriaal krijgen aangeboden, zijn zij letterlijk het kind van de rekening.

Een algehele overeenkomst tussen al deze amateuristische publicaties is, dat er veel gebruik gemaakt wordt van ongedefinieerde begrippen en dat stellingen en uitgangspunten niet onderbouwd worden.
Overeenkomst in al deze publicaties en producten is dat de makers ervan in het geheel niet gehinderd worden door ook maar een spoor van vakkennis op het gebied van lettervormgeving en handschriftdidactiek.

We werken daarom op twee fronten tegelijk:
1. Versterken en verstrekken van vakkundige informatie, gebaseerd op uitkomsten van onderzoek en logische (vakkundige) bewijsvoering.
2. Analyseren en aan de kaak stellen van veel voorkomend amateurisme op dit vakgebied.
Met dit tweede punt bevorderen we dan tegelijkertijd punt 1.

Om een voorbeeld te noemen: Als een wetenschapper beweert dat het leren schrijven het leren lezen ondersteunt, moet deze het ‘leren schrijven’ wel goed vooraf definiëren. Dit is belangrijk voor wie in groep 3 hier conclusies aan wil verbinden voor het leren schrijven aldaar, in relatie tot het leren lezen.
Als dan vervolgens uit lezing van zijn onderzoeksresultaten blijkt dat hij kleuters van 3-5 jaar kapitalen liet tekenen, zal voor iedereen duidelijk zijn dat we het dan over een totaal verschillende invulling van het begrip ‘schrijven’ hebben.
Nog een voorbeeld:
Als de ene publicatie zegt dat je een vuist tussen buik en tafelrand moet doen (zonder daar een onderbouwing bij mee te geven), terwijl wij al jaren beweren dat je kinderen moet inklemmen tussen rugleuning en tafelrand (zodat ze niet voorover kunnen buigen) dan is het voorstelbaar dat de leerkrachten in het veld niet meer weten waar ze precies aan toe zijn. Wij stellen in zo’n geval: denk zelf ook na en controleer de onderbouwing die meegegeven wordt. Is er geen onderbouwing, ga er dan maar zonder meer vanuit dat het of zelfbedacht is, of klakkeloos van anderen overgenomen. Het is soms schokkend om te ervaren hoe velen die in het onderwijs werkzaam zijn, vrijwel alles wat zwart op wit staat geschreven of wat andere collega’s doen, onvoorwaardelijk voor waar aannemen.

Ook is aan deze serie besprekingen duidelijk te zien dat ook wetenschappers vaak onverantwoorde uitspraken doen.

Wat de vele zogenaamde deskundigen betreft, die zich uitspreken over ‘slechte handschriften’ het volgende:
De oorzaak van een kwaal moet nooit uit de losse pols, dus zonder onderzoek wordt vastgesteld. Ook willen we weten of en waarom we iets als kwaal moeten zien.
Als iemand stelt dat een ‘slecht handschrift’ wordt veroorzaakt doordat een leerling ‘motorisch zeer zwak’ is, dan willen we niet alleen duidelijk weten op grond waarvan deze ‘afwijking’ bij kinderen wordt vastgesteld, maar ook wat precies onder een ‘slecht handschrift‘ en onder ‘motorisch zeer zwak‘ verstaan wordt.
Wij stellen in zo’n geval dat er vooral gekeken moet worden naar de onderbouwing. We stellen hier onderbouwing uit onderzoek tegenover, aangevuld met hanteerbare logica. U kunt zelf heel goed meedenken en eigen conclusies trekken. Als een jongetje heel slecht schrijft, maar wel goed computerspelletjes kan spelen, dan is het niet logisch om over ‘motorisch zwak’ te spreken.

Als iemand vindt dat de leer van Mesker (verouderde hypothese over hersenhelften en hun samenwerking, die door het moderne hersenonderzoek geheel onderuit gehaald is) verbreid moet worden in een publicatie, dan is het zaak voor de lezer goed op te letten of daar wel een onderbouwing bij gegeven is. (Het liefst een van ná 2000; Het spreekt uiteraard ‘boekdelen’ als in publicaties voornamelijk naar verouderde publicaties van ruim voor 2000 wordt verwezen.)

De besprekingen van publicaties van auteurs zonder didactische lettervormgevingsachtergrond vormt voor ons tegelijkertijd een aanleiding voor ons onderzoek naar hoe toch de aperte dwaling heeft kunnen postvatten, dat iedereen die maar een pen kan vasthouden meent een bijdrage aan dit vakgebied te kunnen leveren. We werken dit in de toekomst nog uit in een pagina met een analyse van het handschriftonderwijs.

Wij laten u in bijgaande besprekingen in elk geval zien hoe we vanuit het vakgebied handschriftontwikkeling op grond van vakkundig onderbouwde overwegingen tegen dergelijke publicaties aankijken en we hopen dat u altijd uw eigen logische verstand gebruikt bij het lezen van alles wat er gepubliceerd wordt. (Vooral) ook bij alles wat wij beweren!

SAMEN PRATEN?
Er zijn al diverse lezers van deze pagina’s geweest, die ons hebben aanbevolen om met bepaalde besproken auteurs om tafel te gaan. Op zich sympathiek bedoeld, maar het blijkt tegelijkertijd duidelijk dat ze niet begrijpen wat het begrip ‘professionaliteit’ inhoudt.
Een chirurg gaat ook niet met een EHBO-er om tafel omdat deze laatste bijvoorbeeld een boek heeft geschreven over het uitvoeren van een nier-transplantatie. De chirurg weet namelijk alles wat er samenhangt met deze operatie en hij weet van te voren dat een EHBO-er onvoldoende is geschoold om een serieus professioneel gesprek hierover te kunnen voeren. U begrijpt: er is geen gemeenschappelijk kenniskader aanwezig dat een zinvol gesprek mogelijk maakt.
Het heeft voor ons geen enkele zin om daarom met, op het gebied van handschriftontwikkeling niet-professionele auteurs te gaan praten. Hun onbegrip kan er alleen maar groter door worden. Overigens hebben we wel eens aangeboden aan cursisten van cursussen als ‘Motorische schrijfproblemen’ (cursussen, bedoeld voor vooral fysiotherapeuten) om langs te komen en geheel gratis uit te leggen, waarom een onderwijskundig onderwerp niet tot hun stiel behoort. Totnogtoe hebben we daar nooit een reactie op gekregen…

Mocht u publicaties kennen die de moeite van het analyseren en bespreken waard zijn, of wanneer u zelf al twijfels heeft over de vakinhoudelijke juistheid ervan, dan kunt u deze altijd bij ons melden en/of er vragen over stellen. Zo werken we met z’n allen aan goed (handschrift)onderwijs!

Hieronder een aantal titels van besproken en geplande amateuristische publicaties.

– Zo leer je kinderen schrijven – Alger van Hagen & Anouk Valkenburg; Noordhoff 2010; ISBN 0789001702656

– “Font Alpha L2” van Mary van den Brand (http://www.font.alphal2.org)
Letterfont blokschrift voor volwassenen

Schrijven vanuit grafomotorische perspectiefvan uitgeverij Cantal.
Pabo-boek over handschriftontwikkeling door Alger van Hagen en Saskia Versloot

Leesbaar en Vlot van Ria Deelen; uitgeverij Diverti
Dit is de bespreking van de uitgave die we ter beoordeling toegestuurd kregen van de uitgeverij Diverti.
Het boek is bedoeld voor het werken aan slechte handschriften, zowel in het Primair als Secundair Onderwijs.

Zo zit dat met schrijven
Leren schrijven is een complexe activiteit. Vaak gaat het vanzelf en kunnen leerlingen eind groep 3 al mooi schrijven. Soms echter lukt dit niet zo goed en zit de leerkracht met de handen in het haar. Hoe zit dat?
Door Lia Wouters & Marlies Schaerlaeckens, uitgave REC Rivierenland, ISBN 978-90-810684-2-0

Schrijfkriebels, handboek voor bewegingservaringen in het platte vlak, 153 pagina’s, Reed business, september 2003, geschreven door Monique Derwig . Franciscusoord Mytylschool, Valkenburg aan de Geul (met CD); ISBN 9789035226210

“Mijn kind leert schrijven – en hoe kan ik helpen” / Marc Litière. – Tielt: Lannoo, 2002. -. – ISBN 9020948768

UITGEBREID COMMENTAAR
We wijzen erop dat de besprekingen van bovengenoemde werken uitgebreid en soms zeer gedetailleerd zijn. Voor studenten die vanuit hun opleiding meer willen weten over de ins en outs van het handschriftonderwijs is dit een goede gelegenheid om meer te weten te komen over de essentie van dit boeiende vakgebied. Schrijven/handschriftontwikkeling is tenslotte een basisvaardigheid waarvan de kwaliteit bij het klimmen van de jaren op de basisschool sterk afneemt en het is dan zinnig om de oorzaken van dit, onderwijskundig gezien unieke en tevens verwerpelijke verschijnsel te analyseren.

Bij het analyseren van de hier vermelde uitgaven, stelden we vast dat een grote overeenkomst tussen al deze publicaties was: het uitblijven van goede voorbeelden en van verbeteringsvoorbeelden.

Wij zijn op grond van onze analyse van mening (en tonen dat vervolgens ook aan) dat de vele bemoeienissen, die dit vakgebied oploopt door bewegingstherapeuten, remediërend werkenden en auteurs zonder lettervormgevingsachtergrond, dit vakgebied totnogtoe ernstige schade toebrengen.

We realiseren ons dat sommigen de bespreking van deze boeken niet altijd even prettig zullen vinden. Ze zijn echter wel vakkundig en onderbouwd. Heeft iemand betere tegenargumenten, dan zullen we die zeker verwerken.
In dit geval willen we wijzen op het citaat van een hoogleraar (uit een mail aan ons) over onze werkwijze:

Duidelijk is dat u zeer gemotiveerd doende bent op basis van echte argumenten, en niet louter polemisch.

We zouden wel heel slechte vertegenwoordigers van ons vakgebied zijn als we niet, op dit punt gebrekkige publicaties aan de kaak zouden stellen. Publicaties dus, waarvan de auteurs het vakgebied lettervormgeving i.v.m. handschriftontwikkeling niet aangetoond beheersen. Juist bewegingstherapeuten zullen dit kunnen billijken, omdat ze tenslotte hun eigen professionaliteit nadrukkelijk beschermen via een kwaliteitsregister.

We doen dit echter vooral om alle lezers van deze besprekingen duidelijk te laten zien waar het in het steeds gebrekkiger wordende handschriftonderwijs spaak loopt. We onderbouwen namelijk inderdaad alles.
We zijn ervan overtuigd dat dit vakgebied alleen verbeterd kan worden als naast alle informatieverstrekking over het vakgebied handschriftontwikkeling, alle beunhazen en charlatans hun niet onderbouwde werken niet meer publiceren. Hier geldt namelijk de volgende wijsheid, (zoals een oude Griek ooit zei over wetgeving):

Het nadeel van slechte wetten is, dat ze de plaats innemen van goede wetten.

Precies zo is het met onvakkundige publicaties over handschriftontwikkeling.


Extra tekst extra tekst extra tekst
extra tekst extra tekst extra tekst