Bespreking "Schrijven op weg naar het jaar 2015"

Tijdschrift Remedial Teaching 2010/4: Schrijven op weg naar het jaar 2015 (A.v.Hagen, A. Hendriks, D. Schermer en S. Versloot).

Dit keer dus een bespreking van een viertal auteurs, die een doemscenario van het handschriftonderwijs opstellen. Deze auteurs mikken op het niet verklaarde jaartal 2015. Dit artikel blikt dus niet zo heel ver in de toekomst vooruit.
In deze bespreking zijn we voor de verandering eens wat minder ‘inhoudelijk’. De inhoud mist zoveel professionaliteit, dat satire waarschijnlijk het enige effectieve antwoord kan zijn.

“Vier specialisten op het gebied van schrijven laten hun licht schijnen over de trends en verwachtingen van het schrijfonderwijs.”

Iedereen blijkt in staat zich als zelfbenoemd specialist op het gebied van schrijven voor te stellen. De vele besprekingen van auteurs zonder lettervormgevings- en handschriftdidactische opleiding op onze website getuigen hier omstandig van. (zie ‘Bespreking uitgaven”)
Amanda Hendriks is de enige bevoegde handschriftdocent in dit rijtje.

Diverse betrokken in het onderwijs zijn door ons geïnterviewd over het onderwerp schrijven op weg naar 2015. We spraken zowel pabo-docenten, medewerkers bij schoolbegeleidingsdiensten als enkele uitgevers van schrijfmethoden.
Zij wilden liever niet met naam en toenaam in dit artikel verschijnen.

NB! Deze wilden liever niet met naam en toenaam in het artikel vermeld worden. Zo komen we er ook niet achter of dit gekwalificeerde handschriftdeskundigen betreffen. En… waarom zouden ze dit niet willen??
Deze laatste zin uit dit citaat is tekenend voor de sfeer en het karakter van dit artikel.
Van alle opgetekende uitspraken over de toekomst van het schrijfonderwijs hebben de vier auteurs acht verwachtingen geselecteerd. Op grond waarvan deze verwachtingen zijn uitgesproken, lezen we er niet bij.
Nu bestaat dit kwartet auteurs samen met hun anonymi uit louter ‘profeten die brood eten”, dus het heeft niet zo heel veel zin om die verwachtingen te publiceren. Verwachtingen komen doorgaans meer niet dan wel uit…

Laten we eens een paar voorspellingen of verwachtingen op een rijtje zetten:

Toen de typemachine werd uitgevonden voorspelde men de pen een snelle en wisse dood.
Er zijn sindsdien nog nooit zoveel pennen gemaakt en verkocht. (En de typemachine is inmiddels verdwenen…!)

Toen de auto werd uitgevonden voorspelde men de fiets een spoedig einde.
Er zijn nog nooit zoveel fietsen en verschillende varianten gemaakt en verkocht sinds die uitspraak.

Toen het fototoestel werd uitgevonden voorspelde men de schilderkunst een zeker einde!
De schilderkunst is andere wegen ingeslagen en leeft nog als nooit tevoren.

Toen de computer werd uitgevonden en teksten op een scherm konden worden gemaakt, zou de papierindustrie haar poorten wel kunnen sluiten.
Er is nog nooit zoveel papier verbruikt als sinds de uitvinding van de computer.

Toen de gloeilamp werd uitgevonden zouden we nooit meer kaarsen gebruiken.
Nog altijd en overal worden kaarsen gebruikt.

Toen de bioscoop werd uitgevonden, zouden de theaters een snelle dood sterven.
De bioscopen zitten nog altijd vol.

De uitvinding van de grammofoonplaat en cd zouden de concertzalen doen verdwijnen.
Doorlopend worden er concerten gegeven, zelfs klassieke concerten voor tienduizenden in de openlucht.

De televisie zou geen lang bestaan beschoren zijn, volgens de voorspelling van de filmmaker Darry Zanuck in 1946.
Mensen zouden er al heel gauw tabak van krijgen om naar een houten kastje te kijken…

En, om alles maar even samen te vatten, met een zekere regelmaat is het einde van de wereld voorspeld. Steeds weer opnieuw zijn andere data voorspeld, die evenmin uitkwamen.

Mark Twain zei het al: “Voorspellen is moeilijk, vooral als het over de toekomst gaat.”
Een grote overeenkomst tussen al dit soort voorspellingen is een overtrokken voorstelling van de gevolgen van een, meestal mechanische (of in onze tijd een digitale) uitvinding.

Kwalijk vinden we het dat er in dit clubje voorspellers zich ook een handschriftdocente bevindt, die toch beter had moeten weten.
Hoe kun je vanuit dit soort verwachtingen je studenten nog inspireren voor een basisvaardigheid, die voor minstens de helft van alle verwerkingstaken in het basisonderwijs en voortgezet onderwijs gebruikt wordt?
Hoe kun je meedoen aan een voorspellend artikel over je vakgebied dat dit vakgebied als verloren beschouwt en ziet overgenomen door amateurs (fysiotherapeuten)?

Het is misschien wel zinnig om hier een bericht tegenover te stellen dat de laatste tijd in het nieuws opdook. In de Volkskrant van 9 februari lezen we het volgende:

AMSTERDAM – Het Roemeense parlement behandelt een voorstel om van heksen een vergunning te eisen en het doen van valse voorspellingen strafbaar te stellen. Het wetsvoorstel is de Senaat reeds gepasseerd, maar moet nog worden goedgekeurd door de Kamer van Afgevaardigden…
Op het doen van voorspellingen die niet uitkomen komt volgens het wetsvoorstel een boete of zelfs gevangenisstraf te staan.

Vanuit ons vakgebied hopen we dat het er hier ook nog eens van komt… ;-)

En in 2015 zijn we hier natuurlijk weer van de partij om aan deze pagina nog e.a.a. toe te voegen over de alledaagse werkelijkheid!