"Een potlood of een pen?"

Verschenen in JSW 5 van januari 2012
“Een potlood of een pen?”, Pengreep en gebruik van schrijfmateriaal

Geschreven door dhr. A. van Hagen (van wie we op deze website al meer publicaties geanalyseerd en besproken hebben. Zie bespreking handschriftdidactische publicaties)

De litaratuurlijst ontbreekt. Aan het eind van het artikel staat “De literatuurlijst vind je op www.jsw-online.nl/downloads.
Dit adres geeft echter een foutmelding. Ga je naar www.jsw-online.nl dan is daar wel een ‘knop Downloads’. Als je daar echter op klikt kom je geen literatuurlijst die bij dit artikel hoort tegen.

BESPREKING ARTIKEL
Deze bespreking zal een minder uitgebreide analyse van het artikel zèlf worden dan u van ons gewend bent. We grijpen dit artikel eigenlijk meer aan om te laten zien hoe je wel en met welke schrijfmaterialen en grepen je het beste kunt werken. Een stukje vakkennis stellen we dus tegenover de amateuristische adviezen die je in dit artikel tegenkomt.
Adviezen waar we al heel wat leerkrachten en kinderen mee hebben kunnen helpen.

“Een potlood of een pen?”
Terecht stelt de auteur dat het juiste schrijfmateriaal teams hoofdbrekens oplevert. Maar daarmee is onze instemming met de conclusies en redenaties in dit artikel wel tot zijn eind gekomen.

Letterlijk schrijft de auteur:

“Hoe meer kennis er is over hoe kinderen een bepaalde greep hanteren, des te beter kan een school kiezen welk schrijfmateriaal er aangeschaft zou moeten worden.”

In het kort kunnen we stellen dat het probleem van het juiste schrijfmateriaal voornamelijk een commerciële oorzaak kent en niet zozeer te relateren is aan de (vaak wisselende) greep van de kinderen. Het is ook niet praktisch te noemen om allerlei verschillend schrijfmateriaal te moeten bestellen voor elke verschillende soort greep.

Wat gaat er dan fout in het commerciële aanbod van de pennen?
Pennen zijn een tijdlang te verkrijgen en worden dan door de producenten ervan weer verwisseld met een nieuwe ‘trendy’-pen. Zo zie je nog dat een school blij is met een bepaalde vulpen van een grote schoolleverancier of deze laatste verandert de vorm ervan of vervangt de hele pen door een ander type. Soms verdwijnt de pen geheel uit het assortiment.
Hierdoor moet de school voortdurend op zoek naar een goede vervanging.

We komen nu bij een merkwaardige zin:

Door het vastlegggen van foto’s, bijvoorbeeld op de iPad, kun je achteraf de pengreep bij kinderen beter en nauwkeuriger analyseren.

Wat heeft het bekijken van een foto met een iPad te maken? Het lijkt erop dat de auteur wil laten zien ‘modern’ en ‘bij de tijd’ te zijn. Je kunt de gemaakte foto even goed op een computerscherm of afgedrukt op papier bekijken. Overigens is het zinloos om dit te doen, omdat je meteen moet gaan werken aan instructie en begeleiding van de goede greep.

Hiermee komen we al meteen tot de kern van een ergo- en fysiotherapeutische opvatting waar het onderwijs nog jaren last van zal hebben: de aanname alsof een pengreep niet iets is dat aangeleerd moet worden. Je gaat zo’n greep fotograferen en analyseren en toevoegen aan de verzameling vreemde varianten, het rariteitenkabinet van mogelijke grepen. Je plakt er een etiket op met bijvoorbeeld “Palmaire supinatiegreep” en klaar is kees!
Er valt dan echter weinig te analyseren. Het is namelijk gewoon een foute greep, die afgeschaft moet worden en vervangen door de enige greep waarmee het schrijven goed volgehouden kan worden en die geheel past bij de benodigde constructiewijze van het Westerse schrift.

Zo komen we bij deze auteur onderaan de eerste pagina, in een tabel met de beschrijving van verschillende grepen de volgende opvatting tegen:

‘Onrijpe grepen
groep 2 kinderen
Ook wel de ‘vuist-‘ en ‘knuistgrepen’ genoemd

De auteur baseert zich in zijn beschrijving van de ‘greepontwikkeling’ op bronnen uit de ergotherapie, van waar dan ook bijbehorende terminologie van de pengreep met termen als ‘Palmaire pronatiegreep’ of ‘Palmaire supinatiegreep’, termen waar je niet blij van wordt en geen kind mee kunt helpen.
Want… (en we kunnen met deze bespreking en analyse daarom deze keer kort zijn) kinderen moet je doodeenvoudig een goede greep vanaf het begin aanleren.

In het document dat u bij de Stichting Schriftontwikkeling gratis kunt aanvragen, wordt uitgebreid besproken hoe en met welke techniek je dit doet.
U kunt zich waarschijnlijk ook geen viooldocent voorstellen die tijdens de lessen afhankelijk zou willen zijn van een ‘greepontwikkeling vanuit onrijpe grepen’.
Een kind krijgt in de eerste les al meteen goede aanwijzingen hoe je de strijkstok op de juiste manier met de meeste ‘vioolmogelijkheden’ vasthoudt.
Een viooldocent slaat daar geen ergotherapeutische boeken over open om te zien in welke ontwikkelingsfase van de greep zijn leerling zich bevindt en welk jargon je daarvoor hanteert.

Vanuit een ergotherapeutisch standpunt bezien is het nog enigszins verdedigbaar dat je de verschillende grepen die je om je heen ziet een naam zou willen geven.
Vanuit het standpunt van de lesgever is er echter maar één oplossing: goede instructie en begeleiding geven en desnoods tot vervelens toe herhalen en voordoen wat wél de juiste greep is. (‘Consequent zijn’ heet dat).
Natuurlijk speelt niet elk kind viool, terwijl wel vrijwel elk kind een potlood beetpakt nog vóórdat het naar school gaat om daar die goede begeleiding en instructie te ontvangen. Natuurlijk zijn sommige kinderen, doordat ze niet tijdig door hun ouders gecorrigeerd zijn, gewend geraakt aan de verkeerde greep. Met de oefeningen die we in het hiervoor genoemde document beschrijven kan echter elke leerkracht in groep 1 hier ogenblikkelijk mee ingrijpen en het kind zelf laten ervaren dat er maar één goede materiaalgreep voor een juiste hantering en vooral voor een juist resultaat bestaat.

De juiste greep is de in dit artikel ook als beste greep genoemde ‘driepuntsgreep’, waarbij de middelvinger de pen ondersteunt en de duim en wijsvinger licht tegen de zijkant geplaatst zijn en elkaar bijna of net boven de pen raken.
Dit is niet zomaar de beste greep, maar de greep, waarmee het Westerse schrift is ontwikkeld. Geen wonder dat die greep dus het beste bij het schrijven past.
In het Westerse schrift bevinden zich de belangrijkste letterdelen in de ‘neerhalen’, waardoor we dus kunnen spreken van een ‘buig- en strekschrift’. Het buigen en strekken is dus daarmee belangrijk en dat kan niet als je de duim óver de pen en de andere vingers legt. (Bij deze ‘duim-overgreep’ duwt de duim vaak zo hard naar beneden op de pen, dat alle druk door de pen wordt doorgegeven aan de ondersteunde middelvinger. Veel kinderen in het voortgezet onderwijs lopen op den duur daar knobbeltjes op.)

In China, waar een geheel ander schrift gebruikt wordt dat geen buigen en strekken van de wijsvinger nodig heeft, is dus ook een andere greep nodig om dit schrift correct uit te voeren. Ook die greep heeft niets met een natuurlijke greepontwikkeling te maken, want schrift is zuiver cultuur en heeft daarmee met een ‘ontwikkeling van onrijp naar rijp’ niets te maken.
Daarom zul je in de door bewegingstherapeuten gecreëerde ontwikkeling van onrijpe naar rijpe grepen ook nooit heel toevallig die Chinese pengreep tegenkomen. Hoe vreemd!! Is het schrift in China dan soms niet natuurlijk??
Nee, net zo min als bij ons het Westerse schrift dat is.

VAN PENGREEP VERANDEREN
Hoe kun je dan de pengreep op latere leeftijd nog beïnvloeden en omzetten naar de juiste greep? We horen heel vaak zeggen: “Ik heb hem net nog voorgedaan hoe je de pen het beste kunt beetpakken, maar je draait je nog niet om of hij schrijft alweer met zijn oude greep.” En: “Ik kan toch niet steeds al die kinderen met een verkeerde greep in de gaten houden?”
Helemaal waar! Je moet het dan ook niet op die manier aanpakken, want dat werkt kennelijk niet.

HOE DAN WEL?
Allereerst moet je je in de bezwaren tegen die goede greep, die een leerling met een verkeerde greep nu eenmaal niet gewend is, kunnen en willen verplaatsen. De bezwaren zijn tweeérlei:

1. Als je met een andere greep schrijft voelt het minder fijn.
2. Als je met een andere greep schrijft, wordt het resultaat daar minder goed van.

Je moet dus bij het willen veranderen van de greep aan deze twee bezwaren tegemoet komen.
Dat kan op de volgende manier:

1. Eis de juiste greep niet doorlopend, maar alleen maar gedurende één minuut of alleen maar bij de eerste regel van een schrijftaak. Let dán echter heel goed op of die goede greep tot een goed (kortdurend) einde wordt gebracht. Daarna kun je je zonder bezwaar omkeren en niet meer op de goede greep letten. Dwing eventueel het kind ná die regel of minuut weer met zijn/haar oude greep verder te schrijven. (Verboden vruchten zijn het lekkerst…)
2. Spreek af dat de kwaliteit voor die eerste regel of minuut niet telt. Het is niet erg dat het handschrift tijdelijk wat in kwaliteit terugloopt.

Breid vervolgens de hoeveelheid of tijd waarmee de goede greep wordt toegepast geleidelijk aan uit. Bijvoorbeeld: elke maand een regel of minuut meer.
Zo went de leerling geleidelijk aan de goede greep en deze is op den duur geen bezwaar meer. We zien vaak dat de leerling er vanzelf al na die afgesproken tijd of hoeveelheid mee doorgaat. Je kunt met deze werkwijze ook gedurende die minuut meerdere kinderen in de gaten houden of ze ook werkelijk de goede greep toepassen.
Deze werkwijze maakt een consequente begeleiding mogelijk (consequent voor de begeleide tijd of hoeveelheid) en daar is elke vooruitgang mee gebaat.

Voor ons als vakdocenten handschriftontwikkeling is het heel eenvoudig:
Een kind met een verkeerde greep is een ‘niet geïnstrueerd en begeleid’ kind. Een greep die nodig is voor een instrumentele vaardigheid (een vaardigheid, waarbij een instrument gebruikt wordt) is iets dat je een kind aanleert. Dat kun je natuurlijk niet vrij laten.
Wat we zo slecht vinden aan amateuristische handschrift-didactische artikelen als dit is, dat ze verwarring scheppen in het onderwijs aan kinderen.
De auteur een orthopedagoog, is geen erkend handschriftdidacticus. Hij weet niet vanuit de dagelijkse praktijk van het handschriftonderwijs wat het beste is om te doen.
Geen wonder dat zo iemand in bronnen zoekt van ergotherapeuten, die eveneens geen vakmensen zijn als het om jarenlange handschriftontwikkeling en -begeleiding gaat.
We herkennen als vakkundige handschriftdidactici amateuristische artikelen heel snel aan het onderwerp ervan : het gaat altijd over het ‘proces’ of over ‘materialen’, maar nooit over ‘de kwaliteit van het eindproduct in getoonde voorbeelden’.

POTLOOD OF PEN
In alle gevallen dat we gevraagd worden om te werken aan het verbeteren van iemands handschrift hebben we een extra groot effect als het gaat om kinderen die met een potlood schrijven. Met andere woorden: het kwaliteitsverschil is dan grootst. Een potlood verslechtert de kwaliteit van het schrift vaak op dramatische wijze. Hoe slechter een kind schrijft, hoe sterker dit effect.
Een potlood is namelijk een tekeninstrument, een grafisch instrument dat gemaakt is voor expressieve mogelijkheden.
Hoe feit dat leerkrachten de verslechtering van het handschrift door potloodgebruik niet zien laat zien dat ze in hun opleiding niets hebben geleerd over het grafisch effect van verschillende lijndiktes.

Hierbij zien we twee voorbeelden hoe een kind eerst met potlood schreef. We mailden de moeder over welke pen ze het beste kon gebruiken en hoe ze de lettervormgeving kon aanpakken die haar school liet liggen.
Dit was het resultaat: (links het oude resultaat, rechts de verbetering na een maand)
We zien nu ook het effect van de kwaliteittsverbetering door van potlood op de pen over te stappen.

Hulde aan deze moeder die voor haar kind wegen zoekt om hem te helpen aan een goed handschrift!

De pen slijt, net als een krijtje op een bord, tijdens het gebruik en daardoor ontstaat een onregelmatige punt, waarvan de lijndikte voortdurend varieert. Daar komt nog bij dat veel kinderen niet vanaf het eerste leerjaar hebben geleerd om met een gelijkmatige greepdruk te werken. Dit wordt in het al eerder genoemde document bewust geoefend. In geen andere soort ‘motorische oefeningen’ (bijv. Schrijfdans, Schrijfkriebels en de diverse overige motorische schrijfmethodes) wordt op deze manier gewerkt.

Met het gebruik van een potlood ontstaat ook ongewild onrust in het schrift. Een schrijfinstrument moet een betrouwbare lijndikte opleveren en dat doet een potlood dus nooit.

Bovendien leidt de mogelijkheid om het resultaat voortdurend weer uit te gummen (ook een vaardigheid die niet elk kind even goed beheerst) tot een groeiende onzekerheid bij sommige kinderen. Als je met een pen direct het juiste moet noteren, moet je vooruitdenken. Het is niet verkeerd dat kinderen door het pengebruik gedwongen worden eerst na te denken en dán pas te noteren. Anticiperen op je handelen is voor veel kinderen goed. Een pen dwingt daartoe.

Vroeger schreef men uitsluitend met een pen. Het schrijven met het potlood is een geleidelijk ontstane gewoonte, die de meeste leerkrachten zich niet eens meer bewust zijn, zo logisch vinden ze het inmiddels. (“Iedereen doet het’) Terwijl het op grond van grafische argumenten alleen maar logisch is om het niet te doen.

VULPEN?
Tijden lang was de vulpen hét schrijfinstrument, ook voor vakkundige handschriftdidactici. De split van de pen moet vrij zuiver omhoog staan wil de pen goed schrijven en in dit opzicht is de vulpen dus enigszins greepcorrigerend te noemen.
Er moet echter een keuze worden gemaakt: er zijn dure en goedkope vulpennen. Scholen kiezen in verband met de kosten meestal voor goedkope, waardoor er ook weer meer penproblemen ontstaan.
Het meest gehoorde argument is, dat de pen ‘lekt’. Dat is weliswaar niet zo, zelfs niet bij goedkopere vulpennen, maar zo wordt het wel ervaren. De pen stoot, valt, het reserve-inktpatroon wordt niet in de pen gedaan, waardoor het werkende inktpatroon losraakt en gaat zwerven door de houder enz. enz.
Als er dan spatten in de dop of houder zitten krijgt de pen het verwijt te lekken.
Ook raakt er wel stof of een haartje in de split van de pen, en dat moet je als leerkracht dan weer op een handige manier zien te verwijderen zonder de penpunten uit elkaar te drijven.
Geleidelijk aan zijn we als handschriftdidactici ook gaan kijken wat nu een algemeen advies kan zijn, dat zich enigszins onttrekt aan de waan van de dag voorzover we het wisselende aanbod van penfabrikanten daarmee kunnen kenschetsen.
Een pen moet een metalen punt hebben, die niet al te makkelijk kan beschadigen. Nu kunnen kinderen alles en ook het vernielen van metalen penpunten hoort daarbij. Maar bij een redelijk en begeleid gebruik, waaronder we ook een goede introductie van de nieuwe pen rekenen, moet het mogelijk zijn om een lijn te laten produceren van gelijkmatige lijndikte.

Welke pennen je in elk geval niet moet aanschaffen zijn pennen met ‘vaste steunzolen’, pennen dus, waarin een greep voorgevormd is. Een pen rolt tijdens het buigen en strekken namelijk en dat wordt door deukjes in de pen verhinderd. De penschacht moet ook niet te dik zijn. Over de dikte van de schacht zo dadelijk nog meer.

WELKE PEN WÉL?
De schrijflijn van de pen moet niet te dik zijn. Penfabrikanten vinden het natuurlijk niet verkeerd als er met een dikke penpunt geschreven wordt. U begrijpt dat de pen dan eerder leegraakt dan bij een lijn die twee keer zo dun is.
Een penpunt moet echter nooit meer zijn dan 1/10 deel van de romphoogte van de letter. Anders dreigen kleine letterdelen dicht te lopen. Tussen twee lijnen van 1 mm afstand moet een rondje worden geplaatst dat duidelijk ‘open’ blijft.

Een pen dus met een dunne metalen punt. Alleen met een dunne punt kun je voldoende rechte lijndelen in letters aanbrengen. Met een pen met een dikke punt moet je altijd eerder de bocht inzetten om nog op de grondlijn of romplijn uit te komen.
Een balpen is vaak niet dun genoeg of schrijft met te weinig wrijfweerstand. Wat men in de praktijk vaak een ´lekkere pen´ noemt is voor velen een pen waarmee je makkelijk schrijft op de manier waarop je een handtekening zet.
Dit is voor kinderen echter niet de geëigende manier van schrijven. Ze bewegen zo snel niet en dat is ook niet de bedoeling. Maar ze moeten wel de penpunt een gelijkmatige snelheid geven en dat doe je met een fijne penpunt met veel wrijfweerstand veel beter dan met een dikke gladde penpunt.

Zo komen we uit op de gelpen met naaldpunt. Deze punt kan het beste niet dikker zijn dan 0,3 mm. Zo glijdt de pen nog nét, terwijl je met iets meer druk voldoende wrijfweerstand kunt realiseren. Hoe meer wrijfweerstand je hebt, hoe nauwkeuriger je werken kunt. Bankbiljetten werden vroeger zo nauwkeurig gemaakt door het toepassen van de grafische techniek die we ‘graveren’ noemen. Meteen burijn (een steekinstrument) werd door het koper geploegd, waarbij je kunt spreken van vrijwel 100% wrijfweerstand. Zo konden de fijnste en nauwkeurigste evenwijdige lijnen getrokken worden.
De penschacht moet ook niet te dik zijn. Bij veel pennen gaan penfabrikanten ervan uit dat als hij door kinderen gebruikt moet worden dat de penschacht dan dik moet zijn.
Een achterhaald, maar hardnekkig standpunt, want kinderhanden zijn kleiner dan die van volwassenen en hebben dus juist een nog dunnere penschacht nodig.
Dan komen we dus uit op een gel-pen van 0,3 mm met naaldpunt en dunne schacht.

Om dit zo te zien moet je even af van je oude denkbeelden over ‘lekkere pennen’. Als je met zo’n naaldpunt-gel-pen schrijft moet je niet denken aan snelschrijven en het plaatsen van handtekeningen, maar je verplaatsen in de vereiste nauwkeurigheid van het Westerse schrift en die kinderen tot stand moeten kunnen brengen. Dan is er écht maar één oplossing.
Het handschrift dat aan het begin van de homepage van www.schriftontwikkeling.nl/ staat is met zo’n pen geschreven.

Is zo’n naaldpunt dan niet kwetsbaar?
Dat is hij zéker, maar bij respectvol gebruik is er niets aan de hand.
Dat vergt een goede inleiding en begeleiding. Als je bijvoorbeeld vertelt dat je alleen met deze pen kunt/mag schrijven als je daar aan toe bent, ontwikkel je respect voor die pen. Je kunt ze een bepaalde arceeropdracht geven die ze met hun huidige pen moeten uitvoeren en daarbij wordt gekeken of ze met niet teveel druk (geen wit-rode, maar overal even roze nagels) werken. Als dat zo is mogen ze de nieuwe technische pen een keer proberen. U kunt daar uw eigen fantasie bij gebruiken. Maar… voorzichtig en met beleid introduceren van deze pen staat voorop.

Als u meer informatie hierover wilt kunt u die via info@schriftontwikkeling.nl opvragen.

Deze pagina is opgemaakt op 13 juli 2012