Bespreking "Leesbaar en vlot"

Bespreking “Leesbaar en Vlot” van Ria Deelen; uitgeverij Diverti

Schrijf leesbaar en vlot
Dit is de bespreking van de uitgave die we dit jaar ter beoordeling toegestuurd kregen van de uitgeverij Diverti.

Het boek is bedoeld voor het werken aan slechte handschriften, zowel in het Primair als Secundair Onderwijs.

Kaft
We beginnen met het kaft.
Op voor- en achterkant van het kaft staat een verkeerde pengreep 6 x afgebeeld. Voor een methode die juist hulp moet bieden is zoiets niet aan te bevelen.
Verkeerde greep
De wijsvinger is de enige die op de juiste plaats aangelegd is. De duim staat vervolgens te laag (de wijsvinger is te hoog, omdat de middelvinger er geheel incorrect onder staat, terwijl deze ónder de pen als steunvinger moet liggen) en te dicht bij de punt.
Als de middelvinger onder de pen ligt ontstaat de juiste driepuntsgreep, die beweging in de voor het Westerse schrift benodigde richtingen op gelijke wijze mogelijk maakt. Waarom is er in feite slechts één greep het juiste instructiemodel? Omdat deze het meest geschikt is om aan alle, voor het Westerse schrift benodigde halen te kunnen uitvoeren.

Daarbij komt de pen geheel van rechts t.ov. het geschreven woord.
Dit is een geheel verkeerd uitgangspunt. De hand hoort ónder de regel.
Misschien geposeerd voor de foto? Als het papier evenwijdig aan de onderarm ligt zullen de buigende vingers de neerhalen in de richting van de handpalm trekken. Een dergelijke vanzelfsprekende manier om te schrijven wordt hier in elk geval niet voorgestaan.

Misschien is het de bedoeling geweest om een verkeerde greep als uitgangspunt te nemen om hier vervolgens op in te gaan? In het vervolg van het boek komt dit aspect echter (geheel onterecht voor een boek met een dergelijke missie) niet meer aan de orde.

Op de achterkant van het boek staat de doelgroep beschreven:

“Voor wie het handschrift wil verbeteren. Elke leraar PO en VO kan nu leerlingen helpen leesbaarder te schrijven. Leesbaar en vlot bestaat uit vijftien A4-kaarten met schrijfvoorbeelden met op elke kaart een korte uitleg. De methode bevat een uitgebreide handleiding voor docent en voor zelfstudie. Met tal van oefeningen voor specifieke schrijfproblemen. Leesbaar handschrift is, ook in het computertijdperk, een vereiste bij de meeste beroepen. Leerlingen leren beter door goed leesbare aantekeningen. Nakijken van opdrachten gaat sneller. De methode ‘Schrijf leesbaar en vlot’ biedt een uitkomst voor leerlingen die door hun slechte handschrift leerproblemen ondervinden.”

Voorwaar, een ambitieus doel dat grote verwachtingen wekt.

Voor het verbeteren van handschriften is echter een ‘beterweter’ nodig, die, in het geval van een instrumentele vaardigheid als ‘schrijven met een pen’ ook nog een ‘beterkunner’ moet zijn. Van iemand die een gitaarboek schrijft verwachten we ook dat hij/zij goed op dit instrument kan spelen en op cd-rom goede voorbeelden kan laten horen. Hij/zij moet alle ‘ins en outs’ van het instrument beheersen.

Allereerst het boek van 28 pagina’s handschriftverbeteringstekst.

Er wordt voorgesteld om elke week een ‘schrijfcriterium’ aandacht te geven. De criteria zijn o.a. afkomstig van de BHK, de bekende (niet meer in Nederland te verkrijgen) test om vast te stellen of een handschrift wel of niet als dysgrafisch moet worden gekenmerkt. We hebben al eerder daarover geschreven en vastgesteld dat deze criteria geen onderbouwing kennen (waarom déze en geen andere?) en dat de definiëring sterk te wensen overlaat en niet als vakkundig genoemd kan worden. (Bijv. “botsende letters” i.p.v. “ontbrekende spatiëring”)
Ook werden criteria ontleend aan de PPON (Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau). Over de slechte bruikbaarheid van de daar gebruikte criteria schreven we ook al eerder in het artikel “Hoe minder schrijfles, hoe beter het handschrift” in JSW van januari 2006 (zie het menu-item ‘artikelen’ op deze website). Dit artikel laat duidelijk zien hoe het CITO a.d.h.v. deze criteria tot een verkeerde conclusie kwam in haar onderzoek naar handschriftkwaliteit.
Dat is ook meteen het verkeerde uitgangspunt van deze publicatie: het begrip ‘leesbaarheid’.
Het gaat er namelijk niet om of een handschrift ‘leesbaar’ is. Letters zijn dit nu eenmaal, dat is hun eigeschap. Ze moeten dan echter wel volgens de vormgevingsregel geconstrueerd zijn.

‘Leesbaar’ is een subjectief begrip, dat voor een apothekersassistente een heel andere betekenis heeft dan voor een gewone sterveling.
Een handschrift hoort lettervormgevings-kwaliteitskenmerken te hebben. We schrijven daar al jaren veelvuldig over op onze website en in vele publicaties in didactische magazines. Voor wie het handschrift een warm hart toedraagt en zich als specialist handschriftverbetering presenteert kunnen al deze publicaties niet onbekend zijn.
In het onderwijs moeten we onze keuzes kunnen onderbouwen maar begrip hiervoor is is in deze publicatie volledig afwezig.

Of de door het CITO of de BHK gehanteerde criteria daarvoor geschikt zijn wagen we te betwijfelen. Sommige zullen dat zijn, maar de auteur hoort aan te geven waaróm voor deze specifieke criteria gekozen is.
De eerste voorbeeldpagina komt uit “Mijn Eigen Handschrift” van Marius Lindeman (Wolters Noordhoff). Het laat onregelmatig gevormde letters zien, waarvan bijv. de lusruggen gebogen zijn en de letter n bijna even breed is als de letter m. Een klassieke fout die we ook vaak in drukletterfonts zien.

[De lussen worden meer dan twee keer de romphoogte gemaakt. Ook een veel voorkomende fout, die je bij de meeste schrijfmethodes terugvindt en die leidt tot regelverhaking. De romp hoort tot eenderde van de regelhoogte te komen, de lussen moeten niet verder komen dan tweederde. Zo blijven de lussen van de verschillende regels uit elkaar.]

In het voorbeeld onderaan zijn stukken van de twee ij-lussen verdwenen.
Letterkaart Mijn Eigen Handschrift met afgehakte lussen onderaan. WAT EEN GROTE CIJFERS!

De voorbeeldpagina van het blokschrift (afkomstig uit het oefenboek van v. Engen) is te breed afgedrukt, waardoor de cirkelvormige O er als een ellips uitziet.
De letter M heeft de bekende, maar foute ingekorte midden. Kenmerk van de KAPITALEN is dat alle streken van boven naar beneden doorlopen.
De Y-vorm is foutief afgebeeld. Op deze verouderde KAPITALEN-voorbeeldbladzijde staat de y-minuskelvorm, maar dan vergroot tot KAPITAAL.
Dit had het wijnglas-model moeten zijn: Y

Op de minuskel blokschriftpagina daarnaast ontbreken de letters n, o, p, q. De reden hiervan is niet duidelijk.
Doordat de letterspatie is opgehangen aan een zekere ‘hokjesgeest’, is er tussen f en g en i en j wel een erg groot spatiegat ontstaan.

Voorbeeldkaart van het blokschrift van v. Engen

De 0 is bizar. Tussen alle cirkelvormen krijgen we plotseling de vorm van een uitgerekt ‘derde’ Multo-gaatje. Welk kind wordt geacht om zo een 0 te schrijven? Van kennis over psychomotorische handschriftcriteria is in dit opzicht niets terug te vinden!

'Derde Multogaatje'

Op de volgende pagina zien we een voorbeeldbladzijde van Handschrift.

Versmalde letterkaart van De Schrijfsleutel
Alleen, het voorbeeld is te smal of in de lengte uitgerekt, waardoor alle lettervormen veel smaller worden afgebeeld dan in de methode De Schrijfsleutel zélf. Daar komt nog bij dat de hellinghoek door deze vormgeverfout minder steil is geworden. Op zich niet erg, maar er is tenslotte niet alleen voor het lettervoorbeeld van Handschrift gekozen, maar ook voor de daarbij behorende hellinghoek. De keuze voor welke hellinghoek dan ook wordt in deze uitgave niet verantwoord.

Het omgekeerde doet zich hier dus vergeleken met het bloklettervoorbeeld dat uit het werkboekje van dhr. v. Engen afkomstig is. Een verantwoording van de keuze van deze letterkaarten wordt niet gegeven.

Onderlegger
Op blz. 14 wordt een “richtingkaart” meegegeven.

Richtingkaart die veel te klein is en veel te dunne lijnen laat zien.

Jarenlange ervaring binnen de Stichting Schriftontwikkeling heeft laten zien dat kinderen (vooral de kinderen die een slecht handschrift hebben) zich niets gelegen laten liggen aan een richtingkaart (met evenwijdige schuine lijnen) onder het blad waarop ze schrijven.
Dit komt omdat ze die lijnen vaak niet eens waarnemen, zo druk zijn ze met het vormgeven van de lettervormen. Alleen volwassenen kunnen er doorgaans iets mee beginnen. Die hebben zo’n kaart dan ook bedacht.
Daar komt nog bij dat ze niet geleerd wordt dat de lijnen van de richtingkaart alleen maar te maken hebben met de neerhalen van de letters. En die neerhalen krijgen ze vervolgens niet uitgelegd in deze les.
Bovendien horen de lijnen van een onderlegger (of het nu horizontale regellijnen zijn of neerhaallijnen) dik te zijn. Anders worden ze helemaal niet waargenomen!
De lijnen van deze “Richtingkaart om te kopiëren” zijn echter veel te dun (het woord “kopiëren” heeft overigens een “trema” nodig!).
De onderlegger had ook minstens even groot horen te zijn als een schriftbladzijde. Op deze manier heeft geen kind er iets aan!

Leesbaarheid
“Het doel is uit te maken welke helling goed leest. (dat is ongeveer 75 graden)
Waarom zou een schuine hellinghoek beter leesbaar zijn?
Nergens wordt deze uitspraak onderbouwd met onderzoek.
Dat is ook niet mogelijk, want dergelijk onderzoek is er nog nooit geweest. In de typografie zijn wel ervaringen met letterstanden en aangetoond is, dat rechtopstaande letters het best herkenbaar zijn.
Uit onderzoek (Shepherd, R.N., and Cooper, L.A. 1982 Mental images and their transformations Cambridge, Mass.: MIT Press)
Schuinstaande letters, die in de typografie meestal ‘cursief’ worden genoemd, zijn een uitzondering. Anders hadden ze het in de typografie moeten omkeren. Alles schuin zetten en de woorden die aandacht nodig hebben rechtop. (zie ook de pagina ‘Schuin of rechtop’)

De schuine stand in de meeste schrijfmethoden is afkomstig van het “zwellen” van de lijnen met behulp van de “kroontjespen”.
Zwellend kroontjespenschrift. Hier is de hellinghoek steil, zodat je ziet dat er weinig zwelruimte is. Daarom ging men steeds schuiner schrijven.

Omdat voor het zwellen erg veel lengte nodig is, werden in de achttiende en negentiende eeuw in eerste instantie de lussen verlengd (daar komen die veel te lange lussen vandaan die het hedendaagse schrijfonderwijs zo langzamerhand de rug had moeten toekeren!), terwijl daarnaast de helling steeds schuiner geschreven werd, alweer om daarmee ook de lussen te kunnen verlengen.

Mensen die de schuine stand van veel methodeletters nog altijd willen blijven verdedigen, bedenken daar zelf redenen voor: het zou beter leesbaar zijn, maar ook wordt wel gezegd dat er zo beter te schrijven is. Toch heeft het CITO vastgesteld in haar onderzoek naar de handschriftkwaliteit (PPON 2002 [Periodieke Peiling van het Onderwijsniveau]) dat de meeste kinderen in de bovenbouw de schuine hellinghoek die ze aangeleerd hebben gekregen weer verlaten en rechtop gaan schrijven.
Uit ons eigen onderzoek blijkt overigens ook voortdurend dat kinderen in groep 3 niet de hellinghoek overnemen die ze daar aangeleerd krijgen en dus min of meer rechtop schrijven, dit ondanks de oefening waarin eerst de schuine eerste letter wordt overgetrokken:

Hieruit blijkt dat het zinloos is om een hellinghoek aan te leren die een gevolg is van een soort schrijfgereedschap dat in deze tijd niet meer gebruikt wordt.

SCHRIJFKAARTEN
De kaarten moeten opgehangen worden als voorbeeld.

Als voorbeeld vallen ze echter erg tegen.
De 15 gelamineerde kaarten zijn uiterst slecht van kwaliteit.
Hierbij een overzicht van 9 van de 15 kaarten.

Overzicht kaarten

Gaat u bij de beoordeling van deze kaarten vooral de woorden niet lezen! Dat is niet aan de orde. Er moet uitsluitend naar lettervormgeving en lay-out worden gekeken.
Het is met de lay-out van de kaarten niet best gesteld. Woorden staan te dicht op elkaar of te dicht op de rand.
Soms raken woorden andere woorden (zie bijv. de kaart in het midden en rechts onderaan).
Daarnaast is duidelijk te zien dat er geen goed inzicht bestaat in de letterspatie bij de blokletters. Over het algemeen staan de letters veel te dicht op elkaar.

Kaart 8 van week 9 (Op het overzicht de kaart links onderaan)

Juist in dit voorbeeld zijn niet alle ophalen strak.

De ophaal van de ‘l’ in de laatste regel wordt met een golf gemaakt.

Hierboven is duidelijk te zien dat deze “blokletter t” hier niet hoort. Terwijl omstandig alle “strakke ophalen” een grijze viltstiftlijn krijgen, blijft de “blokletter t” hiervan (terecht, maar niet consequent) gevrijwaard. Dit is dan ook precies de reden, waarom de blokletter-t niet in het verbonden schrift thuishoort. Op zijn minst had hier een uitleg moeten komen, waarom aan de ophaal van de ‘t’ geen grijze lijn is toegevoegd.

In deze uitgave had een oplossing gevonden moeten worden voor de twee verschillende t-vormen, die kinderen op verschillende scholen schrijven. Kinderen die wel een doorverbonden t schrijven vinden geen goede voorbeelden.

We zullen er één in het bijzonder als voorbeeld voor de andere kaarten bespreken (Kaart 7, midden boven op het overzicht).
Alle kaarten op dezelfde manier bespreken zou een boekwerk opleveren dat groter is dan de uitgave zélf.


Hier weekkaart 7 met ingevuld ons commentaar.
Klik op de afbeelding om deze te vergroten.

Doelgroep
Op het achterkaft wordt ook als doelgroep het Voortgezet Onderwijs genoemd. Wat die met de drie biggetjes Knir, Knar en Knor (pag. 13) moeten beginnen is ons volslagen onduidelijk.
Ook vinden we een zin als ‘Laad dat pistool even door, a.u.b’ niet binnen het onderwijs thuis horen. Dat de verruwing van de samenleving ook al in handschriftverbeterende uitgaven was doorgedrongen, hadden we nog niet eerder meegemaakt. Hoe kóm je erop, terwijl er zoveel andere mogelijkheden van lettercombinaties zijn.

Pag. 26:

“Herhalingen en nazorg.
Herhaal de vorige 4 kaarten.
Dan in week 16 een algehele herhaling en een bezinning op wat er met de onleesbare handschriften moet gebeuren. Leg zonodig contact met de RT-er en de zorgcoördinator.”

Het lijkt ons op zich vreemd dat er na 15 weken hulp nog kinderen zijn die ‘onleesbaar’ schrijven. Dan heeft de behandeling aan de hand van deze handleiding compleet gefaald. Wellicht zegt het iets over de kwaliteit van de methodiek en deze handleiding dat deze aanbeveling hier wordt gedaan!

Samenvatting
We zijn als Stichting Schriftontwikkeling, die zich bezig houdt met het verbeteren van (het aanzien van) het Handschriftonderwijs niet erg blij met deze uitgave.
Er wordt een warboel aan lettervormen uit verschillende andere uitgaven aangeboden, zonder dat hierin een duidelijk lettervormgevingsstandpunt in wordt verwoord. Onderbouwing van keuzes is volledig afwezig. Zelfs eigen criteria worden nota bene overtreden.
Dit alles maakt het boekje met bijbehorende kaarten niet erg duidelijk voor handschriftbegeleiders.
We zijn van mening dat dit boek niet geschikt is voor goed handschriftonderwijs en zeker niet voor remediërend werken aan handschriften.

Inhoudelijk wordt er bij voortduring vanalles beweerd, dat niet wordt onderbouwd. Begrippen worden in het geheel niet of onvoldoende gedefinieerd.
Veel aspecten zijn gedeeltelijk of in het geheel niet begrepen.

Er wordt gesuggereerd dat dit kinderen zou kunnen helpen met hun handschriftontwikkeling, maar de voorbeelden zijn bedroevend van lettervormgeving. Wie niet zuiver kan voorzingen, kan ook van de kinderen geen zuiverheid in de uitvoering verwachten.
Een dergelijke uitgave suggereert dat iedereen even op een namiddag met een viltstift, een tekstverwerker en een lamineerapparaat zo’n uitgave kan maken.
Op deze manier wordt in elk geval schade toegebracht aan het toch al kwakkelende imago van het handschriftonderwijs.

Lettervormgeving blijft echter een vak. Wie zich hiermee bezig houdt moet zich realiseren dat hij/zij een perfect voorbeeld moet kunnen geven en bekwaam moet zijn in de onderbouwing van zowel de vormgeving als de didactische inhoud.

De uitgever is van ons commentaar op de hoogte gesteld.