ICT, apps en electronica

Een bespreking van enkele digitale ontwikkelingen in verband met handschriftonderwijs

Hoe middelen doelen worden… en met verkeerd materiaal.

Volgens sommigen moet alles digitaal en electronisch. ICT is de nieuwe godsdienst. Er wordt werkelijk gedacht dat een Steve Jobsschool verbetering brengt, zonder eerst vast te stellen wat je onder goed onderwijs verstaat en zonder te controleren of dit zich op zo’n school zal voordoen.

Ouders hebben soms ook wel de aanzet gegeven tot deze ontwikkeling.
“Heeft u al in alle lokalen digiborden?” zo is de vraag die veel directeuren van basisscholen van ouders krijgen te horen. Scholen zijn bedrijven geworden en willen hun klanten niet verliezen. Dus schaffen ze digiborden aan in een stadium, waarin deze nog helemaal niet uitontwikkeld zijn. (Veel basisscholen zijn door deze nog niet uitontwikkelde borden op enorme kosten gejaagd. De borden zijn, (o.a. door het regelmatig vervangen van beamerlampen) duur en ze vreten energie. Er moeten door de gestegen kosten in het basisonderwijs leerkrachten ontslagen worden!)
En tegelijkertijd verworden middelen tot doel. Ouders zouden wat dat betreft zich meer moeten realiseren dat ze hun kind als proefkonijn inzetten. Bovendien moeten ze niet bepalen wat er in de school gebeurt. Het is en blijft een vak dat je geleerd moet hebben.
Overigens ligt het niet alleen aan de ouders. Ook veel leerkrachten geloven veel te makkelijk dat nieuwe materialen ook zonder bewijs van werking meteen ingezet moeten worden. Als je kijkt met hoeveel zorg een schoolteam vaak een methode aanschaft (werkgroepen, presentaties, teamvergaderingen, vergelijkingen met andere methodes) dan wordt software (wat ook methodes zijn) veel te klakkeloos als behorend bij het digibord aangeschaft.

We bespreken nu enkele digitale ontwikkelingen die zich op letters en schrijven richten.

Juf-in-a-box

Op http://www.jufinabox.com/ vinden we informatie over een digitaal ‘spel’, dat zich richt op ‘motorische schrijfproblemen’.

Nu zijn we in alle jaren dat we op, willekeurig welke school of willekeurig welke slechtschrijvende kinderen die we bij de Stichting met hun ouders ontvingen, nog geen enkel kind met een ‘motorisch schrijfprobleem’ tegengekomen. Wel kinderen die met een amateuristische schrijfmethode slecht handschriftles hadden gehad en die allemaal binnen een half uur tot modelschrift in staat bleken.
Als je voor deze categorie kinderen dus een spel ontwerpt maak je wat ons betreft niet veel kans om ook maar een minuscule bijdrage aan het onderwijs te geven. De hele website wil imponeren door ‘schijnwetenschappelijk’ taalgebruik en het onnodig gebruik van Engelse kreten. NeuromotorTraining, waar het gaat om bewegingsoefeningen en ‘time-on-task’ waar het de effectieve leertijd betreft. Leren is ‘fun’ en het plezier ontstaat door het spel te laten lijken op een ‘game’, dat je niet op een tablet speelt, maar op een ‘digitizer’.

Het spel is ontwikkeld op basis van de wetenschappelijk bewezen Neuromotor Task Training.

Wat houdt deze training precies in? Uit de beschrijving van het genoemde onderzoek, dat vermeld wordt in het te downloaden pdf-bestand met reclameleuzen, kom je niet veel verder dan dat het bedoeld is voor kinderen met DCD (Developmental Coordination Disorder) en, i.v.m. de validiteit, door zoveel mogelijk fysiotherapeuten is toegepast. Nu is de taak van een fysiotherapeut geen onderwijskundige, zodat dit onderzoek onmogelijk iets te maken kan hebben met kennis van de te instrueren handschriftkwaliteit. En inderdaad, daar gaat het ook niet om. We citeren uit de beschrijving van dit genoemde onderzoek:

We found that actions clustered as principle ‘providing clues on how to perform a task’ (a way of giving instruction), ‘asking children about their understanding of a task’, and ‘explaining why a movement should be executed in a certain way’ (ways of sharing knowledge) were significantly associated with improved motor performance.

U ziet het: ’t gaat om een ‘improved motor performance’. Dat is iets heel anders dan een goede handschriftkwaliteit.

As NTT, which was developed especially for children with DCD, has been found to be an effective treatment approach, we urge other physiotherapists to start treating children with DCD according to the NTT guidelines, too.

Een duidelijke beschrijving van wat NTT inhoudt vinden we hier niet.

In de begeleidende folder lezen we o.a. :

Neuromotor task training
Voor de ontwikkeling is nauw samengewerkt met professionals op het gebied van kinderfysiotherapie. Uitgegaan werd van de wetenschappelijk bewezen methode Neuromotor Task Training . Deze schrijfmethodiek is gebaseerd op een taakanalyse van de schrijfbeweging. Dit heeft geleid tot specifieke oefeningen, waarbij eerst de neuromotorische schrijfvoorwaarden getraind worden, vervolgens de basishalen en tot slot de halenreeksen. Een belangrijk kenmerk van het spel is dat schrijfbewegingen door de animaties (omgevingskenmerken) gestuurd worden.
Dat betekent dat het kind spontaner schrijft, niet steeds hoeft na te denken over de bewegingssturing en dus impliciet leert.

Er is in het onderwijs geen ‘wetenschappelijk bewezen methode’ te vinden. Alles hangt namelijk af van degene die les geeft. Dáár moet dan ook alle aandacht aan gegeven worden. Je weet nooit hoe iemand een ‘methode’ uitvoert, zelfs niet als deze ‘wetenschappelijk bewezen’ is. Met andere woorden: een methodiek is op zich niet doorslaggevend, maar de manier waarop de leerkracht de leerlingen de dingen goed instrueert en voordoet. Maar… nu zijn we met onderwijskundige aspecten bezig en daar horen fysiotherapeuten zich niet mee te bemoeien. Zij hoeven alleen maar de mogelijkheden tot bewegen tot hun taak te rekenen en niet het praktiseren van de vakkundige eisen van lettervormgeving.

Ondanks de algemene inhoud van het begrip Neuromotor TaskTraining wordt het hier als “een ‘schrijfmethodiek’ opgevat die gebaseerd is op een taakanalyse van de schrijfbeweging.”

Eerst moet dan worden aangetoond dat er een ‘schrijfbeweging’ bestaat. Op diverse plaatsen op deze website leggen we uit dat zo’n taakspecifieke motoriek niet bestaat. Net zo min als er een tekstintypemotoriek bestaat voor de computer of een melk-inschenk-motoriek. Taakspecifieke motoriek komen we alleen binnen het lichaam tegen. Een hartspier heeft maar één taak: het bloed rond te pompen. Deze spier zal nooit ‘schrijfbewegingen’ maken… Vingers doen dat overigens ook niet. Vingers kunnen alles waar je ze de opdracht toe geeft. Niemand ziet in het buigen van een vinger overigens een evident voorbeeld van ‘pistool-schiet-motoriek’. Met de hand een kwartslag omhoog gedraaid is dezelfde beweging een ‘kom eens hier’-beweging. Onze ledematen kunnen we taakgericht inzetten, maar die resultaten zullen altijd cognitief bepaald zijn. Wat je dus moet oefenen is niet de motoriek. Die  kun je namelijk niet effectief los van de taak oefenen. Je kunt de kinderen alleen maar een goede lettervormgeving aanleren. Daar moet je dan vormgevende motieven voor toepassen. En duidelijk uitleggen en perfect voordoen.

Wat je vooral mist in dit soort lofzangen op een gevolgde methodiek en beschrijving van ‘significante verbetering’ zijn de zichtbare resultaten. Die blijven in alle motorische onderzoeken i.v.m. de handschriftvaardigheid volledig uit. Ook nu weer.

Het is het beste om meteen het filmpje te bekijken, omdat dit al veel laat zien van de werkelijkheid rondom dit ‘product’ waar weer geld mee verdiend moet worden. Zo schroomt men ook niet om dit product ook aan te bevelen voor ‘kinderen die geen schrijfmotorische problemen hebben’  (!)

Filmpje

Het filmpje laat wel een klein beetje resultaat zien. Allereerst wordt een kind getoond dat geheel zelfstandig aan het werk is. Het speelt duidelijk toneel. Het moet eerst een zeer merkwaardig vormgegeven ‘schijnverbonden’ letterfont naschrijven, kennelijk met de opdracht dit heel slordig af te ronden. Vervolgens moet het dit weer boos doorstrepen.

Dat een kind niet zelfstandig tot een goede houding komt met deze ‘game’ is duidelijk te zien. Het zit veel te veel voorovergebogen en de niet-schrijvende-hand is veel te ver van het schrijfactiepunt verwijderd.

 

Niet-schrijvende-hand te ver weg, hoofd voorovergebogen en scheef en een véél te grote pen…

In een ander filmpje is een ‘kinderfysiotherapeut’ aan het woord, die nog eens bevestigd dat 25% van de doorverwijzingen naar een fysiotherapeut ‘handschriftverbetering’ betreft. Het is verschrikkelijk om zoiets aan te moeten horen, als je zelf weet dat het volmaakt onnodig is. Elk kind kan goed verbonden leren schrijven. Wij kunnen dat vanuit de Stichting Schriftontwikkeling elk kind (en zijn/haar ouders en leerkracht) binnen een half uur duidelijk maken en dat ook nog volledig gratis!
Wat een gigantische hoeveelheden geld wordt er toch verdiend aan slecht onderwijs!

Dezelfde kinderfysiotherapeut nog even:

Het werkt intuïtief en kinderen zijn bezig met impliciet leren. Recente leertheorieën geven ook aan dat als kinderen een taak snappen dat impliciet leren een beter effect heeft dan expliciet leren, omdat de motoriek als het ware zich spontaan organiseert.

Begrijpt u hier iets van? Deze man laat nergens enig resultaat zien. Maar hij heeft het wél over het ‘resultaat’:

“Ik ben zelf aangenaam verrast door het resultaat, het product dat er ligt.”

Dat is dus wat we met ‘het resultaat’ bedoelen. En wij maar denken dat het om een zichtbare verbetering van de handschriftkwaliteit van de leerlingen in het basisonderwijs ging.

Juf Hester Schoch, een ergo-therapeut spreekt zich in een ander geregisseerd reclamefilmpje uit over Juf-in-a-box:

In het geval van het jongetje Sem is er een jaar gewerkt aan zijn schrijfproblemen!! Dat kan ook binnen een maand, maar dan gewoon op school in zijn eigen groep van zijn eigen leerkracht. Dan kan er elke dag bijgestuurd worden. Dat kan niet via wekelijkse sessies.

“Waar het op haperde is ‘vloeiendheid’ “.

Altijd spreken bewegingstherapeuten over ‘vloeiendheid’. Vloeiendheid (als dat al een handschriftdidactisch begrip zou zijn) is altijd een toegift op een goed ontwikkelde vaardigheid. Vloeiendheid kun je niet met oefeningen versterken. Vloeiend een andere taal spreken is ook niet via ‘vloeiendheidsoefeningen’ te vergroten. Dat kan alleen door er veel in te oefenen. Zo is het ook met schrijven.
En… tenminste eerlijk:

“Harde cijfers hebben we niet. Wat we wel merken is dat ze heel enthousiast zijn.”

Kinderen zijn altijd al enthousiast genoeg om goed te willen kunnen schrijven. Goed handschriftonderwijs krijgen ze echter nauwelijks. Dan staan er weer geldverdieners klaar in de vorm van ‘hulpverlening’ om ze ‘enthousiast’ te maken. Het helpt echter niets. U kunt zelf ook wel bedenken dat één sessie per week niet opweegt tegen dagelijkse begeleiding en bijsturing door de eigen leerkracht. Als die het nu maar eens goed wilde doen. Er is op dit moment genoeg bekend om elk kind een goed en verbonden handschrift te bezorgen.

Wilt u er als ouder of onderwijskundige meer over weten? Lees dan zoveel mogelijk pagina’s van deze website. Er worden voldoende feiten uitgelegd om te begrijpen dat er goede handschriftlessen en eventueel een aanzienlijke handschriftverbetering mogelijk is.

De school is door de ‘hulp’verleners van buitenaf steeds meer verworden tot een zorginstelling. Kinderen worden steeds meer gelabeld en andere beroepsgroepen van buiten het onderwijs verdienen steeds meer aan slecht onderwijs.

In de informatie vinden we verder nog dat ‘Juf-in-a-box’ samen met alle schrijfmethoden gebruikt kan worden. Dit is niet onderzocht en ook niet wetenschappelijk bewezen. Het is echter onmogelijk om dit samen te gebruiken met de handschriftmethode ‘Schrift’ van ThiemeMeulenhoff. Hierbij wordt namelijk uitsluitend geoefend binnen de 8 mm buig- en strekruimte van de drie bij het schrijven gebruikte vingers. Ook worden daar totaal andere oefeningen om het leren schrijven voor te bereiden aangeboden, die in geen enkel opzicht lijken op de oefeningen van ‘Juf-in-a-box’. Ze leren namelijk het kind zélf feedback te geven op het resultaat van de gemaakte oefening en dat overstijgt het belang van feedback door een ‘game’ in ruime mate.

Letterschool

Op het moment komen er steeds meer ‘apps’ programmaatjes voor de I-pads.
Laten we eens kijken naar hoe het Amerikaanse ‘Letterschool’ wordt gepresenteerd:

 

Kinderen kunnen hier per letter met de vinger over het scherm een letter volgens een vastgesteld spoor laten ontstaan. Allerlei texturen en achtergronden zijn ingezet om het vooral ‘leuk’ te maken.

 

Als we inhoudelijk kijken naar wat hier wordt gepresenteerd, is dit een bedroevend resultaat… want gemaakt door letteramateurs. (Zoals overigens ook de meeste schrijfmethodes).

Wie naar deze presentatie van dit programma iets vakkundiger kijkt (en we gaan u nu zo’n vakkundige blik gunnen) ziet veel ongerechtigheden die kinderen alleen maar in verwarring brengen.
En verwarring is iets dat we in de aanleerfase vooral moeten zien te voorkomen.

Wat de verwarring allereerst zo groot maakt is, dat we hier een mix zien van wat de kinderen ‘grote’ en ‘kleine letters’ noemen. Officieel heten dat ‘KAPITALEN en minuskels’. Bij typografen heten die ‘boven en onderkastletters’. Het zijn dus geen ‘hoofdletters‘. We merken vooral deze fout op t.a.v. het meervoud. Een hoofdletter is altijd ‘enkelvoud’: de beginletter van een naam of zin. Dit betreft dus een taalkundige omschrijving van deze letter. Als lettervorm heet dit dus altijd een KAPITAAL. Daar kun je ook hele woorden en zinnen mee schrijven. Dat kan met een hoofdletter niet.

Laten we eens kijken naar de inhoudelijke verschillen tussen die twee.

Grote letters
Allereerst de KAPITALEN, omdat deze de bron zijn van het hele westerse schrift.
Wat zijn de eigenschappen van KAPITALEN?
1. Ze zijn allemaal even groot (ze bestaan uit één letterzone)
2. Ze zijn uit losse streken geconstrueerd, die op elkaar aansluiten
3. Er is voor de constructie geen vaste route nodig
4. Ze zijn spiegelbaar zonder betekenisverandering

Dit zijn stuk voor stuk gouden eigenschappen voor het gebruik door jonge kinderen. In diverse landen worden de KAPITALEN dan ook als ‘kleuterletters’ beschouwd. Het is op zijn minst een onderzoek waard om er achter te komen waarom de meeste Nederlandse leerkrachten in de onderbouw deze letters als een te mijden gevaar voor jonge kinderen zien. “Hier géén chocoladeletters!” is hun misplaatste motto.

ad 1. Jonge kinderen kunnen het makkelijkst schrijven in letters die precies even groot zijn.

ad 2. Jonge kinderen plaatsen als ze tekenen altijd losse streken tegen elkaar. Dat sluit dus nauw aan bij het maken van KAPITALEN. Ouders herkennen dit heel duidelijk en leren doorgaans hun kinderen het schrijven van hun naam in KAPITALEN aan.
Als men dus graag school en thuis op elkaar wil laten aansluiten (en dat zeggen veel scholen na te streven), dan moet je het gebruik van KAPITALEN in groep 1 vooral aanmoedigen. Er zijn gelukkig ook Nederlandse scholen die dat doen.

ad 3. Het maakt voor het construeren van een goede kapitaalvorm niet uit of je deze van onderen naar boven, of van rechts naar links maakt. Ook de draairichting van een gebogen vorm is in kapitalen niet van belang. De streekrichting heeft dus geen invloed op de vorm van de letters. Ook in dit opzicht zijn ze dus ideaal voor gebruik door jonge kinderen.

ad 4. Je kunt alle KAPITALEN spiegelen zonder dat ze veranderen van betekenis. Als je een D en B met elkaar vergelijkt zijn ze niet elkaars spiegelbeeld. Ook een D in omgekeerde richting blijft een D en wordt geen B, P of Q.


Dit principe is overgebleven van een speciaal Grieks schrift (het boustrophedonschrift), dat in twee richtingen ‘gewoon’ en gespiegeld werd geschreven, waardoor het noodzakelijk was dat er dan geen sprake zou zijn van een betekenisverandering. Voor kinderen ideaal: als ze toch een lettervorm of een heel woord of regel spiegelen, blijft deze duidelijk herkenbaar.
Het is daarom heel goed te begrijpen dat de schriftontwikkeling vanuit KAPITALEN is begonnen en dat het drie-zoneschrift zich pas daarna heeft ontwikkeld.

Kleine letters
We beschrijven nu de belangrijkste eigenschappen van de minuskels, door de kinderen heel correct ‘kleine letters’ genoemd.
1. De letters bestaan uit drie zones: een rompzone en daarboven een stokzone en daar beneden een staartzone.
2. De letters worden zoveel mogelijk uit één doorgaande streek geconstrueerd.
3. De letters worden vormgegeven door een bepaalde route of traject te volgen. Als je die route verkeerd aflegt, ontstaat een verkeerde vorm.
4. Enkele letters ervan veranderen van betekenis als ze gespiegeld worden.

ad 1. We typen niet graag hele bladzijden uitsluitend in KAPITALEN. U kunt het effect hiervan heel makkelijk beoordelen als u een volle tekstpagina in Word selecteert en er Shift F3 op toepast. Alle letters veranderen dan in KAPITALEN. Er is dan veel minder verschil tussen alle woorden te zien, omdat alle woorden hetzelfde profiel hebben gekregen: de boven- en onderkant van elk woord is dan gelijk aan elkaar.
In de loop van enkele eeuwen heeft men bij de Romeinse KAPITALEN sommige stokken en staarten iets verlengd. Na enige tijd werd in verhouding de romp, ook wel x-hoogte genoemd, verkleind, waardoor elk woord een eigen profiel kreeg. Dat verhoogt de kans op herkenning aanzienlijk en daardoor kunnen we veel sneller lezen.
Rond het jaar 800 kwam daar ook nog de woordafstand bij, die voor die tijd ontbrak.
Snellezen was vanaf dat moment pas echt mogelijk.
Het schrijven van kleine letters is dus van belang voor grote teksten die snel gelezen moeten kunnen worden. Voor kinderen betekent dit een enorme abstractie.
Ze moeten van een letter als de b dus de rompzone herkennen (het onderste deel van de letter) en van de p moeten ze weten dat dit het bovenste deel is. Daarmee is het nog niet afgelopen, want… deze rompdelen moeten op precies gelijke hoogte worden geschreven. Pas dan is een woord goed uitgevoerd. Wie met jonge kinderen en ‘kleine letters’ omgaat, weet dat dit nu juist de abstractie is waar ze nog niet aan toe zijn.

ad 2. Een letter wordt uit één doorgaande haal geconstrueerd. Maar… dat betekent meteen dat je die haal goed moet kunnen doorzien. Bij het construeren van bijvoorbeeld een letter als de ‘n’ moet je na de eerste neerhaal weer voor de helft omhoog ‘over dezelfde lijn’. Als je de letter ziet staan nadat deze geconstrueerd is, zie je dat er niet aan af. Je zou kunnen denken dat na de eerste neerhaal de pen is opgetild en er een boog tegenaan is geplaatst. Er zijn nog meer van dit soort letters.

ad 3. Aan het principe van het construeren van de letter door middel van één haal, kleeft nog een probleem: je moet de juiste route uitvoeren om aan de goede vormgeving te komen. Als je een letter als de ‘a’ als voorbeeld neemt. Je begint deze letter bovenaan, buigt linksom, buigt weer omhoog, maak de tweede helft van die ophaal recht en maakt dan weer een neerhaal, die precies over dat laatste deel van de ophaal heen naar de grondlijn wordt getrokken. Aan het eind daarvan buig je met een kleine opwaartse haal een eindhaal aan de letter. Deze eindhaal is tevens het begin van een nieuwe verbindingshaal waarmee volgende letters kunnen worden verbonden.
Als een kind de letter ziet staan, in de voltooide vorm, kan het niet zien waar de letter begonnen is. Het begin van de streek is niet zichtbaar. Het eind wel. Het is voorstelbaar dat sommige kinderen dus bij het eind beginnen. Als het zo te werk gaat ontstaat er iets dat wel op de bedoelde vorm gaat lijken, maar toch totaal verkeerd van vorm wordt. Kinderen zien dat zelf ook wel, maar weten daar geen oplossing voor.
Vaak blijft de verkeerde route ingeslepen en verandert daarna vrijwel niet meer.
Sommige kinderen draaien bij letters als de a, d, g en q gewoon een paar rondjes met de klok mee, alvorens de letter af te maken! De vorm is onder de maat. Het kind voelt dit wel, maar als geen leerkracht beter kijkt naar de wérkelijke route, zal het kind zich er bij neerleggen.

ad 4. Het bekende probleem van de gespiegelde b- en d-vormen. Alleen bij een goede uitvoering zijn ze niet echt te spiegelen. Zoals de lettervormen van het verbonden schrift. Maar die worden in deze app niet aangeboden.

Mocht u de fouten in deze app niet direct zien, dan zullen we toch nog een paar voorbeelden geven.

Hier wordt van de Kapitaal R een ‘routeletter’ gemaakt, terwijl een kapitaal dit helemaal niet is. Als je een kapitaal al een streekvolgorde zou willen meegeven (wat kalligrafen bijvoorbeeld in voorbeeldboekjes doen), dan zijn het de hoofdrichtingen van het Westerse schrift: van boven naar beneden en van links naar rechts. Juist kapitalen kun je van achteren naar voren construeren zonder bijzondere consequenties voor de vormgeving ervan, iets wat bij minuskels (kleine letters) nooit kan.

VORMGEVING
Wat de vormgeving van deze ‘speelse letters’ betreft kunt u natuurlijk niet altijd goed zien of deze terecht is. Neemt u maar van ons aan dat dit ‘bedroevend’ is.
Laten we eerst eens kijken naar een kapitaal als de R. Een beetje goede letterontwerper zal uitgaan van de oorspronkelijke Romeinse kapitaal.

Wie iets kan zien van verhoudingen en de kleur- en speelgoedruis kan doorzien, zal vaststellen dat we met de inmiddels besproken R op de app met een monster van een letter te maken hebben. Waarom moest de kop er van zo buitenissig verbreed worden? Het maakt het niet eenvoudiger om te maken. De vorm van de letter wordt opgeofferd aan de mogelijkheden van een speelgoedtreinbaan.

De schoonheid van de lettervorm wordt op deze manier niet door de kinderen waargenomen.

       

Wat de vormgeving van de minuskels (kleine letters) betreft:

U ziet dat de romp van de letter h en de n niet gelijk zijn aan elkaar (zie de rode lijnen in het tweede voorbeeld). Wat de rompzone betreft is het ‘huilen’. [En dan te bedenken dat zoiets een ‘2011 Best App Ever Award’ heeft gekregen. Dat zegt iets over de waarde van deze ‘erkenningen’.]

Een app had juist de kinderen kunnen laten oefenen in letterzones: het goed plaatsen ten opzichte van elkaar van de letterrompen.
De letter ‘n’ heeft een afschuwelijke vorm meegekregen. De boog voegt onderaan de neerhaal uit. De rechterkant is niet evenwijdig met de linkerkant.
Fout aanleren is misdadig.
Bij de r wordt de ophaal niet nauwkeurig over de neerhaal geplaatst.
Bij de letter f kan een kind niet zien waar de romp zit, omdat er geen relatie te zien is tussen de letters. Er wordt tenslotte maar steeds één letter tegelijk aangeboden en dat zonder vormgevings- en zonerelatie met de andere.

Wat kinderen in het begin moeten leren is juist niet een mislukte vormgeving.
Ze moeten leren nauwkeurig te zijn vanuit een goede houding en pengreep. Dat alles wordt met deze app niet geoefend. Men richt zich weer eens ten overvloede op een route, die bij kapitalen niet nodig is en bij de voorgestelde minuskels niet gewenst. Kinderen moeten voor de minuskels geen druklettervormen leren, maar verbonden letters. Dit zijn de enige letters die voorkomen dat er zich later allerlei willekeurige vormen tussen gaan ontwikkelen. Als je aan elkaar schrijft, kun je eigenlijk alleen maar de 26 verbindingsgeschikte lettervormen toepassen die je op school aanleert. Als kinderen eerst druklettervormen (blokletters) als minuskel aanleren, raken ze in verwarring als ze daarna verbonden letters leren schrijven. Waarom kinderen vanaf het begin alleen maar verbonden zouden moeten leren schrijven is hiervoor uitgelegd.

CONCLUSIE
Het is weer zoals altijd: amateurs die zich op het gebied van lettervormgeving bewegen, veroorzaken altijd maar weer ‘verwarring’.
Bovendien houden ze zich altijd bezig met ‘het begin’ en het ‘jonge kind’, want… “dat is tenminste eenvoudig en dat kunnen we nog net aan”. En juist bij het jonge kind moet je alles zuiver aanbieden en geen verwarring veroorzaken. Juist in de beginfase niet!
U zult niet gauw een app zien die zich richt op het handhaven en onderhouden van de kwaliteit van het inmiddels bereikte handschrift. Bijvoorbeeld voor de bovenbouw en daarna. Of voor volwassenen, die graag hun handschrift verbeteren…

Voor meer letterkennis verwijzen we u door naar:
http://www.schriftontwikkeling.nl/letterkennis/